De belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) is sinds 1965 van toepassing tussen de landen van het Koninkrijk der Nederlanden om dubbele belasting te vermijden en het ontgaan van belasting te voorkomen. In verband met de nieuwe staatkundige verhouding van het Koninkrijk per 10 oktober 2010 zijn in november 2009 gespreken geweest op ambtelijk niveau tussen vertegenwoordigers van Nederland, Aruba en Curaçao en Aruba. Daarbij is gesproken om de BRK af te schaffen en om in plaats daarvan bilaterale regelingen af te sluiten. De besprekingen tussen Nederland en Curaçao zijn voortgezet in 2012 en 2013 en hebben geleid tot overeenstemming op 12 december 2013. Op 10 juni 2014 is het wetsvoorstel voor de Belastingregeling Nederland Curaçao (BNC) bij de Tweede Kamer ingediend. De BNC krijgt in verband met de staatkundige verhouding tussen Nederland en Curaçao de vorm van Rijkswet. De praktijk houdt er rekening mee dat de BNC inwerking treedt per 1 januari 2015.

De BNC is zoveel mogelijk gebaseerd op het OESO-modelverdrag, maar wijkt op een aantal onderdelen af. Daarnaast hebben Nederland en Curaçao de intentie uitgesproken om wat betreft de uitwisseling van informatie aan te sluiten bij de nieuwe mondiale standaard die door de G-20 ontwikkeld wordt.

Een aantal hoofdlijnen van de BCN die in het oog springen zijn de volgende:

  • Voor deelnemingsdividenden geldt in beginsel een uitsluitende woonlandheffing. Deze heffing bedraagt maximaal 15 %. Zoals gebruikelijk in belastingverdragen kan hierop een uitzondering worden gemaakt. De heffing wordt teruggebracht tot 0% wanneer voldaan wordt aan bepaalde eisen die zijn gesteld voor kwalificerende personen. Ook geldt dit nultarief voor bepaalde gevallen wanneer niet sprake is van een kwalificerend lichaam, maar wanneer aan andere voorwaarden is voldaan. Het nultarief is eveneens van toepassing indien de aandelen in het dividend ontvangende land voor ten minste 50% middellijk of onmiddellijk in handen zijn van natuurlijke personen die inwoner zijn van Nederland of Curaçao en het ontvangen lichaam onmiddellijk ten minste 10% bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt.
  • Voor de toepassing van het tarief van 0% voor kwalificerende lichamen geldt een overgangsmaatregel tot eind 2019 wanneer nog niet volledig aan de gestelde eisen wordt voldaan. In dat geval is het bronheffingspercentage 5% (in plaats van 8,3%). Voor die situaties past Nederland niet het aanmerkelijkbelangregime toe als bedoeld in art. 17, lid 3, onderdeel b, van de Wet Vpb 1969.
  • Voor geëmigreerde aanmerkelijkbelanghouders geldt een afwijkende regeling voor dividenden. Daarvoor geldt een bronheffingsrecht evenals over de vervreemdingswinsten bij emigratie. Het BCN breidt de heffingsrechten van het voormalige woonland van de aanmerkelijkbelanghouder uit ten opzichte van het BRK. Voor bestaande gevallen is daarom een overgangsmaatregel van toepassing.
  • Nederland heeft de bevoegdheid om over dividenden vanuit het Caribisch Nederland naar Curaçao 5% opbrengstbelasting in te houden.
  • Nederland en Curaçao kunnen nationale antimisbruikbepalingen inroepen. In Nederland kunnen fraus legis en wettelijke misbruikregels worden toegepast.
  • Opvallend is voorts dat in geval van een dubbele woonplaats van rechtspersonen de woonplaats door Nederland en Curaçao in overleg wordt vastgesteld, dit in afwijking van het OESO-modelverdrag.