Op 5 januari 2017 is de consultatieversie van de Invoeringswet Omgevingswet verschenen. Daarmee is de totstandkoming van een nieuw omgevingsrechtelijk regime een belangrijkste stap verder gekomen. In dit bericht bespreek ik in vogelvlucht de inhoud en strekking van de Invoeringswet omgevingswet. Voor een compleet overzicht van de stand van zaken en de parlementaire geschiedenis verwijs ik u graag naar www.pgomgevingswet.nl.

Plaats van de Invoeringswet omgevingswet (Iow) binnen het brede wetgevingstraject

De Iow is de volgende stap in het wetgevingsproces dat leidt tot inwerkingtreding van een nieuw omgevingsrechtelijke regime in Nederland. De wettekst van de Omgevingswet (Ow) verscheen op 26 april 2016 in het Staatsblad. De Ow zal volgens de huidige planning in het voorjaar van 2019 in werking treden. De Ow is op enkele essentiële onderdelen nog incompleet. De Iow vult op die onderdelen de Ow aan en wijzigt de Ow op andere onderdelen. Daarnaast voorziet de Ow in overgangsrecht en regelt de Ow wat er gebeurt met het huidige omgevingsrechtelijke regime.

De plaats van de IOw in het wetgevingsproces kan schematisch als volgt worden weergegeven (klik op het schema voor een grotere afbeelding):

Please click here to view table

Aanvullingen op de Ow

Schadevergoeding bij rechtmatig overheidshandelen

Hoofdstuk 15 Ow is gereserveerd voor schade en wordt ingevuld via de IOw. Dit hoofdstuk bevat regelingen voor vergoeding van schade die door de overheid wordt veroorzaakt als gevolg van rechtmatig overheidshandelen. De IOw voorziet in twee regelingen voor schadevergoeding door rechtmatig overheidshandelen. Het gaat om een algemene regeling voor schadevergoeding door rechtmatig overheidshandelen (nadeelcompensatie) in afdeling 15.1 en om een regeling voor schadevergoeding als gevolg van het opleggen van gedoogplichten in afdeling 15.2. De regeling voor de vergoeding van planschade, zoals die nu is opgenomen in afdeling 6.1 Wro, komt terug in de regeling voor nadeelcompensatie. Uitgangspunt voor de regeling voor nadeelcompensatie is titel 4.5 Awb (waarin een algemene regeling voor nadeelcompensatie is opgenomen), maar zij wijkt daar op enkele onderdelen vanaf.

De uitgangspunten van het planschaderecht onder de Ow heeft de minister al uiteengezet in haar brief van brief van 19 mei 2016 (zie daarover mijn blogbericht van 31 mei 2016).

Handhaving en uitvoering

De IOw voorziet erin dat de gereserveerde paragraaf over de bestuurlijke boete in afdeling 18.1 Ow (Bestuursrechtelijke handhaving) en de gereserveerde afdeling 18.3 (Kwaliteitsbevordering en afstemming) worden ingevuld. Afdeling 18.3 wordt gevuld door overheveling van de nieuwe paragraaf 5.2 van de Wabo, zoals deze is komen te luiden bij inwerkingtreding van de Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Verder wil de regering afdeling 18.1 aanvullen met een nieuwe paragraaf waarin twee handhavingsinstrumenten worden opgenomen die momenteel in de Wabo en de Woningwet zijn opgenomen, de bouwstop en de preventieve last.

Met de IOw wordt het instrument van de bestuurlijke boete geïntroduceerd voor de punitieve handhaving van het omgevingsrecht (naast de al bestaande figuur van strafbaarstelling via de Wet economische delicten), zij het uitsluitend voor de handhaving van milieuregels uit het Besluit risico’s zware ongevallen (2015) (Brzo), zoals die zullen worden overgeheveld naar het Besluit activiteiten leefomgeving en voor de handhaving van erfgoedovertredingen (monumentenzorg). De hoofdlijnen van de punitieve handhaving heeft de minister al geschetst in haar brief van 19 mei 2016 (zie daarover mijn blogbericht van 31 mei 2016).

Digitaal stelsel omgevingswet (DSO)

De IOw voorziet in een grondslag om te komen tot een nieuw, geïntegreerd digitaal stelsel voor het omgevingsrecht. Met het DSO krijgt de gebruiker één digitaal loket. Via dat loket hebben burgers, bedrijven en overheden één gebruiksvriendelijke toegang tot de relevante gegevens over de (kwaliteit van de) fysieke leefomgeving en tot omgevingsdocumenten. Dat zijn documenten met regels die voor initiatiefnemers rechtstreeks werken of met ruimtelijke beleid dat in uitvoering is.

Met de IOw worden op de eerste plaats de belangrijkste bestaande gebruikstoepassingen geïntegreerd. Het gaat om:

  • de geometrische verbeelding van omgevingsdocumenten (Ruimtelijkeplannen.nl);
  • het indienen van vergunningsaanvragen (Omgevingsloket online); en
  • het doen van meldingen (Activiteitenbesluit internetmodule).

Introductie van de omgevingsplanactiviteit

De IOw voorziet in een wijziging van de wijze waarop er in het omgevingsplan kan worden gezorgd dat er voor een activiteit een omgevingsvergunning nodig is. Dat gebeurt niet meer via een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit, maar via een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Zie hierover ook mijn eerdere blogbericht van 31 mei 2016 naar aanleiding van de brief van de minister van 19 mei 2016.

Introductie van de mogelijkheid van splitsing van de vergunningplicht voor de bouwactiviteit in een technische vergunning en een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit

De IOw voorziet in de mogelijkheid om de vergunning voor bouwen op te knippen in een technische vergunning (toetsing aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het Bouwbesluit 2012) en een vergunning in verband met het omgevingsplan (waarin de regels uit het bestemmingsplan, de bouwverordening en de welstandsnota zijn opgenomen). Deze methode doet denken aan de figuur van de gefaseerde omgevingsvergunning in artikel 56a Woningwet (oud). De introductie van het opknippen in een technische vergunning en een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit leidt er niet alleen toe dat een initiatiefnemer eerst kan bezien in hoeverre een bouwplan past binnen het omgevingsplan, alvorens hij kosten maakt voor de technische uitwerking. Ook vergemakkelijkt deze systematiek het vrijstellen van een vergunningplicht bouwactiviteiten van een vergunningplicht in het omgevingsplan.

Zie hierover ook mijn eerdere blogbericht van 31 mei 2016 naar aanleiding van de brief van de minister van 19 mei 2016.

Intrekken van wetten of het vervallen van onderdelen daarvan

De IOw voorziet in de intrekking van een groot aantal wetten, zoals de Crisis- en herstelwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet ruimtelijke ordening. Van onder meer de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Woningwet komen grote delen te vervallen. In de tabellen in de bijlage bij de MvT IOw is aangegeven waar de vervallen artikelen terugkomen in de Ow.

Wijziging van ander wetten als gevolg van de Ow

De Ow leidt tot tal van aanpassingen in 56 andere wetten. In het algemeen deel van de MvT IOw wordt hier bijzondere aandacht aan besteed. Uitgangspunten zijn geen lager beschermingsniveau dan in het huidige stelsel, waar mogelijk aansluiting bij bestande wettelijke stelsels, vereenvoudiging en harmonisatie en beroep in twee instanties.

Overgangsrecht

Het overgangsrecht regelt de overgang van de huidige (of vanuit de Ow gedacht: de oude) wet- en regelgeving naar het nieuwe stelsel onder de Ow. Zonder overgangsrecht kunnen vragen rijzen over de rechtsgeldigheid van besluiten, zoals omgevingsvergunningen of bestemmingsplannen, die onder de Wabo en de Wro zijn genomen. Ook regelt het overgangsrecht hoe procedures die onder het oude recht zijn gestart moeten worden afgehandeld, nadat de Ow in werking is getreden. Het overgangsrecht zal voor een deel zijn beslag krijgen in de Iow en voor een deel in het Invoeringsbesluit Omgevingswet. De contouren van het overgangsrecht heeft de minister van Infrastructuur en Milieu al geschetst in haar brief van brief van 19 mei 2016 (zie daarover mijn blogbericht van 31 mei 2016.

Voor het overgangsrecht zijn een zestal uitgangspunten geformuleerd, waaronder het uitgangspunt van rechtszekerheid. Gevolg gevend aan dit uitgangspunt worden alle ontheffingen en vergunningen waarvoor de nieuwe omgevingsvergunning in de plaats komt, van rechtswege aangemerkt als een omgevingsvergunning (zie daarvoor het praktische overzicht op pagina 279 – 280 MvT IOw). Daarnaast voorziet de Iow, zoals gebruikelijk, waar mogelijk in ‘eerbiedigende werking’ voor lopende procedures. Dit betekent dat lopende procedures volgens het oude recht worden afgehandeld: de spelregels worden niet gewijzigd gedurende het spel.

De IOw voorziet in een overgangsfase, waarbij in de MvT IOw een aantal keer wordt gesproken van een periode van tien jaar (zie pagina’s 63, 64, 65, 181 303), na afloop waarvan het nieuwe stelsel volledig in werking moet zijn. Op pagina 73 MvT IOw is voor de overgangsfase onderstaande tabel opgenomen:

Please click here to view table

Over het overgangsrecht in de Iow zullen wij blogberichten opstellen. De eerste, over het overgangsrecht in relatie tot het omgevingsplan, is hier te vinden.

Slot

Met het verschijnen van de consultatieversie van de Invoeringswet Omgevingswet is een belangrijke stap gezet in het wetgevingsproces dat leidt tot een integraal nieuw omgevingsrechtelijk stelsel in Nederland.