Het ontslag op staande voet is een vergaande maatregel, die slechts in bijzondere gevallen is geoorloofd. De toetsingsmaatstaf die daarvoor wordt gehanteerd, is of er sprake is van “dringende redenen” op grond waarvan van de werkgever (of, in uitzonderlijke gevallen, de werknemer) redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Uiteraard wordt regelmatig gediscussieerd (en geprocedeerd) over de vraag of een bepaald incident een “dringende reden” oplevert. Daarbij toetst de rechter strikt (want: alléén) de omstandigheden die aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd. En daar gaat het nogal eens mis, zo ook in een procedure waarover het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch op 29 april 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:1208) oordeelde.

In de zaak waarover het gerechtshof oordeelde, hadden twee werknemers van een klein (familie)bedrijf gevochten. Kennelijk lag hieraan een conflict in de familiesfeer ten grondslag; de vechtende partijen waren de (voormalig) schoonzoon en de zoon van de werkgever. Beide partijen hebben aangifte gedaan van mishandeling. De werkgever ontslaat beide werknemers op staande voet. Dit doet de werkgever met een (heel) korte brief, die erop neerkomt dat de werkgever een gevecht in zijn bedrijf niet kan tolereren. Zijn voormalige schoonzoon roept vervolgens de nietigheid van het ontslag in en vordert in een procedure loondoorbetaling.

Het gerechtshof beoordeelt of het gegeven ontslag op staande voet op zijn plaats was. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de werkgever kennelijk alleen het gevecht als ontslagreden heeft aangevoerd. In de procedure doet de werkgever nog wel een beroep op eerdere gedragingen van zijn werknemer, maar die verwijten zijn volgens het hof niet aan het ontslag ten grondslag gelegd. Het hof gaat daar dan ook niet op in: de werkgever heeft zijn kans om het ontslag op staande voet te onderbouwen gehad, en kan daar achteraf niets meer aan toevoegen. In deze zaak zou een uitgebreidere beschrijving van de gronden voor het ontslag, gelet op de concrete (familie)omstandigheden, uiteindelijk ook niet het gewenste effect hebben gehad. In de uitspraak van het gerechtshof wordt echter wel weer eens duidelijk gemaakt dat bij ontslag op staande voet essentieel is dat de gronden voor dat ontslag goed en concreet worden omschreven. Voor zover eerdere verwijten en/of concrete gedragingen tijdens een incident (mede) de reden vormen voor het ontslag, dienen ze er ook met zoveel woorden aan ten grondslag te worden gelegd. Een (te) algemene of juist (te) beperkte omschrijving van de dringende reden voor ontslag kan ervoor zorgen dat het ontslag de toets van de rechter niet doorstaat – hoe ‘logisch’ het ontslag in veel gevallen ook moge lijken.