Civiel

Transitievergoeding bij substantiële en structurele vermindering arbeidsduur Hoewel de wet niet voorziet in een aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding in geval van een vermindering van de arbeidsduur, moet volgens de HR de mogelijkheid van gedeeltelijk ontslag met daaraan gekoppeld de aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding wel worden aanvaard voor het bijzondere geval dat, door omstandigheden gedwongen, wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Omstandigheden kunnen zijn het noodzakelijk gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en blijvende arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Het moet daarbij gaan om een vermindering van de arbeidstijd met tenminste twintig procent en een vermindering die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn.

ECLI:NL:HR:2018:1617

Civiel

Enkele samenhang tussen overeenkomsten onvoldoende voor lotsverbondenheid Het hof oordeelde dat overeenkomsten tussen enerzijds A en B en anderzijds A en C samenhangen, zodat beëindiging van de overeenkomst tussen A en B ook het einde van de overeenkomst tussen A en C betekent. Deze beslissing wordt vernietigd door de HR. Voor het oordeel dat het einde van de ene overeenkomst ook het einde van de andere overeenkomst betekent, is de enkele vaststelling dat overeenkomsten samenhangen onvoldoende. Voor het aannemen van dergelijke lotsverbondenheid is een nadere motivering vereist.

ECLI:NL:HR:2018:1672

Civiel

Verklaring UWV-deskundige niet steeds nodig in kort geding tot doorbetaling loon Op grond van art. 7:629a lid 1 BW wijst een rechter een vordering tot betaling van loon als bedoeld in art. 7:629 BW af indien hierbij niet een verklaring van een UWV-deskundige is gevoegd omtrent de verhindering van de werknemer om arbeid te verrichten. De HR oordeelt dat deze eis van het overleggen van een deskundigenverklaring niet geldt in kort geding. Het is in kort geding steeds aan de rechter overgelaten of het overleggen door de werknemer van een dergelijke verklaring wenselijk is.

ECLI:NL:HR:2018:1673

Meld u aan voor de Hoge Raad News Update