De wereldwijde strijd van de rechtenhouders tegen The Pirate Bay wordt ook in België al enige tijd gevoerd. In dat kader heeft het Hof van Beroep te Antwerpen op 26 september 2011, als stakingsrechter, reeds een bevel uitgesproken tegen tussenpersonen wiens diensten worden gebruikt om de inbreuk op de betrokken rechten te plegen.  In die zin beval het Hof aan Telenet en Belgacom om een reeks limitatief opgesomde domeinnamen die allen toegang zouden verschaffen tot de website van The Pirate Bay te blokkeren via de techniek van “DNS-blocking” (Antwerpen 26 september 2011, R.A.B.G. 2011, 1269). De maatregelen zijn evenwel onvoldoende effectief gebleken en The Pirate Bay bleef bereikbaar, via onder meer de nieuwe domeinnaam depiraatbaai.be.

De rechtenhouders hebben vervolgens hun toevlucht genomen tot de strafprocedure en op 6 april 2012 beval de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen aan “alle Belgische operatoren en toegangsverstrekkers tot het internet” om de toegang ontoegankelijk te maken tot de inhoud die wordt gehost door de server gekoppeld aan de hoofddomeinnamen “thepiratebay.org” en meer bepaald door aanwending van alle mogelijke technische hulpmiddelen, waaronder minstens het blokkeren van alle domeinnamen die doorverwijzen naar de server die gekoppeld is aan de hoofddomeinnaam “thepiratebay.org”, waarbij de lijst van de ontoegankelijk te maken domeinnamen die in onderhavige vordering worden geviseerd wordt bepaald door (1) het technisch procedé van “reverse IP domain check” en (2) elke andere materiële technische vaststelling dat een welbepaalde domeinnaam doorverwijst naar de inhoud die wordt gehost door de server gekoppeld aan de hoofddomeinnaam “thepiratebay.org”. In dat kader werd de RCCU Mechelen en de FCCU belast met het vaststellen van deze domeinnamen en met het informeren van de operatoren hiervan.

In tegenstelling tot de eerdere maatregelen waarbij internetproviders werden verzocht de toegang tot specifieke domeinnamen te blokkeren, gaat de onderzoeksrechter te Mechelen dus veel verder. Het bevel beperkt zich niet langer tot bepaalde opgesomde domeinnamen, noch tot bepaalde IP-adressen. Thans worden internetproviders verplicht alle technische hulpmiddelen te gebruiken om de aangevochten inhoud te blokkeren. Een dergelijke maatregel lijkt een stuk efficiënter omdat die met slechts één enkele beslissing de blokkering mogelijk maakt van elke domeinnaam die toegang biedt tot de in het geding zijnde website. Een nieuwe stap leek gezet in de strijd tegen The Pirate Bay.

Drie telecombedrijven (Telenet, Tecteo en Brutele) lieten het hier evenwel niet bij en verzochten om de intrekking van deze maatregel conform artikel 61quater Wetboek Strafvordering waarbij geargumenteerd werd dat hiervoor geen wettelijke grondslag voorhanden zou zijn. Ondergeschikt verzochten zij dat het bevel in de tijd zou worden beperkt en zou worden gepreciseerd.

Nadat de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen op 19 juli 2012 en vervolgens ook de kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen op 14 februari 2013 de vordering van deze telecombedrijven afwees, vingen deze laatste nu ook bot bij het Hof van Cassatie.

In het cassatiearrest van 22 oktober 2013 (Cass. 22 oktober 2013, rolnummer P.13.0550.N, www.cass.be)  stelt het Hof dat “uit de tekst van de artikelen 35 en 39bis Wetboek van Strafvordering, hun wetsgeschiedenis en het karakter van voorlopige dwangmaatregel volgt dat een op artikel 39bis Wetboek van Strafvordering gegrond bevel kan worden gegeven met het oog op de waarheidsvinding, de verbeurdverklaring, de teruggave, het doen ophouden van handelingen die een misdrijf lijken uit te maken of ter beveiliging van civielrechtelijke belangen”. Nu de onderzoeksrechter in zijn vordering aan de internetproviders zou hebben verwezen naar de noodzaak de schade voor de burgerlijke partij te doen ophouden, zou de vordering van de onderzoeksrechter conform de wet genomen zijn.

Een kleine kanttekening hierbij is toch dat hoewel het Hof van Cassatie in deze zaak inderdaad diende te oordelen over het al dan niet handhaven van een door de onderzoeksrechter opgelegde maatregel, het opmerkelijk is dat het Hof van Cassatie in haar overwegingen stelt dat een op grond van artikel 39bis Wetboek Strafvordering gegrond bevel kan worden gegeven met het oog op onder meer de beveiliging van civielrechtelijke belangen (Ibid., r.o. 8). Immers, waar artikel 61quater Wetboek Strafvordering expliciet toelaat dat de intrekking geweigerd om reden dat hierdoor de rechten van partijen of derden in het gedrang zouden komen, is dergelijk criterium niet voorzien in artikelen 35 juncto 89 van het Wetboek Strafvordering met betrekking tot het nemen van dergelijke maatregel. Het Hof maakte trouwens eerder zelf al dit onderscheid tussen de voorwaarden om beslagmaatregelen op te leggen en de voorwaarden om dergelijke maatregelen te handhaven (Cass. 5 oktober 2004, R.W. 2006-2006, 710).

Als tweede cassatiemiddel wierpen de internetproviders nog op dat de door artikel 39bis Wetboek Strafvordering bedoelde beslagmaatregel zich zou richten tot diegene die de gegevens opslaat en niet tot internetproviders die slechts toegang verstrekken tot dergelijke gegevens. Het Hof van Cassatie verwierp ook deze argumentatie. Het Hof stelt met verwijzing naar artikel 39bis, §4 Wetboek Strafvordering dat, zo blijkt dat het niet mogelijk is om de gegevens op dragers te kopiëren, passende technische middelen kunnen worden genomen om de toegang tot deze gegevens en kopieën daarvan die ter beschikking staan van de personen die gerechtigd zijn om het informaticasysteem te gebruiken, te verhinderen en hun integriteit te waarborgen. Het bevelen aan de internetproviders van het ontoegankelijk maken van de toegang tot de server waarop data gehost worden die niet gekopieerd kunnen worden, is volgens het Hof dergelijk passend technisch hulpmiddel. Het Hof stelt uitdrukkelijk dat artikel 39bis, §4 Wetboek Strafvordering niet uitsluit dat de bevelen gericht worden aan anderen dan diegenen die gegevens opslaan. Het Hof vervolgt met de overweging dat deze bepaling evenmin vereist dat de bevelen daadwerkelijk tot gevolg hebben dat diegene die de gegevens opslaat deze niet meer kan consulteren, wijzigen of wissen. Dit laatste stemt toch enigszins tot nadenken nu artikel 39bis, § 4 Wetboek Strafvordering wel verwijst naar het waarborgen van de integriteit van de gegevens die niet gekopieerd kunnen worden. Een maatregel als deze die in casu werd opgelegd, waarborgt evenwel geenszins de integriteit van de data nu de uitbaters van The Pirate Bay vrij spel houden om deze gegevens te wijzigen of te wissen. Het Hof ging hier evenwel niet op in. Volgens het Hof vormt dus artikel 39bis, §4 Wetboek Strafvordering een voldoende grondslag om de bevolen maatregel te rechtvaardigen.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 22 oktober 2013 betekent de facto – en ongeacht de hiervoor aangehaalde kanttekeningen – wel dat een mogelijk belangrijk bijkomend instrument werd ontwikkeld in de bescherming van intellectuele eigendomsrechten in een digitale context. Met de mogelijkheden als deze aangewend door de onderzoeksrechter te Mechelen wordt immers de kans kleiner dat een inbreukmaker een stakingsbevel dat werd opgelegd aan een tussenpersoon, al te makkelijk kan omzeilen. Een open vraag hierbij is of een dergelijk uitgebreid bevel ook in een burgerlijke procedure aan een tussenpersoon kan gegeven worden.