Op 9 juli 2021 is een consultatieversie van het voorstel voor de Wet toekomst accountancysector (het “Voorstel”) gepubliceerd. Het Voorstel bevat maatregelen die beogen de kwaliteit van wettelijke controles te verbeteren. Met het Voorstel wordt mede uitvoering gegeven aan het eerder geuite voornemen van de Minister van Financiën om enkele aanbevelingen uit het rapport van de Commissie toekomst accountancysector (“Cta”) te zullen opvolgen.

Ook bevat het Voorstel wijzigingen die verband houden met het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten ("AFM") op accountantsorganisaties. De voorgestelde maatregelen leiden tot aanpassingen in de Wet op het accountantsberoep, de Wet toezicht accountantsorganisaties ("Wta") en de Wet tuchtrechtspraak accountants ("Wtra"). De maatregelen zullen zowel gevolgen hebben voor accountantsorganisaties, individuele accountants als voor controleplichtige ondernemingen of instellingen.

In deze Alert lichten wij enkele van de voorgestelde maatregelen uit. Het betreft: (1) de invoering van een bevoegdheid voor de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants ("NBA") om een accountantsorganisatie aan te wijzen indien een controleplichtige onderneming geen accountant heeft gevonden; (2) de aanscherping van het AFM-toezicht op accountantsorganisaties zonder vergunning om wettelijke controles bij zogenoemde organisaties van openbaar belang te verrichten (“niet-OOB-accountantsorganisaties”); (3) de uitbreiding van het handhavingsinstrumentarium van de AFM; (4) aanpassingen in de governance van de grootste accountantsorganisaties; en (5) de uitbreiding van het palet aan tuchtrechtelijke maatregelen. Daarnaast bevat het Voorstel nog andere maatregelen, waaronder de invoering van een stelsel voor de rapportage van kwaliteitsindicatoren (audit quality indicators), het instellen van een laagdrempelige voorziening om gebreken in wettelijke controles te melden bij de AFM en de door de NBA voorgestelde afschaffing van het onderscheid naar verschillende ledengroepen in het accountantsberoep. Deze drie laatstgenoemde onderdelen van het Voorstel blijven in deze Alert onbesproken.

In de conceptversie van de memorie van toelichting bij het Voorstel (“MvT”) wordt verder opgemerkt dat twee aanbevelingen van de Cta over versterking van de keten die zien op verbeteringen bij controleplichtige ondernemingen of instellingen, niet in het Voorstel worden geadresseerd. Deze aanbevelingen, die onder meer zien op het risicobeheersings- en controlesysteem, zullen blijkens de MvT worden betrokken bij de herziening van de Corporate Governance Code.

1. Aanwijzing van een accountantsorganisatie door de NBA

In de praktijk komt het voor dat bepaalde controleplichtige ondernemingen of instellingen geen accountant(sorganisatie) bereid vinden om de wettelijke controle te verrichten. Zie ook de bijdrage van Hijink, Van de Sandt en In ’t Veld in TOP 2019/2. Dit heeft ertoe geleid dat in de afgelopen jaren een toenemend aantal (beursgenoteerde) ondernemingen geen controle van de jaarrekening heeft (kunnen) laten verrichten.

In het Voorstel is een regeling opgenomen die erin voorziet dat dergelijke ondernemingen of instellingen de mogelijkheid wordt geboden een aanvraag bij de NBA te doen voor de aanwijzing van een accountantsorganisatie. Het bestuur van de NBA dient de aanvraag te beoordelen en toe te wijzen als deze aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoet, zoals de voorwaarde dat de onderneming of instelling alle redelijke en tijdige inspanningen moet hebben geleverd om zelf een accountantsorganisatie te vinden. Bij het besluit omtrent toewijzing dient het bestuur van de NBA te beoordelen of voldaan wordt aan de eisen die in (beroeps)wet- en regelgeving worden gesteld aan accountants(organisaties), waaronder voorschriften die zien op acceptatie van een opdracht tot het verrichten van een wettelijke controle. Ook bevat het Voorstel de bevoegdheid voor het bestuur van de NBA om te beoordelen wat een redelijke vergoeding is voor het verrichten van de controleopdracht. De uitwerking van deze aanwijzingsbevoegdheid van de NBA zal verder worden uitgewerkt bij algemene maatregel van bestuur waarvan de details op dit moment nog niet bekend zijn.

2. Aanscherping van het toezichtstelsel op niet-OOB-accountantsorganisaties door de AFM

Naar aanleiding van de aanbeveling van de Cta om het stelsel van toezicht op in het bijzonder niet-OOB-accountantsorganisaties opnieuw vorm te geven, bevat het Voorstel een wijziging van de opzet van het toezichtstelsel door de AFM. Voorgesteld wordt om de huidige praktijk van het toezicht op niet-OOB-accountantsorganisaties, waarbij de kwaliteitstoetsingen worden uitgevoerd door de NBA alsmede de Samenwerkende Registeraccountants en Accountants Administratieconsulenten ("SRA") onder eindverantwoordelijkheid van de AFM, aan te passen door te bepalen dat de AFM in het vervolg bij het toezicht op niet-OOB-accountantsorganisaties rekening kan houden met de kwaliteitstoetsingen van de SRA en NBA.

3. Uitbreiding van het handhavingsinstrumentarium van de AFM

Op 18 juni 2019 oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven ("CBb"), in navolging van de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg, kort gezegd, dat tekortkomingen van externe accountants niet zonder meer kunnen leiden tot de conclusie dat de accountantsorganisatie nalatig is geweest in de naleving van de op haar rustende zorgplicht. Naar aanleiding van de wens van de AFM om accountantsorganisaties verantwoordelijk te kunnen houden voor de kwaliteit van individuele wettelijke controles, bevat het Voorstel een aanpassing van de Wta. Voorgesteld wordt de verantwoordelijkheid van accountantsorganisaties uit te breiden door te bepalen dat het kwaliteitsbeheersingssysteem van accountantsorganisaties zodanig moet zijn ingericht dat het waarborgt dat ernstige tekortkomingen in wettelijke controles worden voorkomen. Het Voorstel leidt aldus tot invoering van een, als minimumeis geformuleerde, resultaatverplichting. Onder "ernstige tekortkomingen" in wettelijke controles wordt bijvoorbeeld verstaan de situatie dat – in de woorden van de MvT – “het oordeel in de controleverklaring niet is onderbouwd met voldoende en geschikte controle-informatie.” Volgens de MvT is sprake van voldoende grond voor de AFM om handhavend op te treden jegens de accountantsorganisatie vanwege een gebrekkig kwaliteitsbeheersingssysteem als er ernstige tekortkomingen in meerdere wettelijke controles worden geconstateerd.

4. Aanpassingen governance grootste accountantsorganisaties

Op grond van de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties (zie onze eerdere Alert over de inwerkingtreding van die wet zijn accountantsorganisaties met vergunning tot het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang (“OOB-accountantsorganisaties”) sinds 1 juli 2018 verplicht een intern toezichtsorgaan in te stellen. Het Voorstel regelt dat de bevoegdheden van dit intern toezichtsorgaan bij OOB-accountantsorganisaties – in de praktijk doorgaans een Raad van Commissarissen bij de accountantsorganisatie – worden uitgebreid. Zo zal dit intern toezichtsorgaan over een goedkeuringsrecht bij bepaalde bestuursbesluiten dienen te beschikken, onder meer ten aanzien van voorstellen tot het doen van een winstuitkering of het doen van investeringen vanaf een bepaalde omvang.

Het Voorstel leidt tevens tot aanpassingen in de governance van de grootste niet-OOB-accountantsorganisaties. Accountantsorganisaties die gedurende 3 aaneengesloten jaren cumulatief (i) een omzet uit wettelijke controles behalen van ten minste € 3 miljoen per jaar en (ii) per jaar ten minste 150 wettelijke controles verrichten worden verplicht, op vergelijkbare wijze als thans al geldt voor OOB-accountantsorganisaties, een intern toezichtsorgaan in te stellen. Aan dit orgaan dienen de in de Wta voorgeschreven bevoegdheden toe te komen. Blijkens de MvT zal de voorgestelde regeling betrekking hebben op 10 tot 15 niet-OOB-accountantsorganisaties.

Een tweede uitbreiding is dat, evenals bij OOB-accountantsorganisaties het geval is, dagelijks beleidsbepalers en leden van het intern toezichtsorgaan van deze grootste niet-OOB-accountantsorganisaties door de AFM op geschiktheid zullen worden getoetst. Het Voorstel bevat overgangsrecht dat erop neerkomt dat huidige dagelijks beleidsbepalers en huidige leden van het intern toezichtsorgaan van grote niet-OOB-accountantsorganisaties in beginsel tot achttien maanden na invoering van de in het Voorstel opgenomen maatregelen worden geacht geschikt te zijn.

5. Uitbreiding palet aan door de Accountantskamer op te leggen tuchtrechtelijke maatregelen

Accountants zijn op grond van de Wtra onderworpen aan tuchtrechtspraak. De Accountantskamer is het college dat is belast met tuchtrechtspraak op grond van de Wtra in eerste aanleg; het CBb is verantwoordelijk voor behandeling van het hoger beroep.

In het Voorstel wordt uitvoering gegeven aan een van de aanbevelingen van de Cta en de in 2019 uitgevoerde evaluatie van de Accountantskamer door het palet aan door de Accountantskamer op te leggen tuchtrechtelijke maatregelen uit te breiden. Het Voorstel regelt specifiek de mogelijkheid tot oplegging door de Accountantskamer van de maatregel van binding aan bijzondere voorwaarden om het accountantsberoep uit te kunnen (blijven) oefenen. Met invoering van deze maatregel wordt beoogd de beroepsuitoefening door een accountant die van onvoldoende niveau is op een aanvaardbaar niveau te brengen door het voorschrijven van bepaalde educatie-activiteiten. Ook codificeert het Voorstel de praktijk waarin de Accountantskamer onder omstandigheden bij gegrondverklaring vaneen klacht toch af kan zien van het opleggen van een maatregel.

Verdere proces en beoogde inwerkingtreding

De einddatum van de consultatieperiode van het Voorstel is 4 september 2021. Over de beoogde datum van indiening van een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer en beoogde inwerkingtreding van wetwijzingen, bevat het Voorstel geen aanwijzingen. Blijkens berichtgeving van de AFM is het voornemen om de, hierboven onder 2 beschreven, aanscherping in het stelsel van toezicht op niet-OOB-accountantsorganisaties in 2022 te laten ingaan.