Op 2 augustus 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een uitspraak gewezen over de toelaatbaarheid van openbaarmaking van asbestboetes op de website van de Inspectie SZW (ECLI:NL:RVS:2017:2086). In dit blogbericht bespreken wij wat een betrokkene kan doen tegen openbaarmaking van sancties. Daarbij staan wij ook stil bij de vraag wat gedaan kan worden om de duur van plaatsing van informatie op de website van een toezichthouder te beperken.

De zaak

Een onderneming verzet zich tegen openbaarmaking van gegevens op de website van de Inspectie SZW vanwege een aan hem opgelegde boete die verband houdt met het slopen van stallen die asbesthoudende materialen bevatten. Dat levert een overtreding op van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De publicatie betreft onder meer de naam van de overtreder, de vestigingsplaats en de locatie waar de overtreding is begaan (zie website Inspectie SZW).

De beboete onderneming richt de volgende vier bezwaren tegen openbaarmaking van deze gegevens:

  1. Artikel 8 Wet openbaarheid van bestuur (Wob) biedt geen bevoegdheid om slechts bepaalde inspectiegegevens met betrekking tot asbestboetes spontaan openbaar te maken.
  2. Er is sprake van dubbele bestraffing doordat zowel een boete wordt opgelegd als de publicatie daarvan.
  3. Openbaarmaking van deze informatie leidt tot onevenredige benadeling. De Minister van SZW had zijn belangen bij openbaarmaking moeten afwegen.
  4. De Beleidsregel openbaarmaking inspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen (Beleidsregel) is onredelijk omdat bij de duur van vijf jaar waarop deze gegevens op de website van de Inspectie SZW blijven staan niet wordt gedifferentieerd naar de mate van verwijtbaarheid en de vraag of sprake is van een incidentele overtreding of recidive.

Oordeel Afdeling

In deze uitspraak oordeelde de Afdeling dat publicatie van de specifieke gegevens van de asbestboete door de Inspectie SZW geoorloofd is en dat plaatsing op de website voor de duur van vijf jaar niet onredelijk is. Meer precies komt de Afdeling tot de volgende overwegingen:

  1. Artikel 8 lid 1 Wob biedt voldoende grondslag voor de Inspectie SZW om slechts bepaalde informatie over asbestboetes op haar website openbaar te maken. Dit in navolging van eerdere jurisprudentie waarin de Afdeling reeds geoordeeld had dat boetebesluiten ook volledig op grond van artikel 8 Wob openbaar gemaakt kunnen worden.
  2. Het opleggen van een boete en het openbaar maken daarvan is geen vorm van dubbele bestraffing. De Afdeling merkt daarbij op dat het een vermeende overtreder vrij staat om schorsing van de openbaarmaking van het boetebesluit te bewerkstelligen door het instellen van bezwaar en door schorsing te vragen bij de bestuursrechter.
  3. Er hoefde geen belangenafweging op grond van artikel 10 lid 2 sub g Wob (“het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling”) plaats te vinden. De informatie die op de website van de Inspectie SZW staat is aan te merken als ‘milieu-informatie’ in de zin van artikel 10 lid 7 Wob, zodat er geen belangenafweging wegens het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zou mogen plaatsvinden.
  4. Het vermelden van de gegevens op de website van de Inspectie SZW gedurende vijf jaar is geoorloofd. De Beleidsregel is niet onredelijk op dit punt, ook al wordt geen rekening gehouden met de mate van verwijtbaarheid en de vraag of sprake is van een incidentele overtreding. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking (i) dat de betrokkene de mogelijkheid had om een schriftelijke reactie van 100 woorden toe te voegen bij de openbaar te maken gegevens op de website van de Inspectie SZW en dat hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt en (ii) de mogelijk ernstige gevolgen van asbestovertredingen voor de gezondheid van mensen die zich bevinden in de besmette omgeving en het milieu.

Tips & tricks voor de praktijk bij de openbaarmaking van boetebesluiten

  • Een betrokkene die wordt geconfronteerd met een aanstaande openbaarmaking van de aan hem opgelegde sanctie of gegevens daaruit kan een zienswijze indienen (op grond van artikel 4:8 Awb) tegen het voornemen tot openbaarmaking van de gegevens. Daarnaast kan het handig zijn om voordat het tot publicatie komt informeel te overleggen met de toezichthouder.
  • Indien de toezichthouder besluit om een sanctie openbaar te maken, dan kan de betrokkene daartegen rechtsmiddelen aanwenden om openbaarmaking te voorkomen. Dit zijn het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan en het tevens verzoeken om schorsing (voorlopige voorziening) bij de bestuursrechter.
  • Overwogen kan worden om gebruik te maken van de mogelijkheid die sommige toezichthouders bieden om als het toch tot publicatie komt een (korte) reactie te geven op de boete (al dan niet met verwijzing naar een website met nadere informatie). De Inspectie SZW biedt die mogelijkheid in de vorm van een bericht van maximaal 100 woorden, welke reactie dan tevens openbaar wordt gemaakt. In de praktijk blijkt dat daarvan niet heel vaak gebruik wordt gemaakt bij asbestboetes. Dat is begrijpelijk, omdat een reactie van die omvang niet alleen beperkt is, maar een reactie kan ook een averechts effect opleveren. Op die manier vestigt de betrokkene extra aandacht op de opgelegde boete dan mogelijk wenselijk is.
  • Publicaties blijven veelal voor een bepaalde duur op de website van een toezichthouder zichtbaar. Asbestboetes blijven op grond van de Beleidsregel vijf jaar op de website van de Inspectie SZW vermeld. Tegen die duur kan een betrokkene op twee manieren opkomen