Bij een overname van de onderneming is in het kader van medezeggenschap een belangrijke rol weggelegd voor de ondernemingsraad (OR). In deze bijdrage wordt een recente beschikking van de Ondernemingskamer (OK) besproken, waaruit nogmaals blijkt hoe belangrijk het is om het medezeggenschapstraject rond een overname goed vorm te geven.

Op basis van de Wet op de ondernemingsraden dient de ondernemer bepaalde belangrijke besluiten ter advies aan de OR voor te leggen. Dit geldt onder meer voor een voorgenomen besluit om zeggenschap over de onderneming over te dragen en voor een voorgenomen adviesopdracht daarover aan een externe deskundige. Aan deze verplichtingen heeft de ondernemer in deze zaak niet voldaan.

Feiten

De ondernemingsraad van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Uniface B.V. is de verzoeker in deze procedure (de Verzoeker). Alle aandelen in Uniface worden door M4 Glo-bal Solutions gehouden, waarvan de aandelen door M4 Global Solutions Holding Coöperatief worden gehouden. Een Amerikaanse vennootschap, Marlin Equity Partners LLC (Marlin), is de uiteindelijk belanghebbende. Deze partijen zijn de verweersters (de Verweersters).

Op 26 september 2016 heeft de vertegenwoordiger van Uniface aan de OR medegedeeld dat Marlin de mogelijkheden verkent om Uniface te verkopen, maar dat het proces zich in een vroeg stadium bevond en er nog geen koper bekend was.

Tussen mei en december 2016 hebben Marlin en Uniface aan externe partijen opdracht gegeven diverse onderzoeken en rapporten uit te werken met het oog op de verkoop van Uniface. In mei werd opdracht gegeven een eventuele verkoop van Uniface voor te bereiden en een vendor due diligence-onderzoek te verrichten. In deze periode is ook een “Confidential Information Package” gedeeld met 36 potentiele kopers. De OR werd hier echter niet van op de hoogte gesteld.

Op 12 december heeft de OR aan Uniface het document “Assessment Points in any forthcoming sale of Unface by Marlin” doen toekomen. Deze Assessment Points waren de ideeën en bedenkingen van de OR met betrekking tot de verkoop van Uniface. Op dit document is niet gereageerd.

In een overlegvergadering van 21 april 2017 heeft Uniface aan de OR medegedeeld dat er een potentiele koper voor Uniface was gevonden en de OR-procedure wellicht in de komende weken zou worden opgestart.

Op 26 april 2017 is er tussen M4 Global Solutions Holding als verkoper en koper een Signing pro-tocol gesloten met betrekking tot overdracht van aandelen in Uniface. Daarin was de volgende bepaling opgenomen: “If (…) the Works Council renders a negative advice in respect of the Proposed Transaction (…), the Seller shall procure that the Company shall (…) as soon as reasonably prac-ticable inform the Works Council in writing that the Parties nevertheless decided to proceed with the Proposed Transaction (…).”.

Op 28 april 2017 heeft Uniface aan de OR advies gevraagd over een voorgenomen besluit met betrekking tot de verkoop van Uniface en de daarmee samenhangende voorgenomen besluiten. Bij deze aanvraag waren wederom geen onderliggende stukken gevoegd.

Daarop heeft de OR op 10 mei 2017 gereageerd en naar voren gebracht dat de adviesaanvraag op wezenlijke punten tekortschoot en in ieder geval ondersteunende documentatie behoorde te bevatten.

Op 12 mei 2017 heeft Uniface aan OR enige toelichting verstrekt. Daarin werd onder meer medegedeeld dat het verhogen van de omzet en het verbeteren van de effectiviteit de hoofddoelen was van de transactie. De synergievoordelen die daarmee zouden worden behaald, zouden waarschijnlijk tot een verval van arbeidsplaatsen leiden. Welke wijzigingen daarvoor nodig waren en welke impact ze op Uniface zouden hebben, zou pas na voltooiing van de transactie duidelijk worden. Ook bij dit bericht werden geen stukken toegevoegd.

Pas op 3 juni 2017 heeft Uniface de meeste documenten aan de OR ter beschikking gesteld die voor het advies nodig waren, maar aan het verzoek om ook de koopovereenkomst te verstrekken werd niet voldaan.

Naar aanleiding van bovenstaande omstandigheden heeft de OR op 27 juni 2017 een negatief advies uitgebracht. Op 5 juli 2017 heeft Uniface aan de OR bekendgemaakt dat Marlin diezelfde dag het besluit alsnog heeft genomen. Daarop stapte de OR naar de OK met het verzoek om (i) de gevolgen van het besluit ongedaan te maken en (ii) Verweersters te verbieden handelingen te verrichten ter uitvoering van het besluit.

Beoordeling door de OK

De OK overweegt dat de OR terecht heeft gesteld dat hij geen wezenlijke invloed op het besluit heeft kunnen uitoefenen.

De OK neemt het Verweersters kwalijk dat ze geen advies hebben gevraagd aan de OR met betrekking tot het geven van adviesopdrachten aan externe adviseurs. Daarmee was een belangrijke slag in de medezeggenschap gemist. Toen de OR in december 2016 de Assessment Points aan Uniface stuurde, was het veilingproces al in volle gang en was de OR daar niet van op de hoogte. De voorgenomen verkoop werd pas tijdens de overlegvergadering van 21 april 2017 aan de OR medegedeeld, toen het biedingsproces in feite al was afgerond. Ook de bepaling in de Signing Protocol, waaruit blijkt dat de transactie ook bij een negatief advies doorgang zou vinden, wordt kritisch beoordeeld.

De OK overweegt dat de OR voorafgaand aan het besluit in staat gesteld moest worden om daarop invloed uit te oefenen. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Bovendien heeft OR pas op 3 juni 2017 essentiële documenten ontvangen en werd afgifte van de koopovereenkomst ten onrechte geweigerd.

Doordat (i) Verweersters de OR niet om advies hadden gevraagd bij de inschakeling van externe adviseurs, (ii) er tussen Verweersters en de OR voorafgaand aan de adviesaanvraag geen tijdig overleg heeft plaatsgevonden en (iii) de er geen toereikende informatie aan de OR is verstrekt, oordeelt de OK dat de Verweersters in hun zorgplicht ten aanzien van een goed verloop van het adviestraject zijn tekortgeschoten en in redelijkheid niet hebben kunnen komen tot het genomen besluit.

De OK draagt Verweersters op het besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken en verbiedt uitvoering te geven aan het besluit.

Conclusie

Dit arrest bewijst dat het belangrijk is om medezeggenschap rondom een overname op een zorgvuldige wijze vorm te geven. Gebrekkige medezeggenschap kan immers verstrekkende gevolgen hebben voor de beoogde overname.

Inhoudsopgave