Op 24 januari 2017 heeft de ACM een rapport uitgebracht, waarin zij drie belangrijke drempels heeft geïdentificeerd waardoor de concurrentiedruk vanuit potentiële toetreders en kleinere zorgverzekeraars op de zorgverzekeringsmarkt wordt beperkt:

  • de combinatie van het moeten voldoen aan de kapitaalseisen onder Solvency II en de beperking van de mogelijkheden om aan deze eisen te voldoen;

  • onvoldoende transparantie van het proces van vergunningverlening door DNB; en

  • reguleringsonzekerheid.

Solvency II

De ACM concludeert dat zorgverzekeraars (sinds de invoering van Solvency II per 1 januari 2016) aan de ene kant worden geconfronteerd met hoge en mogelijk zelfs disproportionele kapitaaleisen, en aan de andere kant met een beperking van de mogelijkheden om aan de eis te voldoen. De ACM verwijst bijvoorbeeld naar het initiatiefwetsvoorstel dat in 2016 is ingediend bij de Tweede Kamer en dat vanaf 1 januari 2018 ‘alle zorgverzekeraars onder alle omstandigheden’ moet verbieden om winst uit te keren aan kapitaalverschaffers. Deze combinatie vormt een onnodig hoge toetredings- en groeidrempel op de zorgverzekeringsmarkt.Vanuit concurrentieperspectief is derhalve volgens de ACM meer onderzoek naar de maatvoering van kapitaalregulering op de zorgverzekeringsmarkt wenselijk. Verder zouden zorgverzekeraars zelf moeten kunnen (blijven) bepalen hoe zij hun winst inzetten.

Vergunning DNB

De ACM constateert dat sprake is van een onnodig hoge toetredingsdrempel voor nieuwe zorgverzekeraars, omdat DNB relatief weinig openbare informatie geeft over het proces van vergunningverlening en de eisen waaraan moet worden voldaan, met als gevolg dat toetreders mogelijk met hogere kosten en een langere doorlooptijd van de vergunningaanvraag te maken krijgen. DNB is inmiddels bezig met het doorvoeren van bepaalde verbeteringen in het vergunningsproces (zoals het invoeren van een Digitaal Loket begin 2017).

Reguleringsonzekerheid

Tot slot noemt de ACM reguleringsonzekerheid op de zorgverzekeringsmarkt als belangrijke toetredingsdrempel. De ACM benoemt als oorzaken voor deze reguleringsonzekerheid: (i) het grote aandeel van de zorgkosten in de collectieve uitgaven (en de daarmee gepaard gaande aandacht vanmedia, bedrijfsleven, wetenschap en overheid), (ii) het relatief nieuwe zorgstelsel in Nederland en het feit dat dit moeilijk te vergelijken is met andere zorgstelsels, en (iii) grote meningsverschillen in de politiek omtrent concurrentie in de zorg. De ACM geeft aan dat er niet alleen onzekerheid is over het regelgevend kader, maar ook over het geaccepteerde marktgedrag van zorgverzekeraars binnen dit kader, en de inkomsten vanuit de risicoverevening. Deze onzekerheid heeft volgens de ACM niet alleen een negatieve invloed op innovatie, maar kan ook afschrikwekkend werken voor potentiële investeerders.

Om deze reguleringsonzekerheid te verminderen stelt de ACM het volgende voor:

  • meer rust- en stabiliteit in de wet- en regelgeving;

  • minimale overheidsbemoeienis inzake de niet-gereguleerde onderdelen van de bedrijfsvoering van zorgverzekeraars;

  • een tijdelijke ex-post correctie binnen de risicoverevening voor nieuwe zorgverzekeraars; en

  • een tijdelijke, gelimiteerde acceptatieplicht voor nieuwe zorgverzekeraars (tot een bepaald aantal verzekerden per jaar, bijv. 20.000 verzekerden in het eerste jaar).

Het (volledige) rapport van ACM en het daaropvolgend persbericht treft u respectievelijk hier en hier.