De stakingsrechter besliste op 17 maart 2016 dat er geen sprake is van aanhaking of parasitisme door Brouwerij Van Honsebrouck (‘BVH’) met het op de markt brengen van haar speciaalbier ‘Filou’ in een flesje dat zou gelijken op het ‘Duvel’-flesje van Duvel Moortgat. Er werd bijgevolg geen oneerlijke handelspraktijk vastgesteld.

Duvel Moortgat refereerde naar ‘de totaalindruk gewekt door de individuele verpakking van het bier, m.a.w. zowel het eigenlijke flesje, het etiket, als de kroonkurk’. De rechter oordeelde vooreerst dat de vorm en kleur van het flesje zeer gebruikelijk zijn op de markt van speciaalbieren. De kroonkurken werden dan weer als niet-overeenstemmend beschouwd. Er restte dus nog enkel de voorzijde van de etikettering.

Om van parasitisme te spreken bij het kopiëren van een prestatie zijn er “begeleidende omstandigheden” nodig, zoals het zich toe-eigenen van het imago of de “look-and-feel” van het beweerdelijk gekopieerde product.[2] De rechter oordeelde echter dat de lay-out van de etikettering van Duvel zeer gebruikelijk en dus niet origineel is. Ook op basis van de conceptuele overeenstemming tussen ‘Filou’ (vertaald als kwajongen met een connotatie van ‘duiveltje’) en ‘Duvel’ kon Duvel Moortgat de rechter niet overtuigen. Gezien een verwijzing naar de ‘Duivel’ in de naam van speciaalbieren veel voorkomend is, werd dit tevens als banaal beschouwd.

De analyse maakte nog melding van enkele andere factoren die allen in het voordeel van het ‘Filou’-bier speelden. Zo werd er onder meer rekening gehouden met de promotionele inspanningen van Filou en de marketingverschillen tussen beide producten.

In ondergeschikte orde voerde Duvel Moortgat aan dat het Filou bier een verwarring stichtende en/of misleidende marktpraktijk uitmaakt. Gezien het veelvuldig gebruik van de etikettering[3] en de veronderstelling dat consumenten van speciaalbieren voldoende oplettend zijn om de verschillen vast te stellen, werd ook deze vordering afgewezen.