Op 20 juni 2014 heeft de minister voor Wonen en Rijksdienst bij de Tweede kamer een novelle ingediend op het wetsvoorstel voor de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting. Met deze novelle beoogt de regering de Herzieningswet te wijzigen met het oog op de concentratie van kerntaken van woningcorporaties, het borgen van maatschappelijk vermogen, het voorkomen van marktverstoring, de versterking van de positie van gemeenten richting woningcorporaties en de verbetering van het toezicht op woningcorporaties. De wijzigingen zijn ingegeven door het regeerakkoord van het op 5 november 2012 aangetreden kabinet Rutte II.

De keuze voor een novelle is opmerkelijk. Het komt voor dat onder druk van de Eerste Kamer een wetsvoorstel dat al door de Tweede Kamer is aangenomen, wordt gewijzigd via een novelle. Dat is nu niet het geval. De huidige novelle beoogt een verregaande inhoudelijke wijziging van een reeds aangenomen voorstel.

Op 11 januari 2014 publiceerde minister Blok een concept-novelle ter consultatie. Acht partijen, te weten Aedes, de VNG, IVBN, de Woonbond, het WSW, CFV, de VTW en de ILenT zijn gericht gevraagd om een reactie. Daarnaast zijn zestig andere reacties ontvangen, afkomstig van koepelorganisaties, toegelaten instellingen, gemeenten en huurdersorganisaties. Uit de memorie van toelichting blijkt dat de regering geprobeerd heeft een aantal zorgen van instellingen weg te nemen. Tot veel wezenlijke aanpassingen heeft het echter niet geleid. Wel heeft de regering aangekondigde bepaalde aspecten bij AMvB nader uit te werken en te verduidelijken. De belangrijkste wijziging is dat de regering na reactie van diverse instellingen en op advies van de Raad van State de beperking van maatschappelijk vastgoed tot de plint van een woongebouw heeft laten vallen, waardoor ook maatschappelijk vastgoed in losstaande gebouwen mogelijk wordt.

De novelle heeft betrekking op een aantal aspecten van de Herzieningswet. De bepalingen omtrent de toelating, rechtsvorm, bestuur, raad van toezicht, good governance en de aan de minister voor te leggen besluiten het scheiden van de administratie in verband met de diensten van algemeen economisch belang, de jaarrekening en fusies blijven in de novelle inhoudelijk ongemoeid. Wel biedt de wet de minister de mogelijkheid om via AMvB’s aanvullende regels op te stellen. David Meijeren en Barbara Bierwaarschuwden in april 2014 al voor de gevaren van allerhande aanvullingen bij AMvB. Niet altijd is duidelijk hoe bepalingen zich tot elkaar zullen verhouden.

In de novelle vindt verder een inperking van de categorie diensten van algemeen economisch belang (DAEB). Slechts werkzaamheden die samenhangen met het sociale bezit en het daaraan ondergeschikte en direct daarmee verbonden maatschappelijk vastgoed zijn toegestaan. Het is instellingen voorts alleen toegestaan niet-DAEB activiteiten te ontplooien die de gemeente noodzakelijk acht en er geen commerciële marktpartijen bereid of in staat zijn gevonden om de desbetreffende dienst op te pakken. De artikelen in de Herzieningswet blijven ongewijzigd, maar bij AMvB worden nadere regels opgesteld die de DAEB-taken preciezer afbakenen. Die AMvB is dus van groot belang en moet daarom snel ter inzage komen te liggen. De minister heeft toegezegd voor 1 augustus met een concept AMvB te komen. Pas dan weten de corporaties echt waar zij aan toe zijn.

In de oorspronkelijke versie van de Herzieningswet was reeds de verplichting opgenomen om, in verband met de Europese transparantierichtlijn en een beschikking van de Europese Commissie van 15 december 2009, een administratieve scheiding aan te brengen tussen de DAEB-activiteiten en de overige activiteiten. Met de novelle komt daar de mogelijkheid van een juridische scheiding bij. Daartoe verplicht het Europees recht overigens niet. Ook de novelle maakt de juridische scheiding niet verplicht. Kiest een corporatie voor administratieve scheiding, dan geldt een zwaarder toezichtregime, omdat eventuele risico’s die commerciële activiteiten met zich meebrengen bij een administratieve scheiding ook ten koste kunnen gaan van DAEB-activiteiten. Overigens is het mogelijk dat de Tweede Kamer op basis van een amendement alsnog besluit tot een verplichte juridische scheiding.

Naast bepalingen over de juridische vorm en inrichting van de instellingen, bevat de novelle ook een ingrijpende wijziging omtrent de wijze waarop toezicht wordt gehouden. In navolging van de Commissie Hoekstra en het advies van de Raad van State wordt de huidige instantie voor het externe financiële toezicht, het Centraal Fonds Volkshuisvesting, opgeheven en worden de taken ondergebracht bij de Financiële Autoriteit Woningcorporaties die direct onder de ministeriele verantwoordelijkheid valt. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw krijgt een grotere rol bij de sanering.

De novelle bevat een aantal wijzigingen ten opzichte van het op 5 juli 2012 door de Tweede Kamer met algemene stemmen aangenomen en aan de Eerste Kamer doorgezonden wetsvoorstel. Het kabinet streeft ernaar de herziening per 1 januari 2015 in te laten gaan.