Begin 2019 vroeg PostNL toestemming aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) om Sandd, haar grootste concurrent op het gebied van postbezorging, over te nemen. De ACM weigerde die toestemming en concludeerde in haar besluit ook dat de universele postdienstverlening niet in gevaar zou komen door die weigering. Onmiddellijk daarna verzocht PostNL de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat om alsnog een vergunning te verlenen vanwege vermeende zwaarwegende redenen van algemeen belang: de continuïteit van de postdienstverlening zou juist wel op het spel staan. De Staatssecretaris gaf met name daarom een vergunning af; op dat moment een primeur in de bestaansgeschiedenis van de Nederlandse Mededingingswet.

De Vos diensten en RM Netherlands, beiden actief op de post- en pakkettenmarkt, voorzagen dezelfde concurrentieproblemen als de ACM en zagen geen noodzaak voor de overname noch enig enkel algemeen belang dat zou zijn gediend door de overname. Daarom stelden zij beroep in tegen het besluit van de Staatssecretaris. De rechtbank Rotterdam vernietigde de vergunning in juni 2020, waarop de Staatssecretaris en PostNL in hoger beroep gingen bij het CBb en waarbij de Staatssecretaris een tweede vergunning met nagenoeg dezelfde argumentatie verleende. Op donderdag 2 juni 2022 oordeelde het CBb dat beide vergunningen onterecht zijn verleend en dat de Staatssecretaris haar oordeel over de continuïteit van de postdienstverlening niet in de plaats kon stellen van het oordeel van de ACM over die continuïteit. Daarmee is de overname op dit moment zonder vergunning tot stand gekomen hetgeen in strijd is met de Mededingingswet. PostNL heeft voor eigen rekening en risco de overname doorgevoerd terwijl de verleende vergunning nog niet onherroepelijk was. De vernietiging van de vergunningen door het CBb maakt dat de ACM de overname moet terugdraaien en de betrokken partijen moet sanctioneren.