​​​​​​In één kruimelvergunning kunnen meerdere onderdelen van de zogenaamde kruimellijst van artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) worden gecombineerd. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 maart 2017 volgt dat het ook mogelijk is tegelijkertijd omgevingsvergunning te verlenen voor:

  • wijziging van een bepaald gebruik van een bestaand hoofdgebouw (onderdeel 9);
  • bouw en gebruik van een bijbehorend bouwwerk (onderdeel 1);

Voor de praktijk is dit relevant omdat hiermee eens te meer duidelijk is dat de tekst van artikel 4, onderdeel 9 van bijlage II van het Bor niet in de weg staat aan een de facto uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk.

In de uitspraak van 29 maart 2017 stond een omgevingsvergunning voor de transformatie van de voormalige watertoren op het perceel Industrieweg 6 te Mijdrecht centraal. In de vergunning was voorzien in het veranderen van de bestemming van de watertoren in een kantoorfunctie en was de watertoren uitgebreid met een (extern) trappenhuis.

De rechtbank Midden-Nederland had in een goed gemotiveerde uitspraak van 15 maart 2016 reeds geoordeeld dat de kruimellijst door het college van B&W van De Ronde Venen terecht was gebruikt. Volgens de rechtbank was een gecombineerde toepassing van de onderdelen 1 en 9 van de kruimellijst mogelijk. Hiertegen kwamen enkele omwonenden in hoger beroep. Volgens hen had de rechtbank miskend dat niet op grondslag van onderdeel 9 van de kruimellijst van het bestemmingsplan kon worden afgeweken omdat het bouwvolume van de watertoren zou worden uitgebreid (zie het trappenhuis).

Van belang is daarbij dat de tekst van onderdeel 9 van de kruimellijst als volgt luidt:

"het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;"

Uit de onderstreepte zinsnede zou inderdaad kunnen worden afgeleid dat een kruimel voor onderdeel 9 alleen verleend mag worden als het bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet wordt vergroot. In het geval van de watertoren stond niet ter discussie dat dit wel gebeurde.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft echter weinig woorden nodig om korte metten te maken met deze interpretatie die een behoorlijk beperking van de reikwijdte van de kruimellijst zou hebben meegebracht. De Afdeling stelt simpelweg dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college bevoegd was om op grondslag van zowel het eerste als het negende lid van de kruimellijst van het bestemmingsplan af te wijken voor de uitbreidingen van de watertoren en het gebruik van de watertoren als kantoor. Ook verwijst de Afdeling – net als de rechtbank – ter onderbouwing naar de Nota van toelichting bij de wijziging van het Bor van 1 november 2014. In deze toelichting is namelijk nadrukkelijk vermeld dat een combinatie van onderdelen 1 en 9 van de lijst mogelijk is.

Eerder al hadden – naast de rechtbank Midden-Nederland – ook de rechtbanken Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2016:10451) en Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2016:2092) geoordeeld dat onderdelen 1 en 9 in één kruimelvergunning kunnen worden gecombineerd. Echter, met de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 29 maart 2017 is definitief duidelijk geworden dat de beperking in onderdeel 9 (geen bouwactiviteiten die bebouwde oppervlakte of bouwvolume vergroten) eigenlijk een dode letter is.

Immers, bouwactiviteiten in of rond een (bestaand) hoofdgebouw dat van bestemming wijzigt, zullen vrijwel altijd onder de reikwijdte vallen van onderdeel 1 van de kruimellijst. Deze reikwijdte is namelijk ruim en kort gezegd kan van dit onderdeel gebruik worden gemaakt indien:

  • er sprake is van een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een ander bouwwerk met een dak;
  • een van de gebouwen kwalificeert als hoofdgebouw;
  • het bijbehorend bouwwerk functioneel aan het hoofdgebouw is verbonden (het gebruik is in planologisch opzicht gerelateerd aan het gebruik van het hoofdgebouw);
  • de bouw/uitbreiding van aan- uitbouwen en bijgebouwen op hetzelfde perceel gebeurt.

Kortom, de gevolgen van de uitspraak van 29 maart 2017 zijn helder: er is geen sprake van een beperking van de reikwijdte van de kruimellijst: onderdelen 1 en 9 kunnen naar eigen inzicht van het gemeentebestuur worden gecombineerd. ​