Op 7 september 2016 verhelderde het Hof van Justitie de voorwaarden omtrent de toelaatbaarheid van gezamenlijk aanbiedingen. De zaak betrof de verkoop van een laptop met voorgeïnstalleerde software (onder meer het besturingssysteem Microsoft Windows Vista), zonder mogelijkheid om de laptop zonder software te verkrijgen.

Zoals ook volgt uit artikel VI.80 WER zijn gezamenlijke aanbiedingen op zich geoorloofd. Gezamenlijke aanbiedingen kunnen slechts als een oneerlijke handelspraktijk verboden worden als deze in strijd is met de vereisten van professionele toewijding en als deze het gedrag van de gemiddelde consument verstoort of kan verstoren. Factoren waarmee de nationale rechter bij de beoordeling rekening kan houden zijn de verwachtingen van een belangrijk deel van de consumenten (en of een gezamenlijk aanbod deze inlost), het bestaan van de mogelijkheid om de gezamenlijke verkoop te aanvaarden of de verkoop te herroepen, en de informatie die aan de consument wordt gegeven (en of deze ervoor zorgt dat de consument in staat is een geïnformeerd besluit te nemen).

Verder meldde het hof nog dat het essentieel karakter van de prijsaanduiding bij een uitnodiging tot aankoop louter betrekking heeft op de totale prijs van een goed. Wanneer de onderdelen van het gezamenlijk aanbod niet afzonderlijk verkocht worden, vormt het ontbreken van de prijzen van de verschillende onderdelen dus geen misleidende omissie.