De Hoge Raad heeft vandaag antwoord gegeven op de door de Rechtbank Zeeland-West Brabant gestelde prejudiciële vragen of het opleggen van een conserverende aanslag voor pensioenen en lijfrenten bij emigratie naar Frankrijk in strijd is met de goede verdragstrouw tussen Nederland en Frankrijk.

Onze hoogste rechtsinstantie oordeelt dat het door middel van een conserverende aanslag in de belastingheffing betrekken van aanspraken en bijdragen ingevolge een pensioenregeling die vóór 16 juli 2009 niet tot het loon zijn gerekend, in strijd is met de goede verdragstrouw tussen Nederland en Frankrijk. Daarnaast beslist de Hoge Raad dat het door middel van een conserverende aanslag in de belastingheffing betrekken van bijdragen voor een lijfrenteverzekering die zijn gedaan vóór 1 januari 1992 dan wel zijn gedaan in de periode van 1 januari 2001 tot en met 15 juli 2009 in strijd is met de goede verdragstrouw tussen Nederland en Frankrijk.

Achtergrond

Om te voorkomen dat belastingplichtigen in Nederland fiscaal gefaciliteerd pensioen en/of lijfrente opbouwen en vervolgens belastingvrij in Nederland na emigratie pensioen of lijfrente af te kopen is het fenomeen van de conserverende aanslag ingevoerd.

Al sinds de invoering van de conserverende aanslag voor pensioenen en lijfrenten bij emigratie is het de vraag of een dergelijk conserverende aanslag in strijd kan komen met de goede trouw die Nederland in acht moet nemen bij de uitleg en toepassing van gesloten belastingverdragen. In 2009 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de conserverende aanslag voor pensioenen bij emigratie in strijd kan komen met de goede verdragstrouw. Naar aanleiding hiervan heeft de wetgever met ingang van 16 juli 2009 de systematiek van de conserverende aanslag voor pensioenen en lijfrenten bij emigratie enigszins aangepast. Met deze wijziging beoogde de wetgever te voorkomen dat het opleggen van een conserverende aanslag in dit soort situaties in strijd zou kunnen komen met de goede verdragstrouw.

(Gedeeltelijk) in strijd met goede verdragstrouw

De Hoge Raad heeft nu beslist dat ondanks de aangepaste systematiek toch (gedeeltelijk) sprake kan zijn van strijd met de goede verdragstrouw en dat in een voorkomend geval zal moeten worden gecompartimenteerd.

Onze hoogste rechtsinstantie is van mening dat de goede verdragstrouw met Frankrijk niet wordt geschonden voor zover Nederland bij het opleggen van een conserverende aanslag aanspraken en bijdragen voor een pensioenregeling - die na 15 juli 2009 zijn gedaan en niet tot het loon zijn gerekend - in de belastingheffing betrekt. Aanspraken en bijdragen die zijn betaald vóór 16 juli 2009 mogen niet via een conserverende aanslag in de Nederlandse belastingheffing worden betrokken indien belastingplichtige emigreert naar een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten dat ter zake van het pensioen het volledige heffingsrecht toekent aan de woonstaat. Het maakt in dit verband niet uit of het pensioen in eigen beheer of bij een professionele verzekeraar is verzekerd.

Bovendien oordeelt de Hoge Raad dat de goede verdragstrouw met Frankrijk niet wordt geschonden als Nederland bij een conserverende aanslag bijdragen voor een lijfrenteaanspraak - die zijn gedaan in de periode van 1 januari 1992 tot 1 januari 2001 of in de periode na 15 juli 2009 - in de belastingheffing betrekt door middel van het in feite terugdraaien van de eerder toegepaste lijfrentepremieaftrek.

Gevolgen voor de praktijk

Wat de gevolgen van dit arrest voor de praktijk zijn, zal per individueel geval moeten worden beoordeeld. Indien de belastingplichtige emigreert zal per individueel geval moeten worden beoordeeld welk bedrag ter zake van een pensioen of lijfrente bij conserverende aanslag in de Nederlandse heffing mag worden betrokken. In het geval de opbouw van het pensioen in eigen beheer is gestopt vóór 16 juli 2009 en een belastingplichtige inmiddels is geëmigreerd uit Nederland kan dit arrest voor die persoon in het bijzonder van belang zijn.