Nadat lange tijd de verwachting was dat het UBO-register in de zomer van 2018 operationeel zou kunnen zijn, heeft de Minister van Financiën bij brief van 20 april 2018 laten weten dat de indiening van het definitieve wetsvoorstel wordt uitgesteld tot begin 2019. Aanleiding voor deze vertraging is de inwerkingtreding van de Vijfde Anti-witwasrichtlijn (EU/2018/843).

Implementatie UBO-register

De verplichting voor de lidstaten om een Ultimate Beneficial Owner (UBO) register (UBO-register) in te stellen is opgenomen in de Vierde Anti-witwasrichtlijn (EU/2015/849). In dit register dienen rechtspersonen zelf informatie over hun UBO’s bij te houden. Het UBO-register moet helpen voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor het witwassen van geld of voor terrorismefinanciering. De Vierde Anti-Witwasrichtlijn diende uiterlijk op 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd in de lidstaten. Deze termijn heeft Nederland niet gehaald. Wel is er in 2017 een voorontwerp Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden geconsulteerd. Vanwege een recente wijziging van de Vierde Anti-Witwasrichtlijn (de Vijfde Anti-Witwasrichtlijn) wordt indiening van het definitieve implementatiewetsvoorstel uitgesteld tot begin 2019, zo laat de Minister van Financiën weten bij brief van 20 april 2018. De Vijfde Anti-Witwasrichtlijn dient uiterlijk op 10 januari 2020 in de Nederlandse wet- en regelgeving geïmplementeerd te zijn.

UBO-begrip

De Nederlandse wetgever heeft intussen wel meer duidelijkheid gegeven omtrent het UBO-begrip zoals dat in Nederland gehanteerd gaat worden. In de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) worden de criteria uitgewerkt op grond waarvan moet worden bepaald of een natuurlijk persoon als UBO kwalificeert: het betreft de natuurlijke persoon die eigenaar is van of uiteindelijke zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht. In een ontwerp uitvoeringsbesluit Wwft (ontwerp besluit) worden de natuurlijke personen aangewezen die in elk geval gelden als UBO per type rechtspersoon.

Indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen UBO is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de UBO is, respectievelijk zijn, dient de rechtspersoon de zogenaamde “pseudo-UBO” te registreren: het hoger leidinggevend personeel van de rechtspersoon zelf. In het ontwerp besluit is verduidelijkt dat hieronder wordt verstaan het statutair bestuur.

Voor meer informatie over het UBO-register en de implementatie daarvan in Nederland verwijzen wij u naar onze Corporate Alerts van 18 juli 2017 en 13 februari 2017.

Implementatie overige onderdelen van de Vierde Anti-witwasrichtlijn De overige onderdelen van de Vierde Anti-witwasrichtlijn, zoals het cliëntenonderzoek door de meldingsplichtige entiteiten, worden door middel van een separaat wetsvoorstel geïmplementeerd in onder meer de Wwft. De Eerste Kamer heeft het Wetsvoorstel Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn op 10 juli 2018 aangenomen. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking zal treden. Voor meer informatie over dit wetsvoorstel verwijzen wij naar onze Update van 7 juni 2018.