Op dit moment behandelt de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel Wet zorgplicht kinderarbeid (“wetsvoorstel”). Indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen en tot wet wordt verheven, geldt voor elke onderneming die aan Nederlandse eindgebruikers goederen verkoopt of diensten levert dat gepaste zorgvuldigheid moet worden betracht om te voorkomen dat die goederen en/of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen.

Het wetsvoorstel voorziet in de invoering van een zorgplicht, die moet voorkomen dat Nederlandse producten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Ondernemingen geven invulling aan deze zorgplicht door middel van een verklaring waarin zij mededelen dat zij 'gepaste zorgvuldigheid' betrachten. Die verklaring moeten bedrijven bij de toezichthouder indienen. Een onderneming betracht gepaste zorgvuldigheid wanneer zij onderzoek doet of er een redelijk vermoeden bestaat dat de te leveren goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Indien er een redelijk vermoeden bestaat, dan dient een plan van aanpak te worden vastgesteld en uitgevoerd. In een nadere regeling zullen nog eisen worden gesteld aan het onderzoek en het plan van aanpak.

Op 19 december 2017 vond (een deel van) de plenaire behandeling in de Eerste Kamer plaats. Verschillende senatoren reageerden zeer kritisch op het wetsvoorstel en betwijfelden de effectiviteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de voorgestelde regeling. Mede om die reden is de verdere behandeling op verzoek van initiatiefnemer Kuiken voorlopig aangehouden. Het is nog niet bekend wanneer de tweede termijn van de behandeling zal plaatsvinden. Het thans voorliggende wetsvoorstel bepaalt dat de wet niet eerder dan op 1 januari 2020 in werking zal treden. Tot de inwerkingtreding hebben bedrijven de gelegenheid om hun bedrijfsvoering 'kinderarbeid-proof' te maken. Voor meer informatie over het wetsvoorstel verwijzen wij naar onze Corporate Alert van 22 mei 2017 en onze Stibbeblog van dezelfde datum.