Inleiding

urboliquidatie van vennootschappen krijgt de laatste tijd veel aandacht in de rechtspraak en literatuur. Door middel van turboliquidatie kan een vennootschap die geen baten heeft worden ontbonden zonder vereffening. Dit is neergelegd in artikel 2:19 lid 4 BW. Rechtspraak heeft uitgewezen dat de eventuele aanwezigheid van schulden geen belemmering vormt om een vennootschap op deze manier te liquideren (HR 18 december 2015, NJ 2016, 172 en Rechtbank Gelderland 27 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3490). Turboliquidatie zou echter kunnen worden misbruikt om van schulden af te komen, waardoor de schuldeisers met lege handen achterblijven. Naar aanleiding van deze problematiek rijst de vraag welke middelen de schuldeisers ter beschikking staan om daartegen op te treden. Deze vraag is gedeeltelijk beantwoord in een recente procedure bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-02-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1017)

De procedure

Feiten

De feiten bij de procedure waren – vereenvoudigd weergegeven – als volgt. Vebu B.V. is de eiser. De besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid A, B en C vormen één concern. Daarin is A de holdingmaatschappij en bestuurder van dochtermaatschappijen B en C. Bestuurder 1 is bestuurder van A en is daarmee indirect bestuurder van B en C. Bestuurder 1 en A zijn de gedaagden.

Vebu B.V. en C zijn met ingang van 1 januari 2008 een samenwerking aangegaan in de vorm van een V.O.F. Aangezien de V.O.F. verlies leed, hebben de partijen besloten de samenwerking te staken en de activiteiten over te dragen aan C. Voor deze transactie hebben de partijen een prijs bedongen van € 170.250, die – verspreid over enkele termijnen – voldaan diende te worden aan Vebu B.V. Bij de beëindigingsovereenkomst heeft B, met het oogmerk om aanvullende zekerheid te verschaffen, zich hoofdelijk verbonden voor de voldoening van de overeengekomen prijs. In B werden geen bedrijfsactiviteiten ontplooid, maar de vennootschap had wel toegang tot een kredietfaciliteit. Op 31 december 2011 is B door middel van turboliquidatie in stilte ontbonden. Ongeveer één jaar later, op 21 december 2012, is C failliet verklaard. Bij de afwikkeling van het faillissement heeft Vebu B.V. het restant van de vordering ter hoogte van € 93.750 niet vergoed gekregen.

Rechtbank

In eerste aanleg zijn A en Bestuurder 1 door Vebu B.V. op grond van onrechtmatige daad met succes aansprakelijk gesteld voor de betaling van de resterende termijnen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de handelwijze van A en haar bestuurder misbruik van recht oplevert en dat hun persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarbij is voor de rechtbank het volgende van belang. Door het vestigen van hoofdelijke aansprakelijkheid van B voor de verplichting van C, is beoogd Verbu B.V. meer zekerheid te bieden indien C failliet zou gaan. Het was voor A en haar bestuurder duidelijk dat deze mogelijkheid door de turboliquidatie zou worden gefrustreerd.

Gerechtshof

Het oordeel van de rechtbank houdt stand in hoger beroep. Daaraan voegt het Hof toe dat indien een B.V. tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, dit in de regel slechts tot aansprakelijkheid leidt van de vennootschap zelf (artikel 2:175 BW). Aansprakelijkheid van een bestuurder of van een aandeelhouder is aan hogere eisen onderworpen. Het antwoord op de vraag of een bestuurder of aandeelhouder een ernstig verwijt valt te maken, hangt af van de aard en ernst van de normschending en van de overige omstandigheden van het geval. Door B zonder voorafgaande mededeling te liquideren heeft Vebu B.V. niet de gelegenheid gehad om maatregelen te nemen. Daarmee heeft A in de hoedanigheid van bestuurder van B en Bestuurder 1, zijnde een indirect bestuurder van B, de verhaalspositie van Vebu B.V. onrechtmatig benadeeld.

Conclusie en gevolgen

Door middel van turboliquidatie kunnen vennootschappen in een korte periode stilzwijgend worden opgeheven en dit kan in bepaalde gevallen leiden tot benadeling van schuldeisers. Dit arrest laat zien dat degenen die schade lijden als gevolg van turboliquidatie, op grond van onrechtmatige daad hun schade kunnen verhalen op de achterliggende partijen, waaronder de (indirecte) bestuurders en aandeelhouders.

Mocht u geconfronteerd worden met schade als gevolg van turboliquidatie, dan zijn wij bereid om met u na te denken over een passende oplossing.