Algemeen

Recent zijn twee relevante nieuwsberichten gepubliceerd die betrekking hebben op de zorgvrijstelling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Zorgvrijstelling). Het betreft (i) de beantwoording van Kamervragen door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over jeugdhulporganisaties en (ii) een overleg dat heeft plaatsgevonden met het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst inzake de kwalificatie van medische diagnostiek onder de Zorgvrijstelling.

Jeugdhulporganisaties

Een vereniging of stichting is slechts vennootschapsbelastingplichtig voor zover zij een onderneming drijft. Van het drijven van een onderneming is sprake indien met behulp van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid wordt deelgenomen aan het economisch verkeer met het oogmerk om winst te behalen.

In een beleidsbesluit van de staatssecretaris van Financiën (het zogenoemde Subsidiebesluit) heeft de staatssecretaris aangegeven dat verenigingen of stichtingen geen oogmerk hebben om winst te behalen voor zover zij, volgens statuten of subsidieregels, de behaalde overschotten moeten aanwenden overeenkomstig de subsidiedoeleinden of terug moeten betalen aan de subsidieverstrekker.

Tot 2015 werden jeugdhulporganisaties bekostigd door middel van subsidies en had de betreffende stichting of vereniging op grond van het voornoemde Subsidiebesluit geen winstoogmerk. Als gevolg daarvan dreven zij geen onderneming en was er geen sprake van vennootschapsbelastingplicht.

Met de invoering van de Jeugdwet in 2015 is de bekostiging van deze jeugdhulporganisaties gewijzigd en zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor het inkopen van jeugdzorg bij jeugdhulpaanbieders. Als gevolg van deze wijziging kon geen beroep meer worden gedaan op het Subsidiebesluit, waardoor de betreffende stichting of verenging doorgaans wel een onderneming is gaan drijven en in beginsel vennootschapsbelastingplichtig is geworden.

De staatssecretaris heeft bij de beantwoording van Kamervragen bevestigd dat deze stichtingen of verenigingen een beroep kunnen doen op de Zorgvrijstelling indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan. Voor jeugdhulporganisaties die de Zorgvrijstelling kunnen toepassen verandert er per saldo niets: zij zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Wij raden jeugdhulporganisaties aan om in voorkomende gevallen te toetsen of zij aan de voorwaarden van de Zorgvrijstelling voldoen.

Medische diagnostiek

Eén van de voorwaarden voor toepassing van de Zorgvrijstelling is dat het betreffende lichaam zich ten minste voor 90% bezig houdt met kwalificerende zorgactiviteiten (activiteitentoets). Volgens de wettekst bestaan deze kwalificerende zorgactiviteiten uit "het genezen, verplegen of verzorgen van zieken, kraamvrouwen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wezen of ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen".

Lange tijd was het onduidelijk of de activiteiten die worden verricht in laboratoria en diagnostische centra kunnen worden aangemerkt als kwalificerende zorgactiviteiten. In een recent overleg hebben het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst aangegeven dat dergelijke activiteiten onder het begrip zorg kunnen vallen. Diagnostiek buiten het kader van zorg (te denken valt aan vaderschapstesten, drugstesten, etc.) wordt waarschijnlijk als niet-kwalificerende zorgactiviteit beschouwd voor de activiteitentoets. Indien laboratoria en diagnostische centra voldoen aan de activiteitentoets, dan kunnen zij in aanmerking komen voor de Zorgvrijstelling als zij ook aan de andere voorwaarden voldoen.

Wij raden laboratoria en diagnostische centra aan om in kaart te brengen of zij voldoen aan de activiteitentoets, dan wel hun organisatie zo kunnen inrichten dat zij kunnen gaan voldoen aan de activiteitentoets. Aanvullend zal getoetst moeten worden of aan de andere voorwaarde voor toepassing van de Zorgvrijstelling wordt voldaan.