De Eerste Kamer heeft op 7 maart 2017 de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen. Zie: Stb. 2017/115 en Stb. 2017/116). Derhalve is het vanaf 1 april 2017 voor een directeur-grootaandeelhouder (hierna: DGA) niet langer mogelijk om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Met betrekking tot pensioen dat reeds eerder werd opgebouwd in eigen beheer moet een keuze worden gemaakt.

De mogelijkheid voor pensioenopbouw in eigen beheer door een DGA wordt afgeschaft. De afschaffing van het pensioen in eigen beheer is ingegeven door met name het grote verschil tussen de commerciële en de fiscale waarde van de pensioenverplichting als gevolg van de dalende marktrente. Door het (grote) verschil tussen de commerciële en de fiscale waardering van de pensioenverplichting ontstaan er enkele knelpunten. Een van deze knelpunten is de zogenaamde ‘dividendklem’. Als gevolg van de uitkeringstest die sinds de invoering van de Flex B.V. in 2012 in de wet is verankerd, moet voordat een uitkering kan worden gedaan eerst worden beoordeeld of een B.V. na uitkering nog in staat is om aan haar opeisbare verplichtingen te voldoen. Hierbij dient de waarde in het economische verkeer van alle activa en passiva in acht te worden genomen. Door de hoge commerciële waarde van de pensioenverplichting, blijft er weinig ruimte over om uitkeringen te doen. Verder zijn de afstortingsproblematiek bij echtscheiding en het gebrek aan flexibiliteit onder andere overwegingen geweest voor afschaffing van pensioen in eigen beheer.

Er kan vanaf 1 april 2017 geen nieuw pensioen in eigen beheer meer worden opgebouwd. In ieder geval vóór 1 juli 2017 moet de pensioenopbouw zijn stopgezet. Met betrekking tot pensioen dat reeds eerder in eigen beheer werd opgebouwd moet een keuze worden gemaakt: 1. niets doen / ongewijzigd in stand laten; 2. afgestempelde pensioenaanspraken omzetten in een oudedagsverplichting; of 3. afgestempelde pensioenaanspraken afkopen. Voor welke optie er wordt gekozen hangt af van de diverse omstandigheden per geval.

Met ‘afgestempelde pensioenaanspraken’ wordt bedoeld de pensioenaanspraken die op grond van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer onbelast kunnen worden afgestempeld naar de fiscale waarde voordat deze worden omgezet of afgekocht. Het verschil tussen de commerciële waarde en de fiscale waarde valt derhalve zonder fiscale gevolgen vrij.

De keuze voor afkoop gaat gepaard met een fiscaal voordeel. Indien er voor afkoop van afgestempelde pensioenaanspraken wordt gekozen, geldt er voor de in de belastingheffing te betrekken afkoopsom 3 jaar lang een korting. Hoe sneller de afkoop plaatsvindt, hoe hoger de korting (2017: 34,5%, 2018: 25% en 2019: 19,5%). De korting wordt niet over de daadwerkelijke afkoopsom berekend, maar slecht over ten hoogste de fiscale waarde op de eindbalans van het in 2015 geëindigde boekjaar.

Indien er voor omzetting in een oudedagsverplichting of afkopen wordt gekozen, is de schriftelijke toestemming van de (ex) partner vereist. De (ex) partner krijgt immers ook te maken met de gevolgen van de keuze.

Kortom: er is actie van de DGA vereist!