De ontwikkeling van windturbines op land draait op volle toeren in Vlaanderen. Om de Europese 2020-doelstellingen te halen, is er nog meer windenergie nodig. De Raad van State geeft de windturbineontwikkelaars alvast extra argumenten door te verduidelijken dat de milieunormen voor geluid en slagschaduw met zin voor technische realiteit te interpreteren zijn.

Windturbinegeluid en slagschaduw

De Raad van State heeft al herhaaldelijk uitspraak gedaan over beroepen omtrent milieuvergunningen voor windenergieprojecten.

In een recent arrest boog de Raad van State zich over een weigering, in beroep, van een milieuvergunning voor de uitbating van een windturbinepark. Volgens de Raad volstaat geen van de volgende overwegingen om de bestreden milieuvergunning te weigeren:

  1. de aangevraagde windturbines voldoen slechts nipt aan de richtwaarden voor windturbinegeluid;
  2. de vergunningverlenende overheid stelt dat het project niet ten allen tijde aan de richtwaarden inzake geluid zal voldoen, maar onderbouwt dat standpunt niet. In de voorliggende zaak was er trouwens een controlemeting voorgesteld om de naleving van de geluidsrichtwaarden, dan wel om de nood aan bijkomende reducties na te gaan. In een princiepsarrest bevestigde de Raad van State reeds dat een dergelijke controlemeting conform is met artikel 30bis van het Vlarem I;
  3. de vergunningverlenende overheid stelt dat de slagschaduwregels de windturbines te vaak zouden moeten stilleggen, terwijl het gaat om hinderbeperkende maatregelen die als sectorale norm zijn opgelegd en die technisch perfect uitvoerbaar zijn. De vergunningverlenende overheid mag niet, in plaats van de aanvrager van een windproject, de bedrijfseconomische haalbaarheid van een beoogde activiteit appreciëren.

Met dit arrest bevestigt de Raad van State dat de normen inzake slagschaduw en windturbinegeluid met de nodige zin voor realiteit moeten worden beoordeeld.

Niettemin blijft het zaak om een vergunningdossier zo goed als als mogelijk voor te bereiden. Geluid en slagschaduw blijven belangrijke elementen om te kunnen beoordelen of de hinder voor mens en milieu van een windpark aanvaardbaar is.

Nood aan windenergie op korte én lange termijn

Om de klimaat- en energiedoelstellingen te halen, wil de Vlaamse Regering de bouw van windturbines verhogen.

Vandaag belanden vergunningen voor windparken nog vaak voor de rechter, met vertraging als gevolg.

Eind 2016 keurde de Vlaamse Regering daarom het Windplan 'Windkracht 2020' goed. Als krachtlijnen gelden: minder regels en een snellere vergunningsprocedure. De Regering stelt ook vaststaande principes zoals de lijnopstelling ("alle turbines moeten op een lijn staan") of de clustering ("steeds meerdere turbines samen bouwen") openlijk in vraag.

De wellicht meest verregaande maatregel voorziet om de windparken 'bestemmingsneutraal' te maken. Dat zou zelfs de bouw en exploitatie van windturbines in natuurgebied niet op voorhand uitsluiten.

In afwachting van de concrete uitwerking van het Windplan 2020, is er vanaf 23 februari 2017 alvast een eerste vereenvoudiging voelbaar. Dan start Vlaanderen met de omgevingsvergunning, die de bestaande milieu- en stedenbouwkundige vergunningsprocedures samenvoegt.