Het afsluitbeleid bij wanbetaling voor gas, elektriciteit en warmte, is erop gericht zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen zonder nutsvoorzieningen komen te zitten. Leveranciers zijn gehouden aan de eisen in de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas en de Warmteregeling. Beide regelingen zullen per 1 april 2018 gaan wijzigen: leveranciers zijn straks niet alleen in de winter, maar het gehele jaar door verplicht klantgegevens te verstrekken aan instanties voor schuldhulpverlening bij een voorgenomen afsluiting. Om vooraf aan de wijzigingen informatie in te winnen bij alle betrokkenen, heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een internetconsultatie opengesteld. Tot 18 december 2017 heeft u de mogelijkheid uw zienswijze te geven.

Huidige regelingen: verstrekken klantgegevens aan schuldhulpverleners in wintermaanden

Elektriciteit, gas en warmte zijn eerste levensbehoeften, en verbruikers zijn primair verantwoordelijk voor de betaling van de eigen energierekening. Dit lukt echter niet iedereen, en dit kan leiden tot afsluiting van nutsvoorzieningen. Voor kwetsbare groepen kan afsluiting vervolgens tot schuldenproblematiek leiden. Zo gaan afsluiting en heraansluiting bijvoorbeeld gepaard met opslagen, die op een budget van mensen die toch al niet veel te besteden hebben hard kunnen aankomen. Schulden houden op hun beurt weer verband met psychosociale problemen, zoals stress, spanning, angststoornissen en depressie. Afsluiting van energie kan dus aanzienlijke gevolgen hebben voor de gezondheid van kleinverbruikers en die van hun huisgenoten.

Op dit moment is uitgangspunt dat gezondheidsproblemen met name worden verwacht bij afsluiting van energie in de wintermaanden. Om die reden is in de huidige regelingen een meldplicht opgenomen: leveranciers dienen in de koude periode aan een instantie voor schuldhulpverlening melding te maken van de contactgegevens, het klantnummer en de hoogte van schuld van de betreffende wanbetalers (na een betalingsherinnering, wijzen op schuldhulpverlening en persoonlijk contact). Indien deze inspanningen niet tot contact of betaling leiden, is de leverancier verplicht de gegevens door te spelen aan een instelling voor schuldhulpverlening. Een schuldhulpverleningsinstelling kan de klant vervolgens proactief aanbieden mee te helpen om oplossingen voor de betalingsachterstanden te vinden. Deze meldplicht als onderdeel van het afsluitbeleid draagt daarmee indirect bij aan de bescherming van de gezondheid van kwetsbare personen.

Wijzigingen: uitbreiding meldplicht naar het gehele jaar

Energieleveranciers en gemeenten, die veelal samenwerken om te voorkomen dat burgers in problematische schulden terecht komen, signaleren in de praktijk dat de klanten waarbij de energielevering buiten de winterperiode wordt beëindigd niet op het netvlies van de schuldhulpverleningsinstanties komen. Energie Nederland, een aantal gemeenten waaronder Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag (de G4), de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) en Divosa, zien het enkel doorgeven van gegevens in de wintermaanden als een beperkende factor voor het vroeg signaleren van problematische schulden. Deze instanties hebben de Minister van EZK daarom verzocht de verplichting voor leveranciers klantgegevens te verstrekken aan instanties voor schuldhulpverlening tijdens de wintermaanden uit te breiden naar een verplichting voor het gehele jaar. Door de Regeling Afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas en de Warmteregeling op dit punt te wijzigen, zal ook in de zomermaanden informatie verplicht moeten worden doorgegeven.

Gevolgen

Ten eerste de nalevingskosten voor energieleveranciers. Momenteel zijn er volgens Energie Nederland per maand tussen de 4500 en 5000 meldingen aan schuldhulpverleningsinstanties. Wanneer leveranciers ook in de zomerperiode gegevens moeten verstrekken aan schuldhulpverleningsinstanties, kan dit een verdubbeling van het aantal verplichte meldingen betekenen.

Gezien de toenemende gegevensuitwisseling als gevolg van dit voorstel, behoeven vervolgens ook de mogelijke implicaties voor de privacy bespreking. De Minister heeft het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer afgewogen tegen de specifieke belangen die gediend worden met de inbreuk op dit recht, waaronder het belang van de bescherming van de gezondheid. De beperking van privacy is volgens de Minister gerechtvaardigd, nu de inmenging bij wet is voorzien en sprake is van een 'dringende maatschappelijke behoefte'. Gelet op het feit dat met dit voorstel geen andere, maar enkel meer van hetzelfde type gegevens zullen worden verzameld, lag het bovendien in de lijn der verwachtingen dat de ontwerpregeling dit Privacy Impact Assessment (PIA) zou doorstaan.