De roep om financiële bijstand voor ondernemingen die getroffen worden door het sanctiebeleid van Rusland klinkt luid. De Europese Unie heeft al het voornemen voor een compensatieregeling bekendgemaakt. De beschikbare financiële ruimte is echter onvoldoende om de schade voldoende te compenseren. Andere maatregelen die worden geopperd zijn het ‘doordraaien’ (het uit de markt halen van bepaalde producten) en het beperken van de oogst. Juist van deze maatregelen wordt vaak gezegd dat zij niet mogen omdat ze in strijd zijn met het mededingingsrecht.

In normale situaties verbiedt het mededingingsrecht inderdaad dat concurrenten afspraken met elkaar maken over hun productievolume. De Russische handelsboycot van Nederlandse (agrarische) producten is echter geen normale situatie. Deze boycot vormt een reactie op de door de EU (waaronder Nederland) zelf afgekondigde sancties vanwege de geopolitieke ontwikkelingen in Oekraïne. Tegen deze achtergrond lijkt het onredelijk dat de gevolgen van de sancties worden afgewenteld op een beperkt aantal bedrijven die — bij wijze van spreken toevallig — zijn getroffen door de boycot.

Sinds 1 januari van dit jaar kan de Europese Commissie onder strikte voorwaarden het kartelverbod buiten werking stellen. Dit geldt alleen voor landbouwproducten en bovendien voor een maximale duur van zes maanden. De vraag is echter of deze mogelijkheid tijdig en voldoende soelaas biedt. Maar ook zonder zo’n beslissing van de Europese Commissie biedt het mededingingsrecht ruimte voor tijdelijke crisiskartels, ook wanneer zij langer dan zes maanden duren. Het mededingingsrecht kent namelijk een uitzondering op het kartelverbod. Wanneer — kort gezegd — de voordelen van een kartelafspraak groter zijn dan de nadelen, is een uitzondering op het kartelverbod mogelijk. Zo kunnen tijdelijke afspraken over aanbodbeperking voorkomen dat de prijzen onder een bepaald minimumniveau zakken. Daardoor kunnen bedrijven die anders failliet zouden gaan, toch nét het hoofd boven water houden.

Zodra de Russische handelsboycot over is en het crisiskartel ophoudt te bestaan, kunnen (en moeten!) de betrokken bedrijven weer op alle onderdelen met elkaar concurreren. Omdat door het tijdelijk crisiskartel alle bedrijven de boycot hebben overleefd, zal die concurrentie sterker zijn dan wanneer bepaalde bedrijven de boycot niet hadden overleefd. Door die sterke concurrentie profiteren consumenten van lagere prijzen. Simpel gezegd: door een tijdelijk crisiskartel kunnen consumenten op (middel)lange termijn profiteren van het feit dat de handelsboycot niet heeft geleid tot het verdwijnen van (innovatieve) bedrijven. Crisiskartels kunnen bovendien voorkomen dat op zichzelf genomen goed en efficiënt opererende bedrijven failliet gaan enkel omdat zij meer dan gemiddeld blootgesteld staan aan de Russische sancties. Als door een onbeheersbare koude sanering efficiënte bedrijven van de markt verdwijnen terwijl bepaalde minder efficiënte bedrijven wel kunnen overleven, dan zullen consumenten hier uiteindelijk de gevolgen (hogere prijzen en minder keuze) van ondervinden. In dit soort situaties kan een tijdelijk crisiskartel gerechtvaardigd zijn om de continuïteit van op zichzelf genomen efficiënte bedrijven te verzekeren.

Onder strikte voorwaarden kunnen tijdelijke crisiskartels dus uitkomst bieden voor de huidige situatie. Het luistert echter nauw. Daarom is het raadzaam vooraf contact te hebben met de Autoriteit Consument en Markt of eventueel de Europese Commissie.