Civiel

Rookruimtes in horeca worden verboden De HR verwerpt het cassatieberoep van de Staat tegen het arrest van het hof Den Haag waarin werd geoordeeld dat met het toestaan van rookruimtes in horeca-instellingen niet de door artikel 8 lid 2 van de WHO Framework Convention on Tobacco Control vereiste bescherming wordt geboden tegen blootstelling aan tabaksrook. De HR verwijst naar zijn eerdere oordelen (ECLI:NL:HR:2014:2928) dat deze bepaling verplicht tot effectieve bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook in onder meer openbare gebouwen en dat aan deze bepaling directe werking toekomt voor kleine cafés. Er is volgens de HR geen grond om voor horeca-instellingen in het algemeen of daarin aangewezen rookruimtes anders te oordelen. Ook bevestigt de HR het oordeel van het hof dat de Staat een redelijke tijd heeft gehad om de vereiste bescherming te realiseren.

ECLI:NL:HR:2019:1449

Straf

Gebruik van opnamen als bewijsmiddel De HR acht het onder de volgende voorwaarden mogelijk om een beeld- of geluidopname die deel uitmaakt van de processtukken voor het bewijs te gebruiken zonder deze af te spelen ter terechtzitting: (i) de opname is ter terechtzitting aan de orde gesteld in de vorm van een korte aanduiding of samenvatting, (ii) verdediging en OM hebben voorafgaand aan de terechtzitting kennis kunnen nemen van de opname en (iii) verdediging of OM hebben geen bezwaar gemaakt tegen het niet afspelen van de opname ter terechtzitting. In casu is aan die voorwaarden voldaan.

ECLI:NL:HR:2019:1414

Meld u aan voor de Hoge Raad News Update