De rechtbank Amsterdam heeft recent in kort geding geoordeeld dat een IT-ondernemer met een flexplek niet uit het verzamelgebouw mocht worden gezet, omdat niet is uit te sluiten dat sprake is van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte.

De partij die de flexibele plekken aanbiedt maakt deel uit van een wereldwijd netwerk en exploiteert in Amsterdam een gebouw waarin ondernemers gebruik kunnen maken van aldaar aanwezige kantoorfaciliteiten. Zij biedt in het gebouw verschillende lidmaatschapopties aan. De IT-ondernemer heeft op basis van zijn lidmaatschap recht op een Dedicated Desk (een eigen bureau) tegen betaling van een maandelijkse vergoeding.

De exploitant heeft de overeenkomst opgezegd en ontruiming gevorderd omdat de zakelijke relatie tussen partijen moeizaam verloopt (de IT-ondernemer hield zich niet aan de afspraken door ongevraagd conferentiezalen te gebruiken). De opzegging vond plaats conform de algemene voorwaarden die deel uitmaken van de tussen partijen gesloten overeenkomst met in achtneming van een opzegtermijn van 3 maanden.

Voor de vraag wat tussen partijen is overeengekomen is de benaming van de overeenkomst niet doorslaggevend. Dat wordt gesproken over een lidmaatschap en niet over een huurovereenkomst is dan ook niet van belang. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank is hetgeen door de IT-ondernemer wordt gebruikt meer dan alleen de huur van een bepaald bureau. Zo wordt niet alleen het gebruik van het bureau verschaft, maar ook het gebruik van het gebouw om daarin werkzaamheden aan het bureau te verrichten.

Op basis van de gepresenteerde feiten heeft de overeenkomst kenmerken van een gemengde overeenkomst waarbij naast huurelementen ook dienstverleningsaspecten een belangrijke rol spelen. Welke aspecten in dit geval als doorslaggevend moeten worden beschouwd, hangt nauw samen met hetgeen partijen voorafgaand aan de totstandkoming voor ogen hadden.

De rechtbank veroordeelt de exploitant de overeenkomst tussen haar en de IT-ondernemer voort te zetten voor een periode van 2 maanden na de datum waartegen is opgezegd, met bepaling dat deze verplichting vervalt indien de IT-ondernemer geen tijdig beroep op ontruimingsbescherming doet.

Voorlopig mag de IT-ondernemer dus blijven. Hij krijgt de gelegenheid om een verzoek tot verlenging van ontruimingsbescherming in te dienen. In die procedure zal moeten worden vastgesteld of sprake is van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte.