Elke producent die pesticiden met actieve bestanddelen, zoals fipronil, op de Europese markt wil brengen, is afhankelijk van een Europese en nationale toelating. Die toelating is slechts tijdelijk.

Daarenboven moeten de residuen van bepaalde stoffen (zoals fipronil) in ons voedsel onder een maximumgrens blijven.

Hierna geven wij u een basisinzicht hoe pesticiden op de Belgische – en bij uitbreiding de Europese – markt kunnen terechtkomen. Als voorbeeld nemen we, hoe kan het anders, de stof fipronil.

Onze voedselketen start in wezen met de kweek van gewassen. Sommige eten we rechtstreeks, andere dienen als voeder voor vee dat we nadien ook als voedsel consumeren.

Om de kweek van levensmiddelen te optimaliseren, gebruikt de mens pesticiden.

Pesticiden bevatten bepaalde zogenaamde ‘werkzame stoffen’. Actieve bestanddelen als het ware. Fipronil is een voorbeeld van zo een werkzame stof. Werkzame stoffen moeten op een lijst terechtkomen alvorens zij in aanmerking kunnen komen voor introductie op de Europese markt.

Europa verdeelt pesticiden onder in pesticiden voor landbouwgebruik (‘gewasbeschermingsmiddelen’) en pesticiden voor non-agrarisch gebruik (‘biociden’).

Een gebeurlijke toelating voor het gebruik van een stof in een pesticide voor gewassen, heeft indirect gevolgen voor de maximumresidugehalten die van die stof in ons voedsel mogen terechtkomen.

Agrarisch gebruik: Gewasbeschermingsmiddelen

Twee teksten zijn hier van bijzonder belang:

  1. Verordening Gewasbeschermingsmiddelen 1107/2009; en
  2. Uitvoeringsverordening 540/2011 van de Commissie.

Een pesticide met een werkzame stof mag maar op de markt worden gebracht als die werkzame stof op een lijst voorkomt. De producent die een werkzame stof in een voorgenomen pesticide wil verwerken, zal dus eerst bij Europa moeten aankloppen.

De wetenschappelijke evaluatie van de werkzame stoffen gebeurt op EU niveau. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) onderzoekt de werking van pesticiden onafhankelijk en wetenschappelijk. EFSA beoordeelt in een risk assessment de eventuele risico's voor de voedselketen en geeft vervolgens advies aan de lidstaten en de Europese Commissie. Deze laatsten onderzoeken het dossier vervolgens in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid en keuren finaal goed of af.

Een goedkeuring kan nadien steeds opnieuw in vraag worden gesteld of aan bijkomende voorwaarden worden onderworpen.

De Europese Commissie neemt goedgekeurde werkzame stoffen in de lijsten van de Uitvoeringsverordening op.

Verschillende (deel)lijsten met werkzame stoffen gelden:

1. Deel A en Deel B: werkzame stoffen die geacht worden te zijn goedgekeurd en goedgekeurde werkzame stoffen

Bijvoorbeeld: glyfosaat, waarvoor de goedkeuring bijna afloopt (zie onze eerdere blogpost hierover); fipronil (zie verder).

2. Deel C: goedgekeurde basisstoffen

Bijvoorbeeld: azijn als fungicide en bacteride

3. Deel D: goedgekeurde werkzame stoffen met een laag risico

Bijvoorbeeld: ijzerfosfaat CAS-nr.: 10045-86-0 (tot 31 december 2030 goedgekeurd)

4. Deel E: werkzame stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen

Bijvoorbeeld: flumetraline. Bevat op dit ogenblik zes stoffen

De toelating om een pesticide met werkzame stof op de markt te brengen, is in beginsel enkel maar van toepassing op de lidstaat waarvoor de goedkeuring is gevraagd. Navolgende toelatingen in andere lidstaten zijn mogelijk. Indien een toelating in een andere lidstaat in dezelfde zone ligt, dan moet die andere lidstaat de toelating op een paar uitzonderingen na, verlenen.

De zones zijn als volgt ingedeeld (klik op de afbeelding voor een vergrote weergave):

Klik hier om de afbeelding te bekijken

De rol van lidstaten

Artikel 28 van de Verordening Gewasbeschermingsmiddelen onderwerpt de gewasbeschermingsmiddelen tevens aan een nationale toelating voordat zij op de markt kunnen worden gebracht. Ook de intrekkingsbevoegdheid voor die toelatingen is op niveau van de lidstaten geregeld (artikel 44). Lidstaten hebben dus een belangrijke vinger in de pap te brokken.

De Belgische regels inzake pesticiden voor landbouwkundig gebruik zijn voornamelijk in een KB van 28 februari 1994 opgenomen. Behalve de Europese toelating is een erkenning van de minister bevoegd voor volksgezondheid of diens afgevaardigde ambtenaar vereist. Deze bevoegdheid valt op dit ogenblik binnen de bevoegdheid van minister Maggie De Block.

Ook het Erkenningscomité (deel van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) heeft een adviserende rol.

Uitgelicht: het traject van fipronil in pesticiden 2007: fipronil raakt goedgekeurd

De werkzame stof fipronil werd al in 2007 voor een termijn van 10 jaar aan de pesticidenlijst met werkzame stoffen toegevoegd. De geldigheidsduur van fipronil als werkzame stof in gewasbestrijdingsmiddel verstrijkt op 30 september 2017.

Bij de introductie van fipronil op de pesticidenlijst, bleek Frankrijk de rapporterende lidstaat.

Na de indiening van alle relevante informatie over de stof, bezorgde EFSA een verslag aan de Commissie en de lidstaten. Er volgde een evaluatieverslag.

De Commissie besloot vervolgens dat de werkzame stof fipronil moest worden opgenomen om ervoor te zorgen dat gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevat, in alle lidstaten kan worden toegelaten.

Daar voegde de Commissie nog aan toe dat er ten aanzien van fipronil nog verdere informatie over bepaalde aspecten moest worden verkregen en er nog verdere tests uit te voeren waren.

2010-2013: impact van fipronil op bijen

In 2010 stelde de Europese Commissie vast dat het incidentele vrijkomen van, onder andere fipronil, tot grote verliezen onder de bijenkoloniën in verschillende lidstaten leidde. Sommige lidstaten hadden besloten tot een tijdelijke opschorting van het in de handel brengen van gewasbestrijdingsmiddelen met fipronil.

Dit leidde een eerste maal tot aanvullende maatregelen en risicobeperkende maatregelen.

Op basis van informatie van Italië over de risico’s van maiszaden die met fipronil waren gecoat, herbekeek de Europese Commissie in 2013 opnieuw de goedkeuring.

Zij betrok daarbij het EFSA, dat vaststelde dat “hoge acute risico’s voor bijen” voortvloeien uit de stof. Daarnaast konden “onaanvaardbare risico’s als gevolg van acute of chronische gevolgen voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie voor meerdere gewassen niet worden uitgesloten”.

Op basis van deze hoge risico’s besloot de Europese Commissie tot het opleggen van verdere beperkingen, nl. een volledig verbod op het in de handel brengen van behandelde zaden, met uitzondering van “zaden die zijn bedoeld om in kassen te worden gezaaid en zaden van prei, ui, sjalot en koolsoorten die zijn bedoeld om op velden te worden gezaaid en vóór de bloei te worden geoogst”.

2017: fipronil-goedkeuring voor op de markt brengen loopt af

Intussen is de termijn van 10 jaar om pesticiden met fipronil als werkzame stof op de markt te mogen brengen, bijna afgelopen.

Zoals de zaken er nu voorstaan, komt er mogelijks geen verlenging van deze termijn. De initiële aanvrager en houder van de toelating voor fipronil kondigde in augustus 2017 aan niet om verlenging van de goedkeuring te zullen verzoeken.

Non-agrarisch gebruik: Biociden

Biociden zijn aan een andere regeling onderworpen, namelijk Biocidenverordening 528/2012 . Biociden zijn, samengevat, pesticiden voor non-agrarisch gebruik. Ze dienen ter bestrijding, afschrikking, vernietiging en onschadelijkmaking van schadelijke organismen, zoals schimmels en andere ziekteverwekkers. Een plaag in huis bestrijden, kort gezegd.

Ook om biociden met werkzame stoffen op de markt te brengen, is een voorafgaande goedkeuring vereist. Goedgekeurde werkzame stoffen zijn opgenomen op de website van ECHA.

Ook hier is fipronil op de lijst opgenomen, samen met strikte voorwaarden. In het kader van biociden, loopt de fipronil-goedkeuring nog tot uiterlijk tot 30 september 2023.

De Belgische regels inzake biociden zijn voornamelijk in een KB van 8 mei 2014 opgenomen. Behalve de Europese toelating, is een toelating van de minister bevoegd voor leefmilieu vereist. Deze bevoegdheid valt op dit ogenblik binnen de bevoegdheid van minister Maggie de Block.

Maximumresidugehalten EU regels

Levensmiddelen voor menselijke of dierlijke consumptie mogen maar bepaalde maximale waarden van pesticiden bevatten.

Voor deze maximumresidugehalten is tevens Europese regelgeving van kracht, met name Residuverordening 396/2005.

Alle maximumresidugehalten zijn terug te vinden in een database per stof en per voedselproduct.

De effecten van residuen zijn eveneens te onderzoeken in het kader van erkenningen voor pesticiden voor landbouwkundig gebruik.

Sinds 2 september 2008 zijn de tot dan nog geldende Belgische maximumresidugehalten opgeheven. Er gelden dus enkel nog Europese maximumresidugehalten.

Het toezicht op, onder meer, de naleving van de wetgeving betreffende alle schakels van de voedselketen is toegewezen aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Het FAVV is onderworpen aan het hiërarchisch gezag van de minister van Volksgezondheid (opnieuw: minister Maggie De Block).

Specifiek voor fipronil wijzigde de Europese Commissie op 20 oktober 2014 Verordening 396/2005. Op dat ogenblik gold een waarde van 0,020 voor fipronil in vogeleieren.

Ter voorbereiding van deze wijziging, heeft EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande maximumresidugehalten van fipronil ingediend.

Het EFSA-advies bevatte als aanbevelingen om:

  • om de bestaande maximumresidugehalten voor bloem- en sluitkoolachtigen, vet en lever van varkens, runderen, schapen en geiten, nieren van varkens en lever en eieren van pluimvee te verlagen;
  • de bestaande maximumresidugehalten te verhogen of te handhaven voor andere producten.

Duitsland stelde daarop evenwel voor om het bestaande maximumresidugehalte in vet van pluimvee te verhogen. Als reden daarvoor gaf Duitsland de tijdelijke vergunning die het land had verleend voor gewasbestrijdingsmiddelen met werkzame stof fipronil. Die tijdelijke vergunning was er gekomen naar aanleiding van een uitbraak van de kever Elateridae, een gevaar dat volgens Duitsland op geen enkele andere manier kon worden beheerst.

Aardappelen met het bestaande maximumresidugehalte voor fipronil, die aan kippen gevoerd kunnen worden, zouden kunnen leiden tot residuen die de bestaande maximumresidugehalten in het vet van pluimvee overschrijden.

EFSA heeft daarna, in een bijkomende beoordeling geconcludeerd dat in het voorstel van Duitsland “een mogelijk risico voor de gezondheid van de consument op de lange termijn niet kon worden uitgesloten”.

Vervolgens zijn de vergunningen voor het gebruik van fipronil op sluit- en boerenkool ingetrokken op verzoek van de vergunninghouder.

Een extra (derde) berekening door het EFSA van aangepaste maximumresidugehalten voor fipronil, leidde tot de conclusie dat de voorgestelde maximumresidugehalten voldoende door gegevens werden ondersteund. EFSA stelde geen risico voor consumenten vast.

Finaal werd als nieuwe waarde voor vogeleieren een verlaagd maximumresidugehalte van 0,015 (tot 31 december 2016) respectievelijk 0,005 (na 31 december 2016) aangenomen.

Conclusie: risicobeheersing boven alles?

Aldus blijkt dat Europa via een doorgedreven wetenschappelijk onderzoek toeziet op alle stoffen die in pesticiden, en bij uitbreiding in de voedselketen, kunnen terechtkomen.

Niet direct een reden tot paniek dus: aan de introductie van bestrijdingsmiddelen zoals fipronil gaat een lang en doordacht proces vooraf. Bovendien past Europa de goedkeuring aan als nieuwe gegevens opduiken.

Er is moeilijk uit te sluiten dat pesticiden, zelfs met een beschermingsstelsel, doelbewust op een onconventionele manier worden aangewend. Dan is het aan de nationale lidstaat om in te grijpen. Zolang er geen eengemaakte Europese voedselinspectie met serieuze slagkracht bestaat, kan de Europese Unie op dit punt enkel indirect tussenkomen. Wel ondernam de Europese Unie verschillende acties om consumenten te informeren. Zo bestaat er een Rapid Aldert System for Food and Feed (RASFF), waar zgn. “recalls” van voedsel op terug te vinden zijn.