Wet bescherming erfgenamen tegen schuldeisers

Vanaf 1 september 2016 is de Wet bescherming erfgenamen tegen schuldeisers (Stb. 2016, 226) van kracht. Deze wet zorgt enerzijds voor een concretisering van de gedragingen die tot automatische zuivere aanvaardingen kunnen leiden, waardoor nog enkel de verkoop of bezwaring van goederen en het op andere wijze onttrekken van goederen aan verhaal van schuldeisers automatisch zuivere aanvaarding tot gevolg hebben (indien de erfgenaam de keuze voor (beneficiaire) aanvaarding of verwerping nog niet heeft gemaakt). Anderzijds zorgt deze wet voor een grotere bescherming van erfgenamen tegen onbekende schulden van een erflater dan nu het geval is. De nieuwe wetgeving bepaalt immers dat (i) een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, door de kantonrechter kan worden gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden, zodat de erfgenaam niet meer verplicht wordt om uit diens privévermogen bij te dragen in het tekort, (ii) indien een erfgenaam na vereffening of verdeling van de nalatenschap bekend wordt met een schuld, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, hij de kantonrechter kan verzoeken om te worden ontheven van de verplichting die schuld uit zijn privévermogen te voldoen. Dit komt uiteraard pas aan de orde indien en voor zover deze schuld niet uit hetgeen de erfgenaam krachtens erfrecht uit de nalatenschap heeft verkregen, kan worden voldaan. Voor beide opties dient de erfgenaam daartoe binnen 3 maanden na de ontdekking het verzoek bij de kantonrechter te doen. Regel is dat de kantonrechter deze ontheffing ook verleent, tenzij de erfgenaam zich zodanig heeft gedragen dat de betreffende schuldeiser erop mocht vertrouwen dat de erfgenaam deze schuld uit zijn privévermogen zou voldoen. Deze nieuwe regel houdt in dat een erfgenaam in een dergelijk geval niet hoeft bij te dragen uit diens privévermogen, maar dat slechts hetgeen de erfgenaam heeft verkregen uit de nalatenschap van erflater moet worden terugbetaald.

Digitale deponering jaarrekening

Vanaf 1 juli 2016 is de Wet tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007, het Burgerlijk Wetboek en de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in verband met deponering van bescheiden in het handelsregister langs elektronische weg (Stb. 2015, 505) van kracht. Deze wet zorgt er blijkens Besluit elektronische deponering handelsregister (Stb. 2016, 149) kortgezegd voor dat vanaf boekjaar 2016 digitaal deponeren van de jaarrekening verplicht is en dat het op papier aanleveren van de jaarrekening niet meer mogelijk is. Deze verplichting geldt in eerste instantie voor 'micro en kleine' rechtspersonen. Voor 'middelgrote' rechtspersonen geldt de verplichtstelling vanaf boekjaar 2017. Voor 'grote' rechtspersonen is vooralsnog geen verplichting opgenomen tot deponering langs elektronische weg. De verwachting is dat voor 'grote' rechtspersonen de verplichtstelling vanaf boekjaar 2019 zal gelden.

VOORUITBLIK 2017:

De verhoogde schenkvrijstelling is terug

De verhoogde schenkvrijstelling tot maximaal €100.000 is vanaf 1 januari 2017 - weliswaar in gewijzigde vorm - weer terug. Aan iemand tussen de 18 en 40 jaar oud mag (in beginsel) eenmalig maximaal €100.000 belastingvrij worden geschonken, mits het belastingvrij geschonken bedrag wordt aangewend voor (i) aankoop, verbetering of onderhoud van een eigen woning, (ii) aflossing van een eigenwoningschuld, (iii) aflossing van een restschuld van een verkochte eigen woning, en/of (iv) afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming. Het bedrag van €100.000 mag worden verdeeld over drie opeenvolgende jaren. Let op: het is een vrij complexe regeling indien u reeds eerder een beroep op een van de verhoogde vrijstellingen heeft gedaan. De wetgever heeft voor enkele gevallen (complex) overgangsrecht gemaakt. De overgangsbepalingen gelden voor het geval u in 2015, 2016 of vóór 2010 gebruik heeft gemaakt van de verhoogde schenkvrijstelling.