1. Doelstelling

In heel Europa wordt door de wetgevende instanties van de lidstaten meer en meer aandacht geschonken aan verbruiksbelasting, en in het bijzonder de extra inkomsten die dergelijke verbruiksbelastingen voor de betreffende schatkist kunnen opleveren. Deze toename van wetgeving leidt niet zelden tot dubbele belasting die aanleiding kan geven tot verhoogde kosten voor ondernemers. Anders dan voor inkomstenbelastingen, hebben ondernemers hierbij niet de beschikking over een netwerk van dubbelbelastingverdragen om deze dubbele belasting te counteren.
In het kader van het EU VAT Forum werd in juni vorig jaar een proefproject gelanceerd waarbij ondernemers een “cross-border ruling” voor complexe grensoverschrijdende transacties inzake toepassing van btw kunnen aanvragen.
Het achterliggende idee is om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van ondernemers die internationaal actief zijn en geconfronteerd worden met het gegeven dat de btw-administraties van de verschillende lidstaten er niet altijd dezelfde mening op na houden. De btw-behandeling van een bepaalde levering of dienst durft in de praktijk immers nog al eens te verschillen van lidstaat tot lidstaat, ondanks de gemeenschappelijke Europese basis.
De mogelijkheid tot het verkrijgen van een voorafgaande opinie moet leiden tot meer rechtszekerheid aangaande btw bij internationale transacties. Het project mikte aanvankelijk voornamelijk op KMO’s maar biedt ook mogelijkheden voor grotere bedrijven.

2. Indiening van aanvraag tot cross-border ruling

Ondernemers kunnen complexe transacties die direct of indirect plaatsvinden in twee of meer lidstaten voorafgaandelijk bij de belastingadministratie in hun land van vestiging aanmelden. Hierbij dient de ondernemer expliciet aan te geven dat hij verzoekt dat ‘zijn’ belastingadministratie de belastingadministraties van andere lidstaten consulteert.
In België dient de aanvraag minstens de volgende elementen te bevatten:

  • de identiteit van de aanvrager en, in voorkomend geval, die van de betrokken partijen en derden;
  • de beschrijving van de activiteiten van de aanvrager;
  • de volledige beschrijving van de bijzondere situatie of verrichting;
  • de verwijzing naar de wettelijke of reglementaire bepalingen waarop de beslissing moet slaan.

Er kan geen cross-border ruling worden afgeleverd indien de aanvraag betrekking heeft op situaties of verrichtingen die identiek zijn aan die welke op fiscaal vlak al gevolgen hebben ten name van de aanvrager of die op fiscaal vlak het voorwerp uitmaken van een administratief beroep of gerechtelijke handeling tussen de Belgische Staat en de aanvrager, of indien de aanvraag de invordering van btw of vervolging betreft.

Bovendien is de aanvraag onontvankelijk als de betreffende transactie, overeenkomstig de van kracht zijnde regels over de opeisbaarheid van de btw, reeds in een btw-aangifte werd opgenomen of had moeten worden opgenomen.
Bij zijn aanvraag voegt de ondernemer een vertaling in de taal van de andere betrokken lidstaten of in het Engels.

3. Aflevering van cross-border ruling

Vervolgens treedt de belastingadministratie van de plaats van vestiging van de aanvrager in overleg met de belastingadministratie(s) van de andere betrokken lidstaten aangaande de btw-behandeling van de transactie. Bij overeenstemming tussen de verschillende belastingadministraties wordt een ruling afgeleverd.
De belastingadministraties verbinden zich ertoe om zo snel mogelijk een ruling af te leveren indien overeenstemming wordt bereikt, maar zijn hierbij niet aan een specifieke termijn gebonden. Ze dienen zich wel te houden aan de termijnen voorzien door de wetgeving van hun lidstaat. 
Inmiddels nemen 14 lidstaten deel aan het project: België, Nederland, Spanje, Portugal, Frankrijk, Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Malta, Hongarije, Slovenië, Finland en het Verenigd Koninkrijk. Het project is bovendien opengesteld voor deelname door andere lidstaten.

4. Aandachtspunten

Op dit ogenblik is het niet mogelijk om anoniem een cross-border ruling aan te vragen. Daarnaast wordt er geen garantie gegeven voor een snelle afhandeling van de aanvraag, gelet op de afwezigheid van een specifieke antwoordtermijn.

Niettemin kan de procedure aangewezen zijn voor complexe internationale transacties die in de praktijk aanleiding geven tot een verschillende btw-behandeling door twee of meer lidstaten. In het bijzonder kan een cross-border ruling zijn nut bewijzen voor internationale overnames, en meer bepaald voor de kwalificatie van een algemeenheid van goederen en de bijhorende btw-behandeling.

Het proefproject liep initieel tot 31 december 2013 maar is nu met één jaar verlengd. Een evaluatie van het project is voorzien voor juni 2014.