Op 1 januari jl. is de nieuwe Wet natuurbescherming (“Wnb“) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet is onder meer de Flora- en Faunawet komen te vervallen en zijn de regels uit deze wet overgegaan in de Wnb. Zo ook de regels met betrekking tot de jacht. In dit blog geven wij een kort overzicht van deze regels.

Het recht om te mogen jagen

In de Wnb wordt onder jacht verstaan het ‘bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van wild alsmede het doen van pogingen daartoe’ (art. 1 lid 1 Wnb). Wild is hierbij beperkt tot 5 soorten, namelijk de in het wild levende dieren van de soorten fazant, wilde eend, houtduif, haas en konijn (art. 3.20 lid 2 Wnb). Het zijn dus in beginsel enkel deze soorten waarop legaal gejaagd mag worden. Jagen op andere soorten is in principe niet toegestaan. De jacht mag hierbij enkel worden uitgeoefend op een veld dat bestemd of geschikt is voor de jacht (art. 3.20 lid 1 jo art. 1 lid 2 Wnb) en enkel door gebruik te maken van de in de wet genoemde middelen zoals geweren en jachthonden (art. 3.21 lid 1 Wnb). Indien gebruik wordt gemaakt van een geweer dient de jager een jachtakte in bezit hebben (art. 3.26 lid 1 Wnb). Deze jachtakte wordt verleend door de korpschef van de Politie (art. 3.28 lid 1 Wnb). Zonder deze akte is het in beginsel verboden in het veld een geweer te dragen (art. 3.27 lid 1 Wnb).

Degenen die gerechtigd zijn tot het uitoefenen van deze jacht zijn jachthouders. Dit zijn de eigenaar van de grond, de (erf)pachter of vruchtgebruiker van de grond, (tenzij het jachtrecht is voorbehouden aan de eigenaar of reeds is verhuurd) en degene die het jachtrecht heeft gehuurd door middel van een huurovereenkomst (art. 3.23 lid 1 Wnb). Deze personen mogen echter niet het hele jaar door jagen. De jacht is in beginsel slechts geopend tussen 15 oktober en 31 december wat betreft de fazantenhen en de haas en tussen 15 oktober en 31 januari wat betreft de fazantenhaan, de houtduif, het konijn en de wilde eend (art. 3.5 Regeling natuurbescherming). Gedurende deze tijdsperiodes mag in principe enkel worden gejaagd ná zonsopgang en vóór zonsondergang.

Jacht, beheer en schadebestrijding

Jacht moet worden onderscheiden van beheer en schadebestrijding. Het uitoefenen van de jacht vindt hoofdzakelijk plaats vanuit het oogpunt van benutting. Het kan echter ook noodzakelijk worden geacht om dieren te verjagen of te doden in geval deze dieren schade veroorzaken of indien het beheer van de populatie van de diersoort dit vereist. Maatregelen die worden genomen om schade te voorkomen aan bijvoorbeeld gewassen of vee worden genomen in het kader van schadebestrijding. Indien deze maatregelen zien op beschermde soorten is voor deze maatregelen een vrijstelling of ontheffing van de Minister van Economische Zaken of Provinciale Staten vereist. Uit het oogpunt van populatiebeheer kan het daarnaast ook nodig zijn om afschot te plegen. Vanwege onder andere een publiek belang – zoals de volksgezondheid of verkeersveiligheid – kan de omvang van populaties van diersoorten dan worden beperkt. Ook voor deze maatregelen is een ontheffing of vrijstelling van gedeputeerde staten vereist. De regeling voor schadebestrijding en populatiebeheer is opgenomen in paragraaf 3.4 Wnb en die voor de jacht in paragraaf 3.5 Wnb.

Wild- en faunabeheereenheden

Faunabeheereenheden bestaan uit samenwerkingsverbanden van jachthouders en anderen, zoals de organisaties die natuurterreinen beheren. Een faunabeheereenheid (FBE) heeft de rechtsvorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of een stichting (art. 3.12 lid 1 Wnb). Faunabeheereenheden stellen een of meer faunabeheerplannen vast voor hun werkgebied (art. 3.12 Wnb). Schadebestrijding, populatiebeheer en de uitoefening van de jacht moeten overeenkomstig het faunabeheerplan geschieden.

Uitvoering aan het faunabeheerplan wordt gegeven door wildbeheereenheden (art. 3.14 lid 1 Wnb). Een wildbeheereenheid (WBE) is een samenwerkingsverband van jacht(akte)houders en anderen in de vorm van een vereniging, die tot doel heeft te bevorderen dat jacht, beheer en schadebestrijding worden uitgevoerd, mede in samenwerking met en ten dienste van grondgebruikers of terreinbeheerders. Provinciale Staten kunnen bij verordening regels stellen waaraan in hun provincie werkzame wildbeheereenheden moeten voldoen. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de omvang en begrenzing van het gebied waarover zich de zorg van de wildbeheereenheid kan uitstrekken en de gevallen waarin en voorwaarden waaronder jachthouders zijn uitgezonderd van de uitvoering van het faunabeheerplan (art. 3.14 lid 2 Wnb).

Afronding

Ook onder de Wnb blijft de jacht mogelijk. Deze is wel aan strikte regels gebonden. Hiermee heeft de wetgever ervoor willen zorg dat de uitoefening ervan op een maatschappelijk en ecologisch aanvaardbare wijze plaatsvindt.