Het kabinet kondigde in de Kamerbrief van 27 mei 2021 het vierde noodpakket aan om de economie ten tijde van de coronacrisis te blijven ondersteunen. Onderdeel van dit noodpakket is de Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-4”). Op 23 juli 2021 is de NOW-4 gepubliceerd in de Staatscourant. Deze short read geeft een kort overzicht van de hoofdlijnen van de NOW-4 en de wijzigingen ten opzichte van de NOW-3.

Hoofdlijnen van de NOW-4

De NOW-4 voorziet in een subsidie van de loonkosten over de maanden juli, augustus en september 2021. De voorwaarden in de NOW-4 komen sterk overeen met de voorwaarden zoals deze in de vijfde tranche van de NOW-3 golden. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ("de minister") heeft daar bewust voor gekozen. Er zijn nog werkgevers die ondersteuning nodig hebben en daarvoor een beroep moeten doen op de NOW. Wel verwacht de minister dat de groep werkgevers die steun nodig heeft steeds kleiner wordt en meer werkgevers weer op eigen benen kunnen staan.

Net als de voorgaande regelingen, blijft de omzetdrempel 20% om in aanmerking te komen voor de NOW-4. Ook het vergoedingspercentage van de loonsom van 85% en de forfaitaire opslag van 40% komt terug in de NOW-4. De maximering van het in aanmerking te nemen loon blijft tweemaal het maximum dagloon (€ 9.812,30 per maand). De werkgever kan onder de NOW-4 kiezen voor een omzetdalingsperiode van drie aaneengesloten maanden in de maanden juli tot en met november 2021. Indien echter al een aanvraag is ingediend voor de vijfde tranche van de NOW-3 en de subsidie is verleend, dan dient de periode van omzetdaling waarvoor subsidie in het kader van NOW-4 wordt aangevraagd aan te sluiten op die periode van omzetdaling waarvoor in de vijfde tranche subsidie is verleend.

Wat verandert er ten opzichte van de NOW-3?

Referentiemaand wijzigt naar februari 2021

De referentiemaand is in de NOW-4 gewijzigd naar februari 2021. In de NOW-3 was dit juni 2020. Volgens de minister is februari 2021 de meest representatieve maand waarbij de loongegevens al waren vastgesteld in de polisadministratie van het UWV, voor bekendmaking van de verlening van NOW. Hiermee probeert de minister risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik te verminderen. Bij de vaststelling van de subsidie wordt de referentieloonsom vergeleken met de daadwerkelijke loonsom van de maanden juli tot en met september 2021 (de subsidieperiode).

Het wijzigen van de referentiemaand naar een actuelere periode kan voor veel werkgevers een voordeel zijn. Gedurende de maand februari 2021 waren strenge coronamaatregelen van kracht, die op dit moment deels zijn opgeheven. Bijvoorbeeld horecawerkgevers zullen in de subsidieperiode meer personeel inzetten dan in de referentiemaand, waardoor zij waarschijnlijk niet snel te maken krijgen met een loonsomdaling. Wel moeten die werkgevers er rekening mee houden dat een hogere loonsom in de subsidieperiode (ten opzichte van de referentiemaand) er niet toe zal leiden dat de NOW-subsidie hoger wordt. De referentiemaand blijft het uitgangspunt. Een loonsomdaling is overigens beperkt mogelijk. Net als onder de NOW-3, is het mogelijk om de loonsom ten opzichte van de referentiemaand met maximaal 10% te laten dalen, zonder dat dit invloed heeft op het subsidiebedrag. Dit wordt ook wel aangeduid als de "loonsomvrijstelling". Indien de loonsomvrijstelling meer daalt dan toegestaan, krijgt de werkgever voor elke euro te veel gedaalde loonsom 85 cent minder subsidie.

TVL valt niet meer onder het omzetbegrip voor de NOW

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) valt onder de NOW-4 niet meer onder het omzetbegrip. Dit geldt ook voor de NOW-3, die op dit onderdeel is gewijzigd. Deze wijziging is eerder door het kabinet aangekondigd in de Kamerbrief van 27 mei 2021. De wijziging houdt in dat ontvangen TVL-subsidies niet meer onder de omzet vallen op basis waarvan de NOW-subsidie wordt berekend. Hierdoor zal de omzet, die relevant is voor het berekenen van de hoogte van het subsidiebedrag bij de vaststelling, lager uitvallen wat resulteert in een hoger subsidiebedrag. Andere soorten subsidies en tegemoetkomingen blijven wel onderdeel uitmaken van de omzetberekeningen. Dit kunnen volgens de minister ook subsidies zijn die worden opgehoogd of verstrekt om ondernemingen te compenseren in het kader van het COVID-19-virus.

Deze wijziging in de NOW-3 en de NOW-4 is door het kabinet aangekondigd in de Kamerbrief van 27 mei 2021. Uit die Kamerbrief volgt dat het kabinet zich ervan bewust is dat werkgevers die mogelijk geen aanvraag deden onder de derde of vierde tranche van de NOW-3, omdat zij door de hoogte van de TVL niet in aanmerking kwamen, met deze wijziging achteraf benadeeld zijn. Zij kunnen nu immers geen aanvraag meer doen, omdat de aanvraag termijn voor die tranches is verlopen. Deze werkgevers zouden mogelijk met een beroep op het vertrouwensbeginsel naar de rechter kunnen stappen. Voor werkgevers die een aanvraag hebben gedaan onder de derde of vierde tranche van de NOW-3, maar minder NOW-subsidie hebben gekregen door een hoge TVL, zal dit worden gecorrigeerd bij de subsidievaststelling.

Derdenverklaring nodig vanaf € 40.000 en accountantsverklaring vanaf € 125.000

In de Kamerbrief van 31 mei 2021 heeft de minister een aantal maatregelen voorgesteld die moeten zorgen voor administratieve lastenverlichting bij de vaststellingsaanvraag van de NOW-subsidie. Een van die maatregelen is het verhogen van het drempelbedrag voor de derdenverklaring bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie. Voorheen was dit bij een voorschot van € 20.000 en een subsidievaststelling van € 25.000. In de NOW-4 is een derdenverklaring nodig vanaf een voorschot of subsidievaststelling van € 40.000. Dit is ook gewijzigd in de NOW-3. Ook voor de accountantsverklaring wijzigt het drempelbedrag. Voorheen was het drempelbedrag, waarbij een accountantsverklaring nodig was, een voorschot van € 100.000 of een subsidievaststelling van € 125.000. In de NOW-4 is het drempelbedrag voor zowel het voorschot als de subsidievaststelling gelijkgesteld. Dit is voor beiden € 125.000. Dit is ook gewijzigd in de NOW-3.

Grens percentage omzetverlies van 80%

In tegenstelling tot de eerdere NOW-regelingen, begrenst de NOW-4 het maximaal op te geven omzetdalingspercentage. Onder de NOW-4 kan de werkgever bij de subsidieaanvraag maximaal 80% omzetdaling opgeven. Indien een werkgever wordt geconfronteerd met 100% omzetdaling, kan hij onder de NOW-4 dus 20% niet meerekenen bij de subsidieaanvraag. In de eerdere NOW-regelingen kon dit wel en was het maximaal op te geven omzetdalingspercentage 100%. De wijziging laat zien dat de minister de subsidie afbouwt en verwacht dat werkgevers zelf een deel van de omzetdaling gaan dragen. Het subsidiepercentage van 85% blijft intact. Dit leidt tot het volgende voorbeeld: bij een omzetdaling van 80% zal er 68% van de totale loonsom worden vergoed (80% (omzetverliespercentage) x 85% (subsidiepercentage)). De subsidie wordt evenredig lager vastgesteld indien de omzetdaling lager is dan bij de aanvraag om verlening opgegeven.

Aanvullende subsidieverplichting: overeenkomst met werknemersvertegenwoordiging

De subsidieverplichtingen in de NOW-4 komen bijna geheel overeen met de subsidieverplichtingen in de NOW-3. Voor een uitgebreide toelichting op die verplichtingen, zie hierover ons e-book van 23 maart 2021.

The NOW-4 also includes an additional condition with regard to bonus and dividend payments. The condition, announced in the letter to parliament of June 1, 2021, follows an passed motion requesting that multinationals set conditions with regard to bonuses and dividends if they receive a wage cost subsidy. The House of Representatives considers it undesirable that government support creates financial scope for employers that is used to pay out dividends or bonuses. Although the explanationwhen the NOW-4 refers to the 'condition', this is in fact a subsidy obligation. The obligation means that employers who apply for the NOW-4 are obliged to enter into an agreement with at least one stakeholder association of employees (trade unions), which contains written agreements about the bonus and dividend policy. If there is no association of employees or if the employer has fewer than 20 employees, the agreement is concluded with another representation of employees, such as the works council or the staff representation. The obligation only applies to employers where the advance payment or the subsidy determination is € 125,000, the same threshold as for the bonus and dividend ban. The employer must submit the agreement with the application for determination of the subsidy (and therefore not with granting). This subsidy obligation is in addition to the already applicable obligation of non-payment of bonuses and dividends. This means that the employer who submits a NOW-4 application is not allowed to make bonus and dividend payments and must conclude an agreement about this with a trade union.

The new obligation provides for a double obligation that we believe is noteworthy. After all, the question is what still needs to be agreed about bonuses and dividends if the employer is not allowed to pay them on the basis of the NOW? In the explanation to the NOW-4, the minister notes that making such an agreement mandatory is proportionate and desirable "in view of the undesirability of the NOW subsidy flowing away towards bonuses and dividends, possibly even to foreign parent companies". However, the obligation to conclude the agreement rests with the employer applying for the NOW subsidy, which has already been prevented from paying bonus and dividend payments to the parent company under the bonus and dividend ban. The parent company may pay bonuses to its own board, just as other entities within the group that do not apply for NOW are allowed to pay bonuses to their own board or the board of the parent company, as the bonus ban under the main rule does not prohibit this. However, under the main rule, the parent company may also receive dividends from other entities within the group that do not apply for NOW, the dividend prohibition does not prohibit this. This is different with an application under the corporate exception, where no entity is allowed to pay dividends and the board of the parent company is not allowed to receive a bonus. However, the obligation to enter into an agreement does not directly affect bonus and dividend payments from other entities within the group,

In this context it is also noteworthy that the minister notes in the explanatory memorandum that "if an employer, for example an operating company or possibly even the group, is already bound by the obligation not to pay bonuses or dividends, an agreement will ] should be”. It seems that the minister assumes that there are also cases where the employer submitting the NOW application is not obliged to pay no bonus or dividend. However, this is not the case, this prohibition always applies to the applicant for a NOW subsidy (except under the NOW-1, where this prohibition was only added later with regard to the group exception).

In our opinion, this new subsidy obligation therefore has mainly symbolic value. The obligation means that employers have to discuss the payment of bonuses and dividends with the union or internally, while these benefits are not possible for the applicant employer under the NOW in any case. However, this symbolic obligation entails many burdens. We expect that it will be a long and difficult process for many large employers to conclude this agreement. There is a good chance that unions and other employee representations will impose additional conditions on the bonus and dividend policy, which extend beyond this subject alone. The question is therefore whether concluding this agreement is worth the NOW subsidy. If the employer is unable to conclude an agreement,