Arbeidsrechtelijk gezien was 2016 een interessant jaar. Het was het eerste volle jaar onder de WWZ en dus ook het eerste jaar waarna we de balans kunnen opmaken van de WWZ en waarna we kunnen vooruitblikken op een nieuw, ongetwijfeld eveneens interessant arbeidsrechtjaar 2017.

Het eerste jaar WWZ heeft veel rechtspraak opgeleverd over de WWZ. Zo weten we sinds kort dat een voorwaardelijke ontbinding na een ontslag op staande voet nog steeds mogelijk is, maar slechts beperkte waarde heeft aangezien de rechter in eerste aanleg de hogerberoeprechter volledig vrij moet laten in zijn keuze om wel of niet te ontbinden. Dat is eind december 2016 nog beslist door de Hoger Raad.

Ook hebben we gezien dat het aantal toegewezen ontbindingsverzoeken in 2016 ten opzichte van het laatste halfjaar van 2015 is gestegen. Gemiddeld genomen werd in 2016 tot en met oktober gemeten in circa 65% van de gevallen de arbeidsovereenkomst ontbonden. Weliswaar worden er minder ontbindingsverzoeken ingediend, maar het genoemde percentage moet u als werkgever toch iets hoopvoller stemmen dan de stand na afsluiting van het jaar 2015.

We hebben verder in de praktijk gemerkt dat de bedenktermijn bij het aangaan van een beëindigingsovereenkomst geen enkel issue is. Nog niemand van de achthoofdige arbeidsrechtsectie van Taylor Wessing heeft daar ooit mee van doen gehad. De aanzegging van bepaaldetijdcontracten is ook niet problematisch.

Waar zich in de praktijk ook relatief weinig problemen voordoen, is het non-concurrentiebeding, of beter gezegd het verbod daarop, in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en de aangepaste bepalingen met betrekking tot de proeftijd. Over deze twee onderwerpen is relatief weinig rechtspraak gepubliceerd en ook in de praktijk merken wij dat werkgevers begrip hebben voor het feit dat in veel gevallen een non-concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet is toegestaan. Er zijn overigens maar zelden werkgevers die op grond daarvan kiezen voor het aanbieden van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een concurrentiebeding. Maar dat mag geen verbazing wekken.

In 2016 hebben we ook geleerd dat de wetgever bereid is om veranderingen door te voeren waar noodzakelijk. Zo heeft hij beloofd te komen met een fonds waaruit de transitievergoeding kan worden betaald bij langdurige arbeidsongeschiktheid. In de praktijk bleek dat werkgevers niet langer bereid waren een langdurig arbeidsongeschikte werknemer te ontslaan, juist omdat dan de transitievergoeding betaald zou moeten worden. Ook komen er aanpassingen in de ketenregeling voor specifieke sectoren waarin seizoensarbeid daadwerkelijk noodzakelijk is voor het voortbestaan van een groot deel van de werkgevers binnen deze sectoren. Het is de verwachting dat deze wetgeving meer concreet zal worden in 2017.

Nu de WWZ in 2016 al redelijk is 'gesetteld', verwachten wij dat 2017 met name interessant zal worden op het gebied van ontwikkelingen ten aanzien van zelfstandigen. Het vooruitschuiven van de handhaving van de Wet DBA is daarvan een voorbeeld. Andere voorbeelden zijn de proef met betrekking tot een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (die vervolgens wel kunnen kiezen daar van af te zien). In dat kader zijn ook interessant de ontwikkelingen met betrekking tot 'werkgevers'-aansprakelijkheid voor ZZP'ers en de proefballonnetjes die zijn opgelaten voor de verplichte minimumtarieven voor (schijn)zelfstandigen.

Uiteraard houden wij u ook in 2017 weer op de hoogte van alle relevante arbeidsrechtelijke ontwikkelingen.