Per 3 december 2018 is de geoblocking verordening (verordening (EU) 2018/302, “verordening”) van toepassing. De verordening verbiedt ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie. Dat betekent dat ondernemingen die in de EU actief zijn niet langer (i) klanten de toegang tot websites, apps en andere online interfaces mogen blokkeren, (ii) klanten automatisch mogen doorgeleiden naar andere (lokale) versies van de website, (iii) verschillende algemene toegangsvoorwaarden mogen hanteren (incl. prijs en levering) en (iv) verschillende betalingsvoorwaarden mogen hanteren als dit verband houdt met de nationaliteit, verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant.

Handhavingseisen verordening

Handhaving van de verordening hoeft in Nederland voorlopig nog niet te worden verwacht van de toezichthouders. De verordening vereist namelijk dat iedere lidstaat:

  • Een instantie aanwijst die verantwoordelijk is voor de adequate en doeltreffende handhaving van de verordening (artikel 7, eerste lid verordening)
  • Maatregelen vaststelt die van toepassing zijn bij overtreding van de verordening. Die maatregelen moeten doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn (artikel 7, tweede lid verordening); en
  • Een instantie aanwijst die verantwoordelijk is voor het verlenen van praktische bijstand aan consumenten in geval van een geschil tussen een consument en een handelaar dat voortvloeit uit de toepassing van de verordening (artikel 8 verordening).

Wetsvoorstel implementatie Verordening (EU) 2018/302

In Nederland is dit opgenomen in de het wetsvoorstel Wijziging van de Wet handhaving consumentenbescherming (implementatie Verordening (EU) 2018/302 (“Implementatiewet”). De implementatiewet bepaalt dat, naast de civiele rechter, de Autoriteit Consument & Markt (“ACM”) en de Autoriteit Financiële Markten (“AFM”) de instanties zijn die verantwoordelijk zijn voor de adequate en doeltreffende handhaving van de verordening (artikel 7, eerste lid verordening). Voor wat betreft de maatregelen (artikel 7, tweede lid verordening) wordt aangesloten bij het bestaande regime voor consumentenbescherming, inhoudende dat onder meer boetes kunnen worden opgelegd van maximaal EUR 900.000 of, als dat hoger is, 1% van de totale omzet van de overtreder. Verder bepaalt de Implementatiewet dat het Europees Consumenten Centrum, onderdeel van de Stichting Het Juridisch Loket, wordt aangewezen als instantie voor het verlenen van praktische bijstand aan consumenten als bedoeld in artikel 8 van de verordening.

Handhaving nog niet mogelijk door Nederlandse toezichthouder?

Het wetsvoorstel is op 28 september 2018 gepubliceerd. Op 1 november 2018 zijn echter nog een aantal Kamervragen gesteld. Die zijn op het moment van dit schrijven nog onbeantwoord gelaten. Het wetsvoorstel is dan ook nog niet aangenomen. Dat brengt met zich dat handhaving door toezichthouders in Nederland thans nog niet mogelijk is op basis van de verordening. Wij verwachten echter dat de Kamervragen op korte termijn zullen worden beantwoord en het wetsvoorstel daarna vrij snel zal worden aangenomen.

Handhaving wel mogelijk op grond van andere wetgeving?

Overigens betekent het feit dat handhaving door de toezichthouders op grond van de implementatiewet niet mogelijk is, niet dat geheel geen handhaving mogelijk is. Handhaving is in sommige – vergelijkbare – gevallen namelijk ook al mogelijk op basis van het mededingingsrecht en artikel 20 van de Dienstenrichtlijn. Zo onderzoekt de Europese Commissie momenteel of afspraken tussen een eigenaar van een gameplatform en vijf uitgevers van videogames voor de pc de mededingingsregels hebben overtreden door consumenten te beletten om pc-games aan te schaffen vanwege hun locatie of het land waar ze verblijven. Overigens geldt artikel 4 van de verordening niet voor onlinediensten met betrekking tot niet-audiovisuele werken waarop auteursrecht berust, zoals videospellen, maar ook e-books, muziek en software.