Verkopers en leveranciers van roerende goederen kunnen problemen met slecht betalende klanten voorkomen via een beding van eigendomsvoorbehoud. Met dit beding kan men namelijk contractueel bepalen dat het eigendomsrecht op een bepaald goed pas overgaat nadat de derde-verkrijger er de prijs volledig van heeft betaald.

Het is interessant om weten dat de nieuwe pandwet het wettelijk kader voor het beding van eigendomsvoorbehoud heeft aangepast, waardoor elke schuldeiser – die een eigendomsvoorbehoud bedongen heeft - zich in een steviger positie bevindt.

1. Wat is een beding van eigendomsvoorbehoud?

Het eigendomsvoorbehoud is een zekerheidsrecht waarbij contractueel bedongen wordt dat het eigendomsrecht bij een overdracht slechts overgaat op de derde-verkrijger van zodra deze laatste de prijs, die de tegenprestatie vormt van deze overdracht, volledig heeft voldaan.

Het goed komt met andere woorden pas in het vermogen van de verkrijger terecht door de volledige betaling van de prijs.

De pandwet voorziet evenwel niet in een definitie van het eigendomsvoorbehoud, maar geeft er eerder een beschrijving van.

2. Hoe was het eigendomsvoorbehoud voorheen geregeld?

Het eigendomsvoorbehoud was voorzien in de Faillissementswet, dat bepaalde dat een beding van eigendomsvoorbehoud op roerende goederen tegenstelbaar was in geval van faillissement van de koper.

Hiertoe moesten de volgende voorwaarden vervuld zijn :

  • Het beding moest schriftelijk opgesteld zijn ten laatste op het ogenblik van de levering van het goed;
  • De goederen moesten zich in natura bij de koper bevinden, en dus niet onroerend door incorporatie zijn geworden noch vermengd zijn met een ander goed.

3. Hoe is het eigendomsvoorbehoud door de pandwet geregeld?

De pandwet, die overigens op 1 januari 2018 in voege is getreden, voorziet in een wettelijke verankering in het Burgerlijk Wetboek van dit beding van eigendomsvoorbehoud en schaft art. 101 van de Faillissementswet af.

De pandwet bepaalt dat de verkoper die een eigendomsvoorbehoud heeft bedongen, zijn goederen kan terugvorderen wanneer de koper in gebreke blijft de prijs volledig te voldoen.

Daar wordt aan toegevoegd dat dit eigendomsvoorbehoud geldt ongeacht de juridische aard van de overeenkomst waarin het is opgenomen. Het geldt dus niet meer alleen in het kader van een koop/verkoop-overeenkomst maar eveneens in andere overeenkomsten, zoals ruil, schenking, aanneming… enzovoort

Zo kan een eigendomsvoorbehoud perfect bedongen worden door een aannemer die, naast de levering van diensten, ook bouwmaterialen levert. Voorheen kon hierover discussie ontstaan.

Bijkomend kan eigendomsvoorbehoud nu worden ingeroepen bij iedere vorm van samenloop, en niet meer enkel in geval van faillissement. Het kan nu ook ingeroepen worden in geval van collectieve schuldenregeling of beslag.

Voorwaarde is dat het beding van eigendomsvoorbehoud schriftelijk bedongen wordt uiterlijk op het ogenblik van de levering van het goed in kwestie, bijvoorbeeld in een offerte, bestelbon, leveringsbon. Het is aangeraden om dit beding te voorzien in de algemene verkoopsvoorwaarden die zich op deze documenten bevinden.

Opgelet! De regels worden nog aangescherpt ingeval de koper een consument is. In dat geval moet de instemming van de koper uit het geschrift zelf blijken. Het eigendomsvoorbehoud geldt dus in dat geval enkel wanneer de consument zijn instemming met het beding uitdrukkelijk heeft ondertekend.

4. Een sterker eigendomsvoorbehoud dan voorheen

Het goed moet niet meer sowieso in natura aanwezig zijn, zoals dat eerder voorzien was in de Faillissementswet.

  • In de eerste plaats is er de mogelijkheid van een zakelijk subrogatierecht, waardoor een schuldvordering tot de betaling van de prijs in de plaats kan komen van het bezwaarde goed, wanneer het goed door verkocht is of wanneer het tenietgegaan of beschadigd is of waardeverlies heeft geleden. Het eigendomsvoorbehoud geldt ook op de vruchten die de bezwaarde goederen voortbrengen. De verkoper van aandelen zal zijn eigendomsvoorbehoud ook kunnen uitoefenen op de dividenden. Verder blijft het eigendomsvoorbehoud eveneens bestaan wanneer het goed werd vermengd of verwerkt tot een nieuw goed.
  • Ontstaat door toegestane verwerking een nieuw goed, dan geldt het eigendomsvoorbehoud op het nieuw tot stand gekomen goed, behoudens anders overeengekomen is. Het Burgerlijk wetboek voorziet wat er moet gebeuren ingeval van een verwerking die niet is toegestaan. Werden voor de verwerking goederen van derden aangewend en is de afscheiding van deze goederen onmogelijk of economisch niet verantwoord, dan bezwaart het pandrecht het nieuw totstandgekomen goed indien dit goed het voornaamste is of de grootste waarde heeft. In dat geval heeft de derde op de pandhouder een vordering wegens verrijking zonder oorzaak.
  • De vermenging van vervangbare goederen die volledig of gedeeltelijk met een pandrecht (in dit geval eigendomsvoorbehoud) zijn bezwaard door een of meer pandgevers, laat het pandrecht onverlet. Zijn er meerdere pandhouders, dan kunnen zij hun pandrecht op de vermengde goederen doen gelden in verhouding tot hun rechten.
  • Het eigendomsvoorbehoud blijft ook bestaan indien de bezwaarde goederen onroerend zijn geworden door incorporatie. Hiertoe wordt evenwel vereist dat het eigendomsvoorbehoud wordt geregistreerd in het pandregister. Roerende goederen worden onroerend door incorporatie doordat ze worden vastgemaakt aan een onroerend goed, zoals verwarmingstoestellen, keukenkasten en keukentoestellen, sanitairmateriaal zoals een bad of een spoeltafel, enz …

5. Registratie van het eigendomsvoorbehoud in het pandregister

De registratie in het pandregister van een eigendomsvoorbehoud is een facultatief recht.

Ingeval de bezwaarde goederen riskeren onroerend te worden door incorporatie moet het eigendomsvoorbehoud echter wel geregistreerd worden in het pandregister.

Nadat een eigendomsvoorbehoud op een goed geregistreerd is in het pandregister, ontstaat er zelfs voorrang ten opzichte van een hypothecaire schuldeiser. Uit de parlementaire stukken blijkt dat deze voorrang zelfs geldt indien de registratie in het pandregister gebeurde na de hypothecaire inschrijving, met dien verstande weliswaar dat de registratie gebeurt voor het moment van de incorporatie van het goed zelf.

Onnodig te verduidelijken dat de registratie van een beding van eigendomsvoorbehoud in het pandregister in alle geval een extra bescherming biedt.

Registratie is voor 10 jaar geldig, maar kan hernieuwd worden.

Voor de registratie moet een retributie betaald worden, die al naargelang de waarde van het goed waarop het eigendomsvoorbehoud geldt, € 20 (goed van < € 10.000) tot € 500 (goed van > 500.000) bedraagt.

6. Conclusie

Het eigendomsvoorbehoud heeft sinds de invoering van de pandwet een verbeterd wettelijk kader gekregen waardoor men er vaker en efficiënter van gebruik kan maken.

Het is in alle geval interessant om een beding van eigendomsvoorbehoud te voorzien in de algemene verkoopsvoorwaarden op al de verkoopsdocumenten, zoals offertes, bestelbons, aannemingsovereenkomsten, enz. … en dit extra te laten ondertekenen door de verkrijger ingeval deze laatste een consument is.

Het eigendomsvoorbehoud is een extra bescherming mits registratie in het pandregister, maar deze registratie is niet verplicht en blijft een facultatief recht.

Hierop bestaat er één uitzondering, namelijk wanneer een bezwaard goed onroerend kan worden door incorporatie. In dat geval is men verplicht het eigendomsvoorbehoud te registreren in het pandregister. Het zou niet de eerste keer zijn dat een leverancier van bouwmaterialen met een niet te innen schuldvordering blijft zitten nadat een aannemer of een bouwheer failliet is gegaan.

Niet te vergeten dat de registratie van een eigendomsvoorbehoud geheel of gedeeltelijk verwijderd moet worden wanneer de prijs van het goed gedeeltelijk of volledig werd voldaan.

Het spreekt voor zich dat we u graag helpen bij het opstellen van uw algemene verkoopsvoorwaarden.