Op 1 januari 2019 is de Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2018 (Verzamelwet) in werking getreden. De Verzamelwet bevat verbeteringen in enkele wetten van het ministerie van Veiligheid en Justitie op het gebied van burgerlijk recht. Met betrekking tot Boek 2 BW worden enkele gebreken hersteld die het gevolg zijn van inwerkingtreding op 1 november 2015 van de Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening.

In de Verzamelwet wordt een aantal gebreken in Boek 2 BW gerepareerd die samenhangen met de uitvoering van de Europese richtlijn jaarrekening 2013/34/EU (klik hier voor de doorlopende tekst van deze richtlijn). Dit betreft voor het overgrote deel herstel van verschrijvingen, taalkundige omissies en foutieve verwijzingen. Een enkele wijziging gaat verder. Zo is in art. 2:395a BW, dat ziet op het regime voor micro-ondernemingen, destijds verzuimd om een toelichtingsvereiste uit artikel 36 lid 1 onder a van de Jaarrekeningrichtlijn op te nemen. Dit vereiste bepaalt dat een micro-onderneming het gebruik van de vrijstelling van de verplichting om in de balans opgave te doen van overlopende posten wat betreft de overige bedrijfskosten, onderaan de balans moet vermelden. Voor kleine en middelgrote rechtspersonen was nagelaten om te regelen dat zij de kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen (art. 2:365 lid 1 onder a BW) en opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal (art. 2:370 lid 1 onder d BW) in hun balans moeten opnemen. Beide omissies zijn nu hersteld.