Schade die is veroorzaakt door onrechtmatig handelen van een bestuursorgaan komt in beginsel voor vergoeding in aanmerking. Voor niet iedere schadeveroorzakende gebeurtenis kan echter een verzoek tot veroordeling tot schadevergoeding worden gedaan bij de bestuursrechter, maar moet een procedure bij de burgerlijke rechter worden gestart. In dit blog uit de FAQ-serie wordt ingegaan op de vraag in welke gevallen een verzoek tot schadevergoeding kan worden ingediend bij de bestuursrechter en in welke gevallen de burgerlijke rechter bevoegd is.

Bij welke schadeveroorzakende gebeurtenissen kan je naar de bestuursrechter stappen?

In artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (“Awb”) is bepaald voor welke schadeveroorzakende gebeurtenissen je (in beginsel) een verzoek tot veroordeling van het bestuursorgaan tot vergoeding van de schade kunt indienen bij de bestuursrechter. Het gaat onder meer om het nemen van een onrechtmatig besluit, het verrichten van een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit en het niet tijdig nemen van een besluit (lid 1). Het voorgaande geldt niet wanneer het besluit van beroep bij de bestuursrechter is uitgezonderd (lid 2). In de volgende paragraaf komen wij hier op terug.

Wanneer zijn de burgerlijke rechter en de bestuursrechter exclusief bevoegd?

Zowel de burgerlijke als de bestuursrechter heeft exclusieve bevoegdheden toebedeeld gekregen in artikel 8:89 leden 1 en 2 Awb.

De bestuursrechter is exclusief bevoegd te oordelen over een verzoek tot schadevergoeding, voor zover de schade is veroorzaakt door een besluit waarover de Centrale Raad van Beroep of de Hoge Raad in enige of hoogste aanleg oordeelt. Deze besluiten zijn opgesomd in de artikelen 3, 5, 9, 10 en 12 van bijlage 2 van de Awb. Kort gezegd gaat het om belasting-, sociale zekerheid- en ambtenarenzaken. Daarnaast is de bestuursrechter exclusief bevoegd in vreemdelingenzaken. Dit volgt uit de artikelen 71a en 72a van de Vreemdelingenwet 2000.

De bestuursrechter die bevoegd is te oordelen over het besluit waardoor de schade is veroorzaakt, is tevens bevoegd ten aanzien van het verzoek tot schadevergoeding. Het verzoek wordt daarom ingediend bij dezelfde bestuursrechter (artikel 8:90 lid 1 Awb). Welke bestuursrechter dit is, is te vinden in bijlage 2 bij de Awb (de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak). Wordt het verzoek gedaan tijdens de behandeling van het hoger beroep tegen het schadeveroorzakende besluit, dan wordt het ingediend bij de bestuursrechter waarbij dat hoger beroep aanhangig is (artikel 8:91 lid 1 Awb).

Voor zover de schade is veroorzaakt door of samenhangt met een besluit waarover de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) of het College van Beroep voor het bedrijfsleven (“CBb”) in hoogste aanleg oordelen en de gevraagde schadevergoeding (inclusief rente) meer dan € 25.000 bedraagt, is de burgerlijke rechter exclusief bevoegd. Dit geldt ook wanneer het schadeveroorzakende besluit van beroep bij de bestuursrechter is uitgezonderd (artikel 8:88 lid 2 Awb). De schadevergoeding dient dan te worden gevorderd in een civiele procedure bij de burgerlijke rechter.

Wanneer kan ik kiezen om naar de bestuursrechter of naar de burgerlijke rechter te gaan?

De burgerlijke rechter en de bestuursrechter hebben een gedeelde bevoegdheid voor zover de schade is veroorzaakt door een besluit waarover de Afdeling (behoudens de uitzondering van het vreemdelingenrecht zoals hiervoor genoemd) of het CBb in hoogste aanleg oordeelt en de gevraagde schadevergoeding niet meer dan € 25.000 bedraagt. Dit betekent dat in die gevallen voor de bestuursrechtelijke procedure kan worden gekozen maar dat ook de civiele weg mogelijk is.

Een reden om de schadevergoeding via de verzoekschriftprocedure van titel 8.4 bij de bestuursrechter te verzoeken, is dat bestuursrechtelijke procedures in algemene zin als laagdrempeliger worden ervaren dan civiele procedures. Zo is bijvoorbeeld het risico op veroordeling in de proceskosten aanzienlijk kleiner in het bestuursrecht. Zoals hierna nog aan de orde zal komen kan ook een ‘knip’ worden gemaakt in de gevraagde schadevergoeding, waardoor eerst een oordeel over de onrechtmatigheid en een oordeel over het verzoek tot € 25.000 wordt gevraagd in de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsgang en vervolgens de procedure wordt voortgezet bij de burgerlijke rechter. Dit wordt hierna nog nader toegelicht.

Voorbeeld

Een belanghebbende stelt schade te lijden als gevolg van een volgens hem onrechtmatig besluit op grond van de Tracéwet. Op grond van artikel 8:88 lid 1 Awb kan aan de bestuursrechter worden verzocht te oordelen over een verzoek tot vergoeding van de schade die voortvloeit uit een onrechtmatig besluit. Uit artikel 2 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak volgt dat tegen een Tracébesluit in eerste en enige aanleg beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. Het verzoek tot veroordeling tot schadevergoeding dient daarom te worden ingediend bij de Afdeling.

Overige bijzonderheden

Het is niet mogelijk om zowel de bestuursrechtelijke als civiele procedure tegelijk te voeren. Hiermee wordt voorkomen dat voor twee verschillende rechters een procedure over dezelfde schade aanhangig is. Ook is het niet mogelijk om eerst naar de burgerlijke rechter te gaan en daarna nog naar de bestuursrechter; de bestuursrechter is niet bevoegd wanneer de belanghebbende al een geding bij de burgerlijke rechter aanhangig heeft gemaakt (artikel 8:89 lid 3 Awb). De keuze voor de burgerlijke rechter is dus definitief. Omgekeerd geldt een soortgelijke regeling: zolang het verzoek van de belanghebbende bij de bestuursrechter aanhangig is, verklaart de burgerlijke rechter een vordering tot vergoeding van de schade niet-ontvankelijk (artikel 8:89 lid 4 Awb). De mogelijkheid voor een civiele procedure herleeft echter wanneer het verzoek wordt ingetrokken. Ook herleeft de rechtsmacht van de burgerlijke rechter zodra de bestuursrechter uitspraak heeft gedaan, maar slechts voor dat deel van de gestelde schade dat de competentiegrens van € 25.000 overstijgt.

Wat betreft de competentiegrens van € 25.000 nog het volgende. Het gaat hierbij om de gevraagde schadevergoeding. Het is niet vereist dat het totaal van de gestelde schade het bedrag van € 25.000 niet overstijgt. Dit betekent dat een vordering kan worden opgeknipt in twee delen. Zo kan de verzoeker ervoor kiezen eerst de (laagdrempelige) bestuursrechtelijke procedure te voeren en daarna, afhankelijk van de uitkomst van de bestuursrechtelijke procedure, de gang naar de burgerlijke rechter te maken voor de gevorderde schadevergoeding boven de € 25.000. De burgerlijke rechter is in deze procedure wat betreft het hogere bedrag (formeel) niet gebonden aan het oordeel van de bestuursrechter en kan dan ook zelfstandig over de vordering tot schadevergoeding beslissen. Zie in dit verband ook de overwegingen 9.2 tot en met 9.13 van ABRvS 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2081.

Dit is een blog in de “FAQ”-serie. Een overzicht van alle blogs in deze serie kunt u hier vinden.