Op 5 februari 2013 heeft de rechtbank Den Haag in kort geding uitspraak gedaan over de vraag of een onvolledige inschrijving terecht als ongeldig is aangemerkt.

In een aanbestedingsprocedure van Menzis voor de inkoop van intra- en extramurale zorg heeft een van de inschrijvers onvolledige documentatie ingediend. Menzis heeft daarop bij de inschrijver aangegeven dat hij binnen 24 uur zijn fout kon herstellen. Als de inschrijver in gebreke bleef, zou de inschrijving als ongeldig worden aangemerkt en daarmee niet in behandeling worden genomen.

De inschrijver heeft binnen 24 uur gereageerd, maar de inschrijving wordt door ongeldig verklaard, omdat deze alsnog incompleet zou zijn.

Beoordeling voorzieningenrechter

De rechter stelt bij de beoordeling van dit geschil voorop dat het vaste jurisprudentie is dat onvolledigheid in de inschrijving leidt tot ongeldigheid van de inschrijving. In het onderhavige geval leiden de ontbrekende documenten tot een gebrek aan essentiële informatie, waardoor een inhoudelijke beoordeling niet kan plaatsvinden. Volgens de rechter was Menzis niet gehouden om aan de inschrijver de kans te geven om haar stukken aan te vullen, zeker nu Menzis daartoe al eerder een mogelijkheid heeft geboden. Een ander oordeel zou volgens de rechter het gelijksbeginsel doorkruisen.

Conclusie

Menzis heeft als aanbesteder dus goed gehandeld in het kader van het gelijkheidsbeginsel. Voor de inschrijver is het echter de les om een tweede kans ook daadwerkelijk te benutten!