Op 11 april 2017 is de internetconsultatie van het Voorstel Interimwet veedichte gebieden van start gegaan. Inspraakreacties kunnen ingediend worden tot en met 23 mei 2017. Met dit ontwerpwetsvoorstel krijgen Provinciale Staten (PS) ruime bevoegdheden om de omvang van veehouderijen te begrenzen.

Aanleiding

Alhoewel het aantal veehouderijen in Nederland afneemt, is het gemiddeld aantal dieren per bedrijf toegenomen. Deze groei heeft zich bovendien geconcentreerd in bepaalde gebieden zoals de Gelderse Vallei (pluimvee) en de Peel (varkens en pluimvee). Dit kan zijn weerslag hebben op de leefomgeving en de volksgezondheid. Met dit ontwerpwetsvoorstel wordt het voor PS onder meer mogelijk om grenzen te stellen aan de omvang van veehouderijen in aangewezen gebieden.

Bestaande instrumenten

Op dit moment wordt de maximale omvang van de veestapel in de varkens- en pluimveehouderij op rijksniveau beperkt met behulp van onder andere dierproductierechten. Om de groei in bijvoorbeeld de melkveesector te reguleren zijn de laatste jaren verschillende instrumenten geïntroduceerd zoals onder meer de mestverwerkingsplicht en het fosfaatreductieplan. Op provinciaal niveau staat echter alleen het ruimtelijk instrumentarium ter beschikking.

Brabantse aanpak

In de ontwerp-Memorie van Toelichting wordt onder meer ingegaan op de situatie in Noord-Brabant. In Noord-Brabant hebben PS al meer mogelijkheden om aanvullende regels op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) te stellen aan de veehouderij. Deze mogelijkheden zijn uitgewerkt in de zogenoemde Brabantse Zorgvuldigheidsscore (BZV), waarin o.a. een verplichte dialoog met de omgeving wordt voorgeschreven, voordat ondernemers een omgevingsvergunning kunnen aanvragen. De BZV is met behulp van de Crisis- en herstelwet (Chw) mogelijk gemaakt door de transitie naar zorgvuldige veehouderij Noord-Brabant als experiment aan te wijzen onder de Chw. PS van Noord-Brabant kunnen daarom in de Verordening Ruimte 2014 aanvullende regels stellen. In andere provincies zijn deze mogelijkheden er – vooralsnog – niet.

Interimwet

Vooruitlopend op de Omgevingswet geeft dit ontwerpwetsvoorstel PS de bevoegdheid om meer maatwerk te leveren. Zo kunnen PS voor vee-intensieve gebieden een "Programma leefomgeving en veehouderijen" (plv) vaststellen met maatregelen voor de ontwikkeling van de veehouderijen in het betreffende gebied. Dit politiek-bestuurlijk document bindt alleen PS. Ter uitvoering hiervan kunnen PS in een verordening regels opnemen over het aantal landbouwhuisdieren per veehouderij en het aantal veehouderijen in dit zogenoemde plv-gebied, maar ook over het totale aantal landbouwhuisdieren in een gebied. Ook kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop landbouwhuisdieren worden gehouden. Deze regels zijn bindend voor de desbetreffende veehouders. Het is verboden om te handelen in strijd met de verordening. De wet voorziet in een nadeelcompensatieregeling voor agrariërs die schade zullen lijden als gevolg van de regels uit de verordening.

Uitvoering

Hoewel het ontwerpwetsvoorstel wordt aangeduid als de Interimwet veedichte gebieden, wordt niet toegelicht wanneer sprake is van 'veedichtheid'. Ook zijn er geen beperkingen gesteld aan de omvang van het plv-gebied. Wanneer naar het oordeel van PS in een gebied sprake is van een overbelasting van de leefomgeving door de omvang van de veehouderij, kunnen zij voor dat gebied een programma vaststellen.

De maatregelen die op basis van deze wet worden genomen vereisen uiteraard een goede onderbouwing. Daarbij moeten PS onder meer aangeven of er lacunes zijn of worden verwacht met betrekking tot de kwaliteit van de leefomgeving. Hierbij moet rekening worden gehouden met de actuele situatie en de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van het aantal landbouwhuisdieren en mensen in het gebied. Uit de toelichting op het ontwerpwetsvoorstel blijkt dat deze 'kwaliteit van de leefomgeving' een breed begrip is. Zo kunnen maatregelen op basis van deze wet bijvoorbeeld worden onderbouwd met argumenten die zien op gezondheidsrisico's, emissies, verkeershinder en stress en hinder die door omwonenden wordt ervaren. Ook de mate waarin bewoning en veehouderijen in het gebied zijn verweven speelt een rol.

Rechtsbescherming

Het programma en de verordening zijn niet vatbaar voor bezwaar en beroep. Tegen een beschikking op grond van de verordening staan wel rechtsmiddelen open. Via deze weg kan het beleid van PS wel aan de rechter voorgelegd worden.