Iedere onderneming of rechtspersoon die arbeidskrachten ter beschikking stelt in de zin van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (hierna: "Waadi") moet zich als uitzendonderneming registreren in het Handelsregister. Deze registratieplicht geldt sinds 1 juli 2012. Het doel van de regeling is de bestrijding van malafide uitzendbureaus. Bij de invoering van de registratieplicht is met opzet aangesloten bij de ruime definitie van uitlener in de Waadi. Deze definitie is niet beperkt tot uitzendbureaus in strikte zin, zodat ontduiking via schijnconstructies zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Uitleners en inleners kunnen controleren of de uitlener op correcte wijze geregistreerd staat via de Waadi check van de Kamer van Koophandel.

Niet alleen de uitlener overtreedt de Waadi wanneer hij arbeidskrachten ter beschikking stelt zonder registratie. Ook de inlener, die deze arbeidskrachten arbeid laat verrichten, handelt in strijd met de wet. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld.

Op 20 februari 2014 zijn de nieuwe Beleidsregels boeteoplegging Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (hierna: "Beleidsregels 2014") gepubliceerd (Stcrt. 2014, 5048). De volgende wijzigingen zijn doorgevoerd:

  1. Onder de vorige Beleidsregel boeteoplegging Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs  2013 was de hoogte van de boete bij schending van de registratieplicht EUR 12.000 per aangetroffen arbeidskracht. In de praktijk leidde dit tot onevenredig hoge boetes. De Minister verbindt daarom een maximum aan de hoogte van de op te leggen boete, die afhankelijk is van het aantal ter beschikking gestelde arbeidskrachten. 

De nieuwe boetenormbedragen die bij overtreding als uitgangspunt worden gehanteerd zijn:

  • bij minder dan tien ter beschikking gestelde arbeidskrachten: EUR 12.000
  • bij tien tot dertig ter beschikking gestelde arbeidskrachten: EUR 24.000
  • bij dertig of meer ter beschikking gestelde arbeidskrachten: EUR 48.000

In geval van recidive kan de door de Minister vastgestelde boete worden verhoogd.  

  1. Voorts wordt géén boete meer opgelegd als de registratieplicht geschonden wordt door een BV die uitsluitend haar bestuurder als arbeidskracht  ter beschikking stelt, indien de bestuurder (eventueel tezamen met zijn echtgenoot) eigenaar is van 90% of meer van de aandelen van die vennootschap. In dat geval zal ook aan de inlener geen boete worden opgelegd.  
  2. Als de uitlener in aanmerking komt voor een matiging van de boete bij een eerste overtreding omdat hij wel in het Handelsregister staat ingeschreven maar niet staat ingeschreven in de hoedanigheid van uitzender terwijl hij die activiteit mede uitoefent, dan geldt die matiging onder de nieuwe Beleidsregels 2014 ook voor de inlener, tenzij de inlener in de vijf jaar voorafgaand aan de overtreding eerder een boete is opgelegd wegens schending van de Waadi.  
  3. Ten slotte is in de Beleidsregels 2014 verduidelijkt dat als een uitlener of inlener verminderd verwijtbaar heeft gehandeld de hoogte van de boete met 50 % gematigd kan worden.  

De Beleidsregels 2014 treden in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2012. Uit de toelichting volgt dat reeds onherroepelijk geworden boetes ambtshalve zullen worden bijgesteld.