1. Wat is de loonnorm? Hoe wordt deze vastgelegd?

Met de wet van 26 juli 1996 voerde de Belgische wetgever een loonnorm in, met het oog op de vrijwaring van het concurrentievermogen van ons land.

De loonnorm bepaalt de maximale marge waarbinnen de lonen, over een periode van 2 jaar, mogen stijgen.

Door het invoeren van de loonnorm wil men vermijden dat de loonkosten in België sterker zouden stijgen dan in de ons omringende landen Duitsland, Frankrijk en Nederland (de referentielidstaten). De loonnorm omkadert de periodieke loononderhandelingen.

In principe wordt iedere twee jaar een interprofessioneel akkoord (IPA) gesloten door de sociale partners. In dit IPA wordt onder andere de loonnorm vastgelegd. De sociale partners leggen de maximale loonnorm vast, rekening houdend met het technisch verslag dat wordt opgesteld door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CBR), die de loonkostenontwikkeling in de referentielidstaten volgt aan de hand van onder andere de OESO-cijfers en een prognose maakt van de loonkostevolutie voor de komende twee jaar in de referentielidstaten.

Voor de jaren 2011-2012 zijn de sociale partners er niet in geslaagd een IPA te sluiten. Dit had tot gevolg dat er ook geen maximale loonnorm door de sociale partners werd vastgelegd. Voor de jaren 2011-2012 werd de loonnorm bij KB van 28 maart 2011 vastgelegd op 0,3 %, vermeerderd met de aanpassing van de lonen aan de evolutie van de index en de baremieke verhogingen.

  1. En voor 2013-2014?

Als gevolg van het mislukken van de onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord, heeft de minsterraad de loonnorm vastgelegd bij KB van 28 april 2013 (BS 2 mei 2013).

De loonnorm voor de komende twee jaar wordt vastgelegd op 0%. Met andere woorden, de gemiddelde loonkost per werknemer, uitgedrukt in voltijdse equivalenten (“VTE”), moet identiek blijven aan die voor de jaren 2011-2012.

Baremaverhogingen en indexeringen blijven echter wel mogelijk. Daarenboven sluit artikel 10 van de wet van 26 juli 1996 bepaalde loonelementen uit voor de berekening van de loonkostenontwikkeling. Zo tellen bijvoorbeeld de verhogingen van de loonmassa die voortvloeien uit de toename van het aantal personeelsleden in VTE niet mee.

  1. Sancties

De loonnorm mag, op straffe van nietigheid, niet overschreden worden door overeenkomsten gesloten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau. Hoewel de wet hierover onduidelijk is, wordt aangenomen dat de loonnorm op macro-economische niveau moet gerespecteerd worden. Dit houdt in dat het bijvoorbeeld mogelijk is om een bepaalde werknemer wel een loonsverhoging toe te kennen, zolang het gemiddelde over alle werknemers maar binnen de voorziene maximale loonnorm blijft. Of dit het geval is, kan pas berekend worden op het einde van de tweejarige periode, als alle loonkosten gekend zijn.

Een werkgever die de loonnorm niet respecteert, riskeert in principe een administratieve boete van 250 tot 5000 EUR. Over de geldigheid van de sanctionering bestaat echter veel discussie.

  1. Conclusie

Hoewel er pas vanaf 1 januari 2015 met zekerheid kan worden gesteld of de loonnorm gerespecteerd werd, is het belangrijk dat elke werkgever regelmatig opvolgt of de evolutie van de gemiddelde loonkost per werknemer, uitgedrukt in VTE, op hetzelfde niveau blijft als de loonkost voor de jaren 2011-2012.