De sociale partners hadden reeds eind 2011 een akkoord gesloten omtrent het moderniseren van de regels inzake arbeidsduur.

De bedoeling van deze modernisering inzake arbeidsduur is het mogelijk te maken om meer te werken tijdens piekperiodes zonder daarbij de gemiddelde arbeidsduur te verhogen en zonder te raken aan de toegelaten dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur.

Hiertoe worden er in het voorontwerp van wet drie maatregelen voorzien:

  1. Een verhoging van de interne overurengrens:

In de wettelijk voorziene gevallen waarin het presteren van overuren is toegelaten, dient hiervoor in het merendeel van de gevallen inhaalrust te worden toegekend.

In de huidige stand van de wetgeving mag de werknemer, in de wettelijk bepaalde gevallen waarin overuren zijn toegelaten, in de loop van een kwartaal maximaal 65 overuren cumuleren. Zodra deze grens bereikt wordt, dient er eerst inhaalrust te worden toegekend vóór de werknemer opnieuw overuren mag presteren en op het einde van de referentieperiode (normaal gezien is dit een kwartaal) moet het saldo normaal gezien op nul overuren staan.

Deze interne overurengrens van 65 uren wordt in het voorontwerp van wet opgetrokken naar:

  • 78 uren per kwartaal;
  • 91 uren indien de referteperiode verlengd wordt tot één jaar;
  • de jaargrens van 91 uur kan zelf nog verder opgetrokken worden, mits naleving van een overlegprocedure, tot 130 uren en eventueel zelfs, via een sectorale CAO, tot 143 uren.
  1. Inhaalrust of uitbetaling van overuren:

Momenteel kan een werknemer die overuren (tot maximaal 65 uren) heeft gepresteerd in het kader van een buitengewone vermeerdering van werk of van onvoorziene noodzakelijkheid kiezen tussen het recupereren van deze uren of de uitbetaling ervan. In de huidige stand van de wetgeving konden deze 65 uren reeds opgetrokken worden tot 130 uren via een sector- of bedrijfs-CAO.

In het voorontwerp van wet worden deze grenzen opgetrokken naar respectievelijk 91, 130 of 141 uren per kalenderjaar.

  1. Annualisering:

In de huidige stand van de wetgeving is voorzien dat de referteperiode normaal gezien een kwartaal is. Er kunnen dus 65 (en in sommige gevallen tot 130) overuren gepresteerd worden zolang die binnen het kwartaal via inhaalrust gerecupereerd worden. Momenteel bestaan er reeds mogelijkheden om deze referteperiode op één jaar te brengen, maar die verlening dient te gebeuren via een wijziging van het arbeidsreglement.

De tekst van het voorontwerp zou nu voorzien dat een CAO die de referteperiode op één jaar brengt, automatisch in het arbeidsreglement wordt gevoegd en er dus geen wijziging van het arbeidsreglement hiervoor nodig is.

De algemene bedoeling van deze wetwijziging is om bedrijven beter te laten omgaan met piek- en dalmomenten. Het is echter nog maar de vraag of de verhoging van het aantal overuren en de gemakkelijkere annualisering voldoende soelaas biedt.

Via de woordvoerder van Minister De Coninck werd bevestigd dat de timing voor de invoering van de wet alleszins in de komende maanden voorzien is.