Op 4 april 2017 wees het Hof ’s-Hertogenbosch een arrest in drie gevoegde zaken van drie appellanten (de bewoners, althans bewoner 1, 2 en/of 3) tegen Ennatuurlijk B.V. (Ennatuurlijk).1 In dit arrest heeft het Hof bepaald dat Ennatuurlijk ten onrechte een jaarlijkse aansluitbijdrage als vastrecht in rekening heeft gebracht aan de bewoners, en om die reden moeten deze bijdragen worden terugbetaald.

Feiten

Ennatuurlijk is lid van EnergieNed, de bracheorganisatie van bedrijven in de energieketen. Tot de inwerkingtreding van de Warmtewet heeft EnergieNed jaarlijks een ‘tariefadvies voor de levering van warmte aan kleinverbruikers’ (het Tariefadvies) opgesteld. Het Tariefadvies was gebaseerd op het Niet-Meer-Dan-Anders-principe (NMDA-principe).2

De bewoners hebben ten behoeve van de aansluiting op stadsverwarming van hun woningen overeenkomsten gesloten met (de rechtsvoorgangster van) Ennatuurlijk.3

De bewoners hebben een eenmalige aansluitbijdrage betaald en daarnaast heeft Ennatuurlijk jaarlijks vastrecht in rekening gebracht voor (o.m. de) periodieke aansluitkosten door middel van voorschotten (en jaarafrekeningen). Bij brief van 9 december 2011 heeft Ennatuurlijk de bewoners hierover nader geïnformeerd. Na aansluiting op het warmtenet is de looptijd van deze aansluitbijdrage 30 jaar, aldus de brief.4

De bewoners zijn daarop een procedure begonnen met als inzet dat de periodieke aansluitkosten aan de bewoners worden terugbetaald.

Bestreden vonnissen

In een tussenvonnis van 18 september 2014 heeft de kantonrechter overwogen dat bewoners 2 en 3 met Ennatuurlijk een vastrecht zijn overeengekomen voor de aansluiting van de woning op het warmtenet en dat uit die overeenkomst volgt dat er naast de eenmalige aansluitbijdrage periodieke aansluitbijdragen in rekening mogen worden gebracht.5 In de eindvonnissen heeft de kantonrechter (o.m.) bepaald dat de door Ennatuurlijk in rekening gebrachte aansluitbijdrage redelijk is, dat Ennatuurlijk deze bijdrage in rekening heeft mogen brengen en dat Ennatuurlijk evenmin dubbele kosten in rekening heeft gebracht. De kantonrechter heeft de vorderingen van de bewoners afgewezen.

Arrest Hof

De vraag die in appèl centraal staat is of Ennatuurlijk in aanvulling op de eenmalige aansluitbijdrage ook een jaarlijkse aansluitbijdrage als vastrecht in rekening mocht brengen aan de bewoners.

Het Hof onderzoekt eerst of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het in rekening brengen van een periodieke aansluitbijdrage. Het Hof heeft daarbij bekeken wat partijen zijn overeengekomen en verwijst naar het Haviltex criterium.

Het Hof kijkt vervolgens naar de bewoordingen van de offertes, op basis waarvan de bewoners de voornoemde overeenkomsten met Ennatuurlijk hebben gesloten. Het Hof meent dat de wijze van facturering van de aansluitkosten, namelijk deels ineens en deels periodiek als vastrecht, niet uit de offertes blijkt. Op de offertes stond slechts een bedrag voor de eenmalige aansluitbijdrage, zo oordeelt het Hof. Het Hof concludeert dat uit de bewoordingen van de offertes niet blijkt dat de bewoners meer aansluitkosten verschuldigd waren dan het bedrag dat in de offertes stond vermeld (namelijk de eenmalige aansluitbijdrage).

Het Hof beoordeelt vervolgens of uit het feit dat de periodieke aansluitbijdragen steeds zijn betaald mag worden afgeleid dat toch overeenstemming tussen partijen is bereikt over het periodiek in rekening brengen van een aansluitbijdrage.6 Het Hof beantwoordt deze vraag ontkennend. De reden daarvoor is dat Ennatuurlijk enerzijds en de bewoners anderzijds overeenkomsten hebben gesloten op basis waarvan de kosten voor de aansluiting reeds integraal door de bewoners zijn betaald (in de vorm van de eenmalige aansluitbijdrage). Daarnaast volgt uit de jaarlijkse Tariefadviezen dat er in het kader van de aansluiting op het warmtenet twee kostenposten in rekening kunnen worden gebracht, namelijk de rentabiliteitsbijdrage en de aansluitbijdrage (in de vorm van een eenmalig verschuldigd bedrag). Uit de jaarlijkse Tariefadviezen blijkt dat daarnaast een vastrecht verschuldigd is, onder het vastrecht valt echter niet een deel van de aansluitbijdrage, zo oordeelt het Hof.

Op basis van het bovenstaande concludeert het Hof dat de bewoners een overeenkomst tot aansluiting van hun woning op het warmtenet met Ennatuurlijk hebben gesloten (waarin niet is opgenomen dat een periodieke aansluitbijdrage in rekening kan worden gebracht) en dat Ennatuurlijk daarvoor een prijs heeft geoffreerd die de bewoners hebben geaccepteerd. Ennatuurlijk heeft dan niet meer het recht om een aanvullende aansluitbijdrage in rekening te brengen, aldus het Hof. De bewoners hebben de aanvullende aansluitbijdrage naar het oordeel van het Hof onverschuldigd betaald, omdat daarvoor een contractuele basis ontbreekt.

Het Hof (i) vernietigt de bestreden vonnissen, (ii) verklaart voor recht dat Ennatuurlijk bij de bewoners geen kosten meer in rekening mag brengen die betrekking hebben op aansluitkosten en (iii) veroordeelt Ennatuurlijk tot het terugbetalen aan de bewoners van de reeds betaalde bedragen van aansluitkosten.

Conclusie

In het arrest van 4 april 2017 heeft het Hof ’s-Hertogenbosch bepaald dat Ennatuurlijk ten onrechte een periodieke aansluitbijdrage aan de bewoners in een wijk in Eindhoven in rekening heeft gebracht. De vraag of het arrest van 4 april 2017 precedentwerking heeft valt nog te bezien. Het oordeel van het Hof in onderhavig arrest is zeer verweven met de feiten en hier kan zeker niet zomaar een algemene regel uit worden gedestilleerd.