De huur van bedrijfsruimte in Nederland is strikt geregeld.

Voor verhuur van bedrijfsruimte voor winkels en horecabedrijven geldt een duur van vijf jaar en indien niet met een opzegtermijn van een jaar wordt opgezegd loopt de huur automatisch voor vijf jaar door.

Niet onder deze regeling valt een huur die korter is dan twee jaar.

De huur die vijf jaar of langer duurt kan door de verhuurder worden opgezegd, maar daarvoor zijn in de wet genoemde redenen vereist. De rechter toetst vervolgens of er voldoende feitelijke en juridische gronden zijn om de huur te beëindigen.

De Nederlandse wet bevat wel een bepaling, inhoudende dat ieder van de partijen goedkeuring kan verzoeken om van de wet afwijkende bedingen in de huurovereenkomst op te nemen.

Met toestemming van de kantonrechter kunnen bepaalde dwingendrechtelijke bepalingen, die strekken tot bescherming van de huurder worden gewijzigd.

De maatstaf daarbij is dat de positie van de huurder niet wezenlijk mag worden aangetast.

Ook bestaat er geen beletsel voor een afwijking van de wettelijke bepalingen indien de maatschappelijk positie van de huurder in vergelijking met die van de verhuurder zodanig is dat hij de bescherming van deze dwingende bepalingen niet behoeft.

Te denken valt daarbij met name aan grote ondernemingen die huren. Deze hebben een dergelijke machtspositie dat zij niet zijn aangewezen op de beschermingsbepalingen van de wet.

In Nederland heeft zich daarom in geval van huurovereenkomsten tussen grote professionele partijen de gewoonte ontwikkeld om huurovereenkomsten te sluiten onder de opschortende voorwaarde dat rechterlijke goedkeuring van een afwijkend beding zal worden verleend.

Indien een huurovereenkomst een artikel bevat dat afwijkt van de wettelijke bepalingen kan door de huurder steeds aanpassing worden gevorderd. Deze vordering kan wel verjaren. De verjaringstermijn bedraagt drie jaar en begint pas te lopen vanaf het moment dat verhuurder zich op een afwijkend beding heeft beroepen.