Door de oplopende COVID-19-besmettingen en bijbehorende overheidsmaatregelen heeft het kabinet bevestigd dat aan de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (de “NOW”) een tranche wordt toegevoegd (de “NOW-5”).

De invoering van de NOW-5 is aangekondigd in de Kamerbrief van 26 november 2021 en is een direct gevolg van de verlenging van de huidige beperkende overheidsmaatregelen. Het kabinet streeft ernaar om werkgevers al in december 2021 een aanvraag te laten doen, zodat de subsidievoorschotten voor de salarisbetaling van december 2021 aan de werkgevers betaald kunnen worden.

Voorwaarden NOW-5

De voorwaarden voor de NOW-5 sluiten aan bij de vierde NOW (de “NOW-4”) die voorzag in de compensatie van de loonkosten in de maanden juli, augustus en september 2021. Werkgevers die in maanden november en december minimaal 20% omzetdaling hebben ten opzichte van de omzet over 2019 gedeeld door zes, komen in aanmerking voor subsidie onder de NOW-5. De hoogte van de subsidie is vervolgens afhankelijk van een aantal factoren. Het uitgangspunt is dat de subsidie berekend wordt aan de hand van een subsidiepercentage van 85% vermenigvuldigd met het percentage aan omzetdaling. De maximale omzetdaling voor de berekening van subsidie onder de NOW-5 is 80%. Dit betekent dat bij een omzetdaling tussen de 80% en 100%, de tegemoetkoming onder de NOW-5 68% bedraagt (80% van 85%). Dat houdt in dat werkgevers onder de NOW-5 steeds minstens 32% van de loonkosten zelf moeten betalen. Dit is gelijk aan de berekeningsmethode onder de NOW-4.

Verplichtingen NOW-5

De verplichtingen voor de werkgevers onder de NOW-5 sluiten ook aan bij de NOW-4. De inspanningsverplichting voor de van werk-naar-werk begeleiding blijft bijvoorbeeld hetzelfde: indien een werkgever voornemens is bedrijfseconomische ontslagen door te voeren dient contact opgenomen te worden met het UWV. Dit moet gebeuren vóór sluiting van het aanvraagloket van de NOW-5. De exacte datum hiervan zal bekend worden bij de publicatie van de NOW-5.

Het bonus- en dividendverbod en het verbod op inkopen van eigen aandelen zal ook voor de NOW-5 blijven gelden, maar wordt niet verder uitgebreid. Het verbod onder de NOW-5 ziet daarmee uitsluitend op het jaar 2021. Werkgevers die reeds NOW hebben aangevraagd, worden dus niet geconfronteerd met nieuwe aanvullende restricties op het uitkeren van bonussen, dividend en inkopen van eigen aandelen. Dit is bijvoorbeeld van belang voor werkgevers die onderzoek doen naar bonussen voor de toekomst na afloop van het huidige verbod aan het eind van 2021. Het verbod geldt voor iedere werkgever die ten minste € 125.000 aan voorschot of subsidie ontvangt. In de Kamerbrief waarin het kabinet de NOW-5 aankondigt, staat niet of voor de NOW-5 ook de verplichting geldt om een overeenkomst te sluiten met de vakbonden over de uitvoering van het bonus- en dividendbeleid van de werkgever. Indien dit wel het geval is, zal dit voor werkgevers die reeds gebruik hebben gemaakt van de NOW-4 vermoedelijk geen extra verplichting betekenen, aangezien de verplichte overeenkomst onder de NOW-4 al ziet op het ‘bonus- en dividendbeleid’ over 2021.

Wijzigingen ten opzichte van de NOW-4

De NOW-5 bevat ook een aantal wijzigingen ten opzichte van de NOW-4. De eerste wijziging is dat onder de NOW-5 de loonsom in november en december 2021 met 15% mag dalen ten opzichte van de referentiemaand september 2021 zonder dat dit tot een daling van de hoogte van de subsidie leidt. Onder de NOW-4 mocht de loonsom met maximaal 10% dalen. Een hogere daling van de loonsom dan 15% leidt ertoe dat de subsidie onevenredig wordt verminderd. De onevenredige daling houdt in dat voor elke euro dat de loonsom te veel is gedaald, de werkgever 85 cent minder subsidie krijgt. De belangrijkste reden voor het toestaan van deze verhoogde loonsomdaling is dat werkgevers tussen het moment van de eerste maatregelen op 13 november 2021 en de aankondiging van de NOW-5 op 26 november 2021 mogelijk al arbeidsovereenkomsten hebben beëindigd of bepaalde werknemers niet meer hebben opgeroepen. Het kabinet bevestigt dat werkgevers daar geen rekening mee konden houden en dat dit tot onredelijke situaties zou leiden. De vrijstelling van 15% draagt er bovendien aan bij dat werkgevers zich kunnen klaarmaken voor de economische realiteit van de omstandigheden na afloop van de NOW.

De tweede wijziging ziet op startende ondernemingen. Werkgevers die tussen 1 februari 2020 en 30 september 2021 zijn gestart met hun bedrijfsvoering, kunnen een aanvraag doen voor de NOW-5. In de voorgaande tranches van de NOW hadden deze startende werkgevers geen recht op een NOW-subsidie, omdat, volgens het kabinet, voor hen geen representatieve periode voor de omzetdaling beschikbaar was. Het kabinet meent dat dit nu anders is omdat de periode juli tot en met oktober 2021 voldoende representatief is voor de NOW-5 aangezien in die periode de overheidsmaatregelen beperkt waren.

De derde wijziging is dat voor het eerst sinds de invoering van de NOW in april 2020, samenloop bestaat tussen de NOW en de Werktijdverkortingsregeling (de “WTV”). De WTV werd aan het begin van de NOW gesloten, maar is inmiddels weer sinds 1 oktober 2021 opengesteld voor niet corona-gerelateerde aanvragen. Bijvoorbeeld als een werkgever tijdelijk minder werk heeft door een brand bij het bedrijf. De uitkering die een werkgever ontvangt onder de WTV zal voor de NOW als omzet aangemerkt worden, zodat de totale subsidie onder de NOW-5 lager uitvalt. Dit is een redelijke consequentie aangezien op die manier voorkomen wordt dat een werkgever dubbel gefinancierd wordt door de overheid.

Vervolg op de NOW-5

Het kabinet doet met de aankondiging van de NOW-5 een moreel appel op de werkgevers om subsidie terug te betalen indien blijkt dat op jaarbasis geen omzetverlies is geleden. Een dergelijke verplichting bestaat onder de NOW echter niet. Het kabinet evalueert bovendien of een dergelijke voorwaarde voor eventuele regelingen na de NOW kan worden ingevoerd. Het kabinet benadrukt daarbij dat het niet inzet op een verlenging van de NOW zelf. Het kabinet streeft er dus wederom naar dat dit de laatste tranche van de NOW zal zijn. Dat past ook bij de recent ingediende wetsvoorstellen die erop zijn gericht werkgevers in staat te stellen om (verantwoord) hun onderneming voort te kunnen zetten gedurende COVID-19.