Voor veel activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving is een omgevingsvergunning nodig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Bedrijven die dergelijke activiteiten willen ondernemen moeten dus een vergunning aanvragen. Het is niet altijd duidelijk welke procedure moet worden gevolgd, hoelang de procedure zal gaan duren en wanneer de vergunning gebruikt kan worden of onherroepelijk is. In een eerder blogbericht in de FAQ reeks (d.d. 1 mei 2017) is geschreven over de twee verschillende voorbereidingsprocedures die op een aanvraag om een omgevingsvergunning van toepassing zijn. Daarin werd belicht wanneer welke procedure van toepassing is. In aanvulling hierop zullen wij in dit blog nader ingaan op de beslistermijn, de inwerkingtreding en de onherroepelijkheid van een omgevingsvergunning. Wij beantwoorden hierbij de volgende vragen:

  1. Binnen welke termijn dient een bestuursorgaan op een aanvraag om een omgevingsvergunning te beslissen?
  2. Wanneer treedt een omgevingsvergunning in werking?
  3. Wanneer is een omgevingsvergunning onherroepelijk?

Onderaan de FAQ zijn twee tijdlijnen opgenomen die een snel overzicht geven van de hierna besproken procedures en termijnen.

Beslistermijn

Wanneer een particulier of een bedrijf een activiteit wil ondernemen waar een vergunning voor is vereist op grond van de Wabo, zal een aanvraag moeten worden ingediend via het Omgevingsloket online (OLO). Vanaf het moment van de aanvraag gaat de beslistermijn lopen. Wanneer de aanvraag echter niet alle informatie bevat die de wet voorschrijft, wordt de termijn opgeschort (art. 4:2 Algemene wet bestuursrecht) (hierna: Awb). In dat geval zal het bestuursorgaan een termijn moeten geven voor het aanvullen van de aanvraag en gaat de beslistermijn pas weer lopen als de aanvraag met alle benodigde informatie is aangevuld of wanneer de termijn voor aanvullen ongebruikt is verstreken (art. 4:5 lid 1 jo. 4:15 lid 1 Awb). De beslistermijn kan bovendien ook worden opgeschort op verzoek van aanvrager of op verzoek van het bestuursorgaan met instemming van de aanvrager (art. 4:15 lid 2 Awb). De beslistermijn verschilt per voorbereidingsprocedure, waarvan er zoals gezegd twee zijn: de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure.

Reguliere voorbereidingsprocedure

Toepassing

De hoofdregel is dat de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, tenzij de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is verklaard (art. 3.7 lid 1 Wabo). De reguliere voorbereidingsprocedure is bijvoorbeeld van toepassing op de omgevingsvergunning voor bouwen, wanneer dit binnen het bestemmingsplan past.

Beslistermijn

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning waarbij de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is moet het bestuursorgaan binnen acht weken beslissen (art. 3.9 lid 1 Wabo). Het bestuursorgaan kan de beslistermijn eenmalig verlengen met maximaal zes weken (art. 3.9 lid 2 Wabo). Onder bepaalde omstandigheden moet het bestuursorgaan de beslissing op de aanvraag aanhouden, bijvoorbeeld wanneer voor het indienen van de aanvraag in een bepaald gebied een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd voor dat gebied. In een dergelijk geval zal pas later op de aanvraag worden beslist. Wanneer het bestuursorgaan de beslissing moet aanhouden en hoelang die aanhouding duurt is geregeld in de artikelen 3.3, 3.4 en 3.5 Wabo.

Uitgebreide voorbereidingsprocedure

Toepassing

De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing als dit in de wet expliciet is bepaald. De hoofdregels van de uitgebreide voorbereidingsprocedure zijn vastgelegd in afdeling 3.4 Awb. De verschillende activiteiten waarbij op de aanvraag om een omgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is staan in art. 3.10 Wabo. Veel voorkomende activiteiten waarbij deze procedure geldt zijn het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting (ook wel omgevingsvergunning voor milieu genoemd) (art. 3.10 lid 1 onder c jo. art. 2.1 lid 1 onder e Wabo) en het gebruik in strijd met het bestemmingsplan, voor zover het een buitenplanse afwijking betreft (art. 3.10 lid 1 onder a jo. art. 2.1 lid 1 onder c Wabo, in samenhang met 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo). Een ander veel voorkomend geval waarbij de uitgebreide procedure moet worden gevolgd is wanneer er een verklaring van geen bedenkingen is vereist van een ander bestuursorgaan (art. 3.10 lid 1 sub e jo. 2.27 Wabo).

Uitzonderingen

Het bevoegd gezag kan eventueel bepalen dat de uitgebreide procedure niet hoeft te worden toegepast. Dit is echter alleen mogelijk wanneer de uitvoering van die activiteit door ongewone omstandigheden op korte termijn nodig is of wanneer uitvoering van een verdrag of voor Nederland bindend besluit dit vereist. Er wordt zelden toepassing gegeven aan deze mogelijkheid. In de praktijk heeft het bestuursorgaan omtrent deze bevoegdheid vaak beleid opgesteld.

Een andere uitzondering op de toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure is de situatie waarin een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de verandering van een inrichting (normaal voorbereid met de uitgebreide procedure) niet leidt tot andere of nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de huidige omgevingsvergunning toegestaan (art. 3:10 lid 3 Wabo). Dit wordt ook wel de milieuneutrale wijziging genoemd.

Beslistermijn

Indien de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, geldt er een beslistermijn van zes maanden (art. 3:18 Awb). Deze procedure duurt langer omdat het bestuursorgaan, anders dan bij de reguliere procedure, eerst een ontwerpbesluit moet nemen voordat het een definitief besluit kan nemen. Dit ontwerpbesluit wordt ter inzage gelegd (art. 3:11 Awb) en hiermee wordt de gelegenheid geboden voor een ieder om een zienswijze tegen dit ontwerp in te dienen (art. 3:15 lid 2 Awb jo. art. 3.12 lid 5 Wabo). De termijn hiervoor is zes weken (art. 3:16 Awb). Op deze wijze heeft een ieder inspraak bij de vergunningverlening. De aanvrager van de omgevingsvergunning wordt (zo nodig) in gelegenheid gesteld op de zienswijzen te reageren. Het voorgaande gebeurt binnen de periode van zes maanden want hierna moet het bestuursorgaan een definitief besluit nemen, waarbij de zienswijzen in acht moeten worden genomen. Het bestuursorgaan kan de beslistermijn eenmalig verlengen met maximaal zes weken (art. 3:12 lid 8 Wabo). De eisen voor verlenging zijn echter strenger dan bij de reguliere voorbereidingsprocedure. Verlenging kan alleen indien het een ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, binnen acht weken nadat de aanvraag is ontvangen en voordat een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd (art. 3:18 lid 2 Awb).

Inwerkingtreding

Na de beslistermijn volgt in principe een besluit op de aanvraag en zal het bestuursorgaan het besluit bekendmaken. Het kan echter voorkomen dat het bestuursorgaan niet tijdig of niet op een aanvraag beslist. De aanvrager staat dan niet met lege handen. Bepaalde vergunningen kunnen in een dergelijke situatie van rechtswege worden verleend. Wanneer hiervan sprake is zullen wij in dit blog niet bespreken, maar hiervoor verwijzen wij naar de FAQ over de lex silencio positivo. Wanneer een vergunning niet van rechtswege is verleend is er nog een andere stok achter de deur voor de aanvrager, namelijk de dwangsom bij niet tijdig beslissen op een beschikking op aanvraag (art. 4:17 Awb). Met deze mogelijkheid verbeurt het bestuursorgaan, na ingebrekestelling door de aanvrager, aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, met een maximum van 42 dagen.

Wanneer het bestuursorgaan tijdig beslist, treedt een omgevingsvergunning in de regel de dag na bekendmaking in werking (artikel 6.1 lid 1 Wabo). Dit is het geval bij de omgevingsvergunning voor bouwen. Voor veel omgevingsvergunningen geldt echter een termijn van zes weken waarna de omgevingsvergunning in werking treedt (art. 6.1 lid 2 Wabo). Dit betreft de volgende omgevingsvergunningen:

  • Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden (art. 2.1 lid 1 onder b Wabo)
  • Omgevingsvergunning voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument (art. 2.1 lid 1 onder f Wabo)
  • Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, in een beschermd stads- of dorpsgezicht (art 1 lid 1 onder h Wabo) of in gevallen waarin dit in het bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald (art. 2.1 lid 1 onder g Wabo)
  • Een omgevingsvergunning waarbij de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is.

De reden waarom de hiervoor genoemde omgevingsvergunningen pas na zes weken in werking treden is omdat deze activiteiten vaak tot onomkeerbare gevolgen leiden. Wanneer de vergunninghouder meteen van de vergunning gebruik kan maken zou bezwaar of beroep in de praktijk in veel gevallen zinloos zijn. De zes weken behelzen namelijk de bezwaar, of in sommige gevallen, de beroepstermijn (art. 6:7 Awb). In principe kan een belanghebbende tegen de omgevingsvergunning in bezwaar (art. 7:1 lid 1 Awb). Wanneer de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, is de mogelijkheid tot bezwaar echter uitgesloten en volgt direct beroep bij de bestuursrechter (art. 7:1 lid 1 onder d Awb). De dag na afloop van deze bezwaar- of beroepstermijn zal de omgevingsvergunning in werking treden. Pas vanaf dit moment is de vergunning bruikbaar. Tot de vergunning onherroepelijk wordt, is gebruik wel op eigen risico. Na bezwaar of beroep bestaat immers nog de kans dat de vergunning wordt ingetrokken of vernietigd.

Uitzondering: bij voorlopige voorziening

Van een uitzondering op de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning is sprake wanneer tijdens de bezwaartermijn (in geval van de reguliere procedure) of de beroepstermijn (in geval van de uitgebreide procedure) bij de bestuursrechter een verzoek is ingediend om een voorlopige voorziening. Wanneer een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, treedt het besluit tot vergunningverlening niet in werking totdat op het verzoek om voorlopige voorziening is beslist (art. 6.1 lid 3 Wabo). Het verzoek om een voorlopige voorziening stelt de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning dus uit. De inwerkingtreding van de omgevingsvergunning is dan afhankelijk van de beslissing van de voorzieningenrechter. Wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe – strekkende tot schorsing van de werking van de omgevingsvergunning – dan zal de omgevingsvergunning niet in werking treden totdat uitspraak in de hoofdzaak is gedaan. Het is mogelijk de voorzieningenrechter te verzoeken om een toegewezen voorziening op te heffen of te wijzigen (art. 8:87 lid 1 Awb).

Het kan uiteraard ook voorkomen dat een verzoek tot voorlopige voorziening is ingediend ná de beroepstermijn van zes weken. In dat geval is de omgevingsvergunning zes weken na bekendmaking in werking getreden. De inwerkingtreding kan echter door de uitspraak van de voorzieningenrechter worden geschorst. Dat is zowel in beroep als in hoger beroep mogelijk.

Uitzondering: directe werking

Het bestuursorgaan kan eventueel bepalen dat een omgevingsvergunning direct in werking treedt indien het dit nodig acht (art. 6.2 Wabo). Van deze mogelijkheid wordt in de praktijk niet vaak gebruik gemaakt. Dit is niet onlogisch, gezien in de wet voor de meeste omgevingsvergunningen juist bepaalde uitzonderingen voor directe inwerkingtreding zijn opgenomen.

Onherroepelijk

Geen bezwaar of beroep

Wanneer er geen bezwaar is ingesteld tegen een omgevingsvergunning die is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure of beroep is ingesteld tegen een omgevingsvergunning voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure, is de omgevingsvergunning zes weken na bekendmaking onherroepelijk. Na die zes weken zijn immers de bezwaar- en beroepstermijn afgelopen en kan niet meer worden opgekomen tegen het besluit. In een heel enkel geval kan het voorkomen dat een bezwaar is vertraagd in de post en hierdoor na de zes weken termijn binnenkomt, maar wel op tijd is verzonden. In dit geval is alsnog tijdig bezwaar ingediend en is de vergunning niet onherroepelijk.

Wel bezwaar of beroep

Wanneer wel bezwaar of beroep is ingediend tegen de omgevingsvergunning, is deze pas onherroepelijk na het finale oordeel. Het finale oordeel kan de beslissing op bezwaar zijn wanneer hierna geen beroep wordt ingesteld of de uitspraak van de bestuursrechter na beroep of hoger beroep. De rechtsbeschermingsprocedure en het tijdsverloop hangt af van de omgevingsvergunning en de te volgen procedure.

Indien het een omgevingsvergunning betreft die is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure, moet een belanghebbende eerst in bezwaar, waarvoor de termijn zes weken is. De termijn waarin het bestuursorgaan vervolgens moet beslissen op bezwaar is zes weken, of 12 weken wanneer een bezwaarschriftencommissie het bezwaar behandelt. Deze termijn kan overigens zes weken worden verlengd en onder bepaalde voorwaarden verder worden uitgesteld (art. 7:10 lid 3 en 4 Awb). Hierna volgt de beslissing op bezwaar, waartegen de belanghebbende in beroep kan, wederom binnen een termijn van zes weken (art. 6:7 Awb). De procedure bij de rechtbank kan ongeveer een jaar of iets langer dan een jaar duren. Partijen in het geschil kunnen tegen de uitspraak in hoger beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), wat wederom tot een jaar kan duren. Het komt er op neer dat het ruim twee jaar kan duren voordat er een finaal oordeel is geweest en de vergunning onherroepelijk is. Wanneer de Crisis- en herstelwet van toepassing is kan deze periode korter zijn omdat dan een speciale regeling voor versnelde behandeling van de procedure van toepassing is.

Indien het een omgevingsvergunning betreft die is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure is er geen bezwaarfase. Na het besluit tot verlening dan wel afwijzing van de omgevingsvergunning kan een belanghebbende direct in beroep, dat binnen de termijn van zes weken moet worden ingediend (art. 6:7 Awb). Ook voor deze omgevingsvergunning geldt dat de rechtbankprocedure en hogere beroepsprocedure elk een jaar kunnen duren, waardoor het ruim twee jaar kan duren voordat de vergunning onherroepelijk is.

Afsluiting

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning verschilt het per activiteit waarvoor de aanvraag wordt ingediend of de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Dit is van invloed op de beslistermijn, die langer is bij de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Bovendien verschilt het per activiteit wanneer de omgevingsvergunning in werking treedt en kunnen bezwaar en beroep ervoor zorgen dat de vergunning pas na lange tijd onherroepelijk is. Het is voor particulieren en bedrijven die een omgevingsvergunning aanvragen belangrijk om op het oog te houden welke voorbereidingsprocedure en termijnen van toepassing zijn, om verassingen achteraf te voorkomen.