Op 15 maart jl. is de internetconsultatie geopend voor de wijziging van de Huisvestingswet 2014. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wil met deze wijziging de toeristische verhuur van woonruimte beter reguleren.

Aanleiding van het aanhangige wetsvoorstel tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 in verband met de aanpak van ongewenste neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte, is de hausse sinds 2018 aan verhuur van woonruimte aan toeristen in met name de grote steden. Dit wordt met name veroorzaakt door het toenemend adverteren hiervoor op digitale platforms, zoals onder meer Airbnb. Grootschalige verhuur van woonruimte aan toeristen heeft ongewenste effecten op de leefbaarheid en veiligheid van straten en buurten. Ook leidt het tot een ongelijk speelveld voor bijvoorbeeld hotels.

Om hier meer grip op te krijgen is dit wetsvoorstel aanhangig gemaakt. De huidige Huisvestingswet 2014 geeft gemeenten al wel instrumenten om in te grijpen, namelijk door middel van het stellen van regels in de huisvestingsverordening met betrekking tot onttrekking van woonruimte aan de woonruimtevoorraad. Indien een woning wordt gebruikt voor verhuur aan toeristen (en niet meer voor woondoeleinden), wordt deze woning namelijk aan de woonruimtevoorraad onttrokken.

Voor onttrekking kan, in geval van schaarste aan woonruimte, een vergunningplicht in de huisvestingsverordening worden opgenomen voor door de gemeenteraad aan te wijzen wijken of delen van de stad. Indien de gemeente weet krijgt van illegale verhuur aan toeristen in deze wijken, kan zij een handhavingsprocedure starten en bijvoorbeeld een bestuurlijke boete opleggen (zie voor recente uitspraak Rechtbank Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2019:150) In de praktijk blijkt dit echter een onvoldoende, ineffectief en vooral tijdrovend instrument te zijn voor de handhaving en voor het tegengaan van de ongewenste effecten. Het grootste probleem is nu namelijk een gebrek aan inzicht in de verhuuradressen. De informatiepositie van de gemeenten laat volledig te wensen over, omdat nauwelijks te achterhalen valt welke woonruimte wordt verhuurd voor toeristische doeleinden. Op dit moment ontbreekt het volgens de Minister dan ook aan effectief wettelijk instrumentarium om de ongewenste neveneffecten van toeristische verhuur tegen te gaan.

Nieuwe instrumenten in het wetsvoorstel

Om het gewenste inzicht te krijgen in de verhuuradressen en ongewenste neveneffecten tegen te gaan, worden er 3 nieuwe instrumenten geïntroduceerd in de Huisvestingswet 2014, namelijk een registratieverplichting voor toeristische verhuur van woonruimte, een meldplicht per verhuring en een vergunningplicht. Dit kan geregeld worden door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening, waarbij blijft gelden dat deze verordening enkel kan worden vastgesteld, indien er aantoonbare schaarste is aan woonruimte, die leidt tot onevenwichtige en onrechtvaardige effecten.

In de memorie van toelichting wordt in dit verband opgemerkt dat overlast als gevolg van toeristische verhuur van woonruimte vooral wordt ervaren in geval van schaarste aan woonruimte. De vraag is of dat wel een juiste constatering is. Ook zonder schaarste aan woonruimte in de zin van de Huisvestingswet 2014, is goed voorstelbaar dat overlast wordt ervaren van toeristische verhuur van woonruimte in een woonwijk (denk aan geluidsoverlast van de dagelijkse ‘stromen’ met rolkoffertjes of in de woningen). Het gaat immers over het voorkomen van aantasting van het woongenot door de druk die activiteiten zoals toeristische verhuur veroorzaken op de leefomgeving. Maar voor het gebruik kunnen maken van het instrumentarium van de Huisvestingswet 2014 blijft schaarste aan woonruimte een vereiste. De digitale platforms hebben aangegeven mee te willen werken aan de registratieplicht, voor zover er een noodzaak bestaat om een registratieplicht in te voeren.

Deze nieuwe verplichtingen en verboden gelden voor personen die de woonruimte aanbieden of in gebruik geven voor toeristische verhuur, zoals de eigenaar, huurder of een andere partij.

Registratieverplichting

Met een registratieverplichting krijgt de gemeente inzicht waar, door wie en welke woonruimte wordt aangeboden en ontstaat er ook inzicht in mogelijke concentratie van toeristische verhuur in een gebied.

In de huisvestingsverordening kan bijvoorbeeld bepaald worden dat de aanbieder van woonruimte zich eenmalig moet registreren en het registratienummer vervolgens moet vermelden bij iedere aanbieding van de woonruimte voor toeristische verhuur op digitale platforms of in andere media. Het registratienummer wordt na digitale registratie door de eigenaar/huurder direct verstrekt. Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat de persoonsgegevens in deze registratie ook kunnen worden gebruikt (door het college van burgemeester en wethouders) voor de handhaving van het Bouwbesluit 2012 als ook voor de handhaving van de Gemeentewet voor wat betreft het innen van toeristenbelasting. Omdat de gemeenteraad (in de huisvestingsverordening) beslist over de noodzaak tot het invoeren van een registratieplicht en de gegevens uitsluitend gebruikt zullen worden voor de gemeentelijke toezichts- en handhavingstaken wordt voorgesteld de inrichting en het beheer van het registratiesysteem aan het college van burgemeester en wethouders te laten, waarbij de Algemene verordening gegevensbescherming uiteraard van toepassing is.

Meldplicht per verhuring

Indien in de huisvestingsverordening een registratieplicht is opgenomen, kan de gemeenteraad ook een dagencriterium met meldplicht voorschijven, inhoudende dat woonruimte slechts een maximaal aantal dagen per jaar toeristisch mag worden verhuurd, met verplichte melding per verhuring, waarbij de Dienstenrichtlijn vereist dat deze beperkingen (dagencriterium) van het vrij aanbieden van diensten slechts mogelijk is indien daarvoor een dwingende reden van algemeen belang bestaat.

Een registratie- en/of meldplicht kan voor de hele gemeente, of voor bepaalde gebieden gelden, afhankelijk van de lokale omstandigheden en de mate waarin de ongewenste effecten zich voordoen.

Vergunningplicht

In geval van een registratieplicht, kan ook een nieuwe vergunning verplicht worden gesteld voor toeristische verhuur van woonruimte in (gebieden van) de gemeente waar de druk op de leefbaarheid en de woningmarkt als gevolg van de toeristische verhuur zo ernstig is dat registratie- en/of meldplicht niet volstaat. Daarbij kan de gemeente ook een maximum(quotum) stellen aan te verlenen vergunningen. Deze schaarse vergunningen worden met het oog op het gelijkheidsbeginsel niet voor onbepaalde tijd verleend en hiervoor dient in de huisvestingsverordening een eerlijke, transparante en niet-discriminatoire verdelingsprocedure te staan.

Op overtreding van deze nieuwe verboden staan bestuurlijke boetes, die hoger kunnen oplopen dan volgens de huidige Huisvestingswet 2014.

Het antwoord op de vraag in de aanhef van deze blog lijkt volmondig: ja. Grote steden met actuele aantoonbare problemen op de woningmarkt en met de overlast als gevolg van de groeiende stroom toeristen, zullen hiermee hun grip versterken en tools hebben om de toeristische verhuur van woonruimte in betere banen te geleiden. Dit concept- wetsvoorstel is in consultatie tot 15 april 2019.