1. Doel

De nieuwe wet zal van toepassing zijn op alle roerende goederen, zowel materiële als van immateriële aard. De wet zal daarom een impact hebben op alle panden gevestigd op bedrijfsmiddelen, zoals ondermeer op de voorraden, de intellectuele eigendomsrechten, schuldvorderingen, financiële instrumenten en dergelijke. De wet betreft geen zekerheden gevestigd op onroerende goederen (zoals hypotheken of hypothecaire mandaten) of persoonlijke zekerheden.

Er weze opgemerkt dat deze nieuwe wet geen gevolgen voor de Belgische Financiële zekerhedenwet van 2004 met zich meebrengt, hetgeen wilt zeggen dat financiële zekerheden voortaan beheerst zullen worden door de nieuwe wet (m.b.t. de algemene bepalingen) en de financiële zekerheden wet (m.b.t. bepaalde specifieke aspecten).

2. Geldigheid van het pand tussen partijen – geen buitenbezitstelling

Het is voor de geldigheid van het pand op roerende goederen niet meer vereist dat de pandgever buiten het bezit gesteld wordt van de desbetreffende in pand gegeven goederen (d.w.z. het fysiek afgeven van goederen aan de pandhouder of aan een derde partij pandhouder).

Het pand zal daarom tussen partijen (d.w.z. de pandgever en de pandhouder) enkel en alleen door hun toestemming bestaan.

De schriftelijke overeenkomst dient volgende elementen uitdrukkelijk te vermelden: (i) de gewaarborgde schuldvordering, (ii) de verpande activa en (iii) het maximumbedrag van de gewaarborgde schuldvorderingen die in het pand inbegrepen zijn. Laatst vermelde informatie wordt momenteel echter niet standaard in de contractuele bepalingen opgenomen. Kredietgevers zullen meer dan waarschijnlijk trachten om een zo hoog mogelijk bedrag te bedingen in het contract, maar het is evenwel plausibel dat aan de hand van dit bedrag de belastingen die betaald dienen te worden bij de registratie van het pand berekend zullen worden (zie hieronder). Het ontstaan van commerciële discussies tussen kredietgever en kredietnemer lijken in dit opzicht aldus onvermijdelijk te zijn.

3. Afdwingbaarheid ten aanzien van derden

3.1. Registratie

Een van de belangrijkste doelstellingen van de nieuwe regeling is de kredietnemer / pandgever toe te laten activa te verpanden en tegelijkertijd het bezit van de desbetreffende roerende goederen te behouden (hetgeen behoudens het pand op de handelszaak niet mogelijk is onder de bestaande regeling).

Onder het huidige stelsel van zakelijke zekerheden op roerende goederen is de buitenbezitstelling van de verpande goederen een sleutelelement om het pand ten aanzien van derden afdwingbaar te maken. In de toekomst zal deze afdwingbaarheid gewaarborgd worden door de registratie van het pand in een (uniek) elektronisch pandregister, hetgeen gehouden zal worden bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Dit register zal online toegankelijk zijn voor het publiek en het is derhalve mogelijk voor derden om (mits naleving van bepaalde vereisten inzake de privacy van gegevens) het mogelijke bestaan van (een) pand(en) op de activa van hun contractspartij te verifiëren.

Gezien de pandgever niet buiten het bezit gesteld wordt van de verpande goederen en hierover dus vrij kan blijven beschikken, voorziet het nieuwe stelsel in bepaalde beschermingsmaatregelen ten behoeve van de pandhouder (zorgplicht, opvolgingsrecht, inspectierecht, de mogelijkheid om contractuele verbodsbepalingen in het contract in te voegen).

3.2. Pand met buitenbezitstelling

De registratie van het pand is echter niet de enige manier om het pand afdwingbaar te maken ten aanzien van derde partijen. Het is inderdaad zo dat partijen nog steeds de mogelijkheid behouden om hun pand overeenkomstig het huidige stelsel te organiseren, met andere woorden door de verpande goederen buiten het bezit van de pandgever te stellen. In dergelijk geval, zal de buitenbezitstelling het beginpunt zijn van de afdwingbaarheid van het pand ten aanzien van derde partijen, en zal er geen registratie nodig zijn (en zullen er waarschijnlijk dus ook geen belastingen betaald moeten worden).

3.3. Pandrecht op schuldvorderingen

Met betrekking tot het pand op schuldvorderingen, laat het nieuwe stelsel de partijen toe de bestaande vereenvoudigde regeling zonder registratie te blijven toepassen (behoudens dat de derde-schuldenaar uitdrukkelijk in kennis moet worden gesteld, is de pandovereenkomst uitvoerbaar door het louter afsluiten hiervan).

4. De uitwinning

Het pandrecht op roerende activa zal uitwinbaar zijn, zonder dat hier een eerdere gerechtelijke uitspraak voor nodig is. Hetgeen de efficiëntie van deze zakelijke zekerheid aanzienlijk zal verbeteren.

Er dient echter opgemerkt te worden dat er aan de pandhouder de verplichting wordt opgelegd om de pandgever (en andere belanghebbenden) in kennis te stellen van zijn voornemen om het pand uit te winnen en dit ten minste 10 dagen alvorens de uitwinning (of 3 dagen in geval er een risico bestaat dat de verpande goederen hun waarde verliezen).

De wet machtigt de pandhouder om het pand middels openbare verkoop, particuliere verkoop, verbeurdverklaring (kan voorafgaandelijk contractueel bepaald worden) of verhuring van alle of een gedeelte van de verpande goederen, uit te winnen.

5. Afschaffing pand op de handelszaak

De bestaande regeling van het pand op de handelszaak wordt afgeschaft en vervangen door het nieuwe stelsel. Bestaande panden op handelszaken dienen, binnen 12 maanden vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet, geregistreerd te worden als een „pand op alle goederen die het bedrijf samenstellen“ (anders zullen ze hun rang verliezen).

6. Inwerkingtreding

Een Koninklijk Besluit dient de inwerkingtreding van de nieuwe regeling nog te bepalen, hetgeen niet later dan 1 december 2014 zal zijn. Het vermelde Koninklijk Besluit zal verder ook nog de modaliteiten van het onlineregister en het bedrag van de te betalen belastingen bij de inschrijving nader bepalen. Deze praktische obstakels zullen zonder enige twijfel tot gevolg hebben dat de inwerkingtreding van het nieuwe regime aanzienlijke vertraging zal oplopen.