De Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben onderzoek gedaan naar premieverschillen tussen basispolissen. Uit dit onderzoek volgt dat 9,8 miljoen consumenten een basispolis hebben waarvoor een goedkoper alternatief bestaat.

De ACM en de NZa hebben met behulp van algoritmes en machine learning het basispolisaanbod over 10 clusters verdeeld die gelijksoortige basispolissen bevatten. Binnen deze clusters zijn vervolgens de premieverschillen in kaart gebracht. Daaruit volgt dat 72% van de consumenten niet de goedkoopste basispolis in het cluster zou hebben afgesloten.

Het onderzoek verkent daarna (minder diepgaand) waarom consumenten voor de duurdere basispolis kozen. Zo is het mogelijk dat de contractering van een bepaalde zorgaanbieder, de waardering van een verzekeraar en het gewenste aanvullende pakket invloed hebben op de keuze voor een bepaalde (duurdere) basispolis. De toezichthouders merken dan ook op dat niet iedere euro die de consument meer betaalt per definitie teveel is betaald.

Desondanks voornoemde aannemelijke verklaringen voor een ‘duurdere keuze’, richt het onderzoek zich vervolgens hoofdzakelijk op de stelling dat veel consumenten – door schijndifferentiatie, complexiteit en begrensde rationaliteit – teveel betalen voor hun basispolis.

Voornoemde toezichthouders dragen als laatste enkele oplossingsrichtingen aan om deze problemen te verhelpen, zoals het vergroten van de transparantie en het verbeteren van de informatievoorziening. In dat opzicht dient te worden opgemerkt dat er reeds diverse prijsvergelijkingswebsites bestaan die consumenten kunnen raadplegen.

De NZa en de ACM achten het vergroten van de transparantie en het verbeteren van de informatievoorziening mogelijk niet voldoende, waardoor zij tevens de optie verkennen om goed kiezen makkelijker te maken, bijvoorbeeld door middel van “standaardisatie”. Dit terwijl de ACM en de NZa vorig jaar nog concludeerden dat zorgverzekeraars zich meer kunnen onderscheiden (zie daartoe onze eerdere Healthbit). Ook de suggestie om “het aanbod en/of de premiestelling beperken” is enigszins opzienbarend voor een mededingingsautoriteit.