Meer dan 12% van de oppervlakte van Vlaanderen behoort tot de Natura 2000-gebieden: dit zijn gebieden die worden beschermd door de Europese Habitat- en Vogelrichtlijnen en waar het leefgebied van waardevolle diersoorten en vogels is gelegen.

Een nieuw uitvoeringsbesluit…

Op 15 oktober 2014 verscheen in het Belgisch Staatsblad het “Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van het Vlaams Natura 2000-programma, de managementplannen Natura 2000, de zoekzones en de actiegebieden voor de specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor Europees te beschermen soorten en habitats” (hierna: “het Instandhoudingsbesluit”) als nieuwste uitvoeringsbesluit van het Natuurbehoudsdecreet. Het Instandhoudingsbesluit is in werking getreden op 25 oktober 2014.

Het Instandhoudingsbesluit beoogt via enkele nieuwe concrete instrumenten de instandhouding van natuurlijke Habitats in Vlaanderen te beschermen. Het doel is om de ‘instandhoudingsdoelstellingen’ (hierna: IHD’s) te bereiken: dit zijn de gewestelijke en specifieke lokale beschermingsdoelen die door de Vlaamse Regering op 23 april 2014 in 36 besluiten werden vastgelegd, met het oog op het in stand houden van populaties van beschermde soorten en hun leefgebieden.

… dat enkele natuurbehoudsinstrumenten regelt…

Om de vastgestelde ‘IHD’s’ te bereiken, worden enkele nieuwe uitvoeringsinstrumenten van kracht, waarvan wij voor u de belangrijkste toelichten:

  1. Het ‘Vlaams Natura 2000-programma’: dit is het algemene overzicht van de geraamde uitgaven per zes jaar voor de aspecten natuurontwikkeling, natuurbeheer, aankoop van terreinen, verbeteren van het natuurlijk milieu en enkele flankerende maatregelen.
  2. Het ‘managementplan’: voor elk Natura 2000-gebied moet een gedetailleerd managementplan worden opgemaakt dat de IHD’s op perceelsniveau en prioriteiten in de praktijk uitwerkt voor een periode van telkens zes jaar. Concreet bepaalt het plan hoe de IHD’s voor de betrokken percelen gehaald kunnen worden en wie welke actie moet ondernemen. In het plan wordt een afweging gemaakt tussen de realisatie van de IHD’s, enerzijds, en economie, cultuur, recreatie, bedrijfsleven, betaalbaarheid,…, anderzijds. Het uitvoeren van het plan gebeurt in eerste instantie vrijwillig, maar bindende maatregelen kunnen worden opgelegd indien dit noodzakelijk is.
  3. De ‘zoekzone’: dit is de ruimte die per Europees beschermde habitat en soort wordt aangewezen en waar de IHD’s het beste kunnen worden gerealiseerd. De afbakening van de zoekzones gebeurt aan de hand van de actuele en natuurlijke potentiekaarten. De omvang van de zoekzone wordt bepaald door de oppervlakte die nodig is voor het realiseren van de IHD’s voor de betrokken Europees te beschermen soort of habitat.

… met een belangrijke impact.

Het vastleggen van de IHD’s heeft een belangrijke impact op de gekende ‘passende beoordeling’ bij vergunningen. Door het vaststellen van deze doelen verandert immers het ijkpunt voor de passende beoordeling. Een vergunningsaanvraag wordt niet langer in abstracto getoetst aan ‘de mogelijke impact op een beschermd gebied’, maar wel aan de concrete doelen die zijn vastgelegd in de managementplannen en die vallen binnen een zoekzone. De zoekzone creëert als referentiekader rechtszekerheid en transparantie voor de passende beoordeling bij vergunningsaanvragen. Om zoekzones in de buurt van een project te lokaliseren heeft de Vlaamse overheid een tool gecreëerd die te raadplegen is via www.voortoets.be.