Op 26 mei 2020 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) aangenomen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 6 oktober 2020 als hamerstuk afgedaan. De verwachting is dat de WHOA op 1 januari 2021 in werking zal treden.

De WHOA regelt in de Faillissementswet dat de rechtbank een onderhands akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers en aandeelhouders betreffende de herstructurering van schulden kan goedkeuren (homologeren). De homologatie betekent dat het akkoord verbindend is voor alle bij het akkoord betrokken schuldeisers en aandeelhouders. Zij die niet met het akkoord hebben ingestemd, kunnen toch aan het akkoord worden gebonden als de besluitvorming over en de inhoud van het akkoord aan bepaalde eisen voldoet. Dit wordt ook wel een dwangakkoord genoemd.

Doel van de WHOA is het verbeteren van het reorganiserend vermogen van ondernemingen, door middel van het kunnen aanbieden van een onderhands (dwang)akkoord aan crediteuren. Crediteuren kunnen zodoende gedwongen worden een deel van hun vordering prijs te geven. De WHOA maakt het mogelijk dat een onderhands akkoord buiten faillissement door de rechter wordt bekrachtigd c.q. goedgekeurd (gehomologeerd), hetgeen tot gevolg heeft, dat het verbindend wordt tegenover crediteuren, inclusief degenen – zoals hierboven aangegeven – die tegen (of geheel niet) hebben gestemd.

In Nederland is dit thans praktisch onmogelijk, nu vrijwel elke crediteur dwars kan liggen en daarmee de totstandkoming van een akkoord kan frustreren. Door de invoering van de WHOA wordt het eenvoudiger ondernemingen te herstructureren.

Op deze wijze kan de waarde en de werkgelegenheid van ondernemingen worden behouden. Dat is van groot belang gelet op de coronacrisis.