De Vlaamse regering heeft onlangs een voorstel van minister van Wonen, Freya Van Den Bossche, tot het oprichten van een huurgarantiefonds in Vlaanderen goedgekeurd. Het fonds wordt ten laatste op 1 januari 2014 operationeel.

Het huurgarantiefonds biedt een bescherming zowel aan de verhuurder als aan de huurder: de verhuurder is beschermd tegen wanbetalingen, de huurder tegen een onmiddellijke uitzetting uit zijn woning.

Immers, op basis van het voorstel zal, indien de huurder door bepaalde omstandigheden zoals ziekte, werkloosheid, enz. wordt getroffen, en bijgevolg zijn huur niet tijdig kan betalen, de volledige huur door het huurgarantiefonds aan de verhuurder worden gestort. In ruil hiervoor moet de huurder een schuldafbetalingsplan aanvaarden dat door de Vrederechter wordt opgelegd.

Om aanspraak te kunnen maken op het huurgarantiefonds, moet de verhuurder een bedrag van 75 EUR in het fonds storten. Voorlopig zou het systeem op vrijwillige basis functioneren en dus niet worden opgelegd.

Het systeem heeft een nobel doel, maar toch rijzen er reeds praktische bezwaren. Zo kunnen verhuurders per huurovereenkomst slechts eenmaal beroep doen op het fonds, en dit voor een maximaal bedrag van 2.700 EUR, zelfs al is de huurovereenkomst van lange duur en ligt de huurprijs hoger dan gemiddeld. De verhuurder moet bovendien aan strikte voorwaarden voldoen om beroep te kunnen doen op het fonds: bij de derde achterstallige maand moet de verhuurder binnen tien dagen een gerechtelijke procedure tot invordering ingeleid hebben. Dit zou zware gevolgen kunnen hebben voor de bezetting van de Vredegerechten.